Computergebruik

Huisregels TU Delft

Regeling gebruik gebouwen, terreinen en voorzieningen

Overwegende, dat het wenselijk is dat nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de goede gang van zaken in en het gebruik van de gebouwen, terreinen en voorzieningen van de Technische Universiteit Delft door studenten en bezoekers;
Gelet op artikel 7.57h en artikel 9.2, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
Gehoord de Centrale Studentenraad (overlegvergadering van 18 maart 2004);

Besluit

Vast te stellen de navolgende regeling:

Artikel 1 Definities

1.1 WHW
de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Stb. 1992, 593);

1.2 TU Delft
de uit hoofde van art. 1.8 lid 2 van de WHW rechtspersoonlijkheid bezittende instelling Technische Universiteit Delft;

1.3 College van Bestuur
het College van Bestuur van de TU Delft als bedoeld in art. 9.2 van de WHW;

1.4 Beheerder
een ingevolge art. 34 van het Bestuurs- en Beheersreglement TU Delft door het College van Bestuur aangewezen functionaris;

1.5 Student
degene die bij de TU Delft is ingeschreven voor een door de TU Delft aangeboden opleiding en uit dien hoofde gebruikmaakt van de onderwijs- en/of examenvoorzieningen van de TU Delft;

1.6 Bezoeker
degene die geen student is en geen aanstelling heeft bij de TU Delft, als bedoeld in art. 1.1 van de CAO Nederlandse Universiteiten.

Artikel 2 Nalevingsplicht van regels, richtlijnen en aanwijzingen

2.1 De student of bezoeker, die zich bevindt in de gebouwen of op de terreinen van de TU Delft dan wel gebruik maakt van de voorzieningen van de TU Delft, dient de door of vanwege het College van Bestuur of de beheerder gestelde regels, c.q. instructies en aanwijzingen in het kader van de handhaving van de orde en de verdere goede gang van zaken binnen deze gebouwen en op deze terreinen alsmede de gestelde regels met betrekking tot het doelmatig en rechtmatig gebruik van de voorzieningen van de TU Delft terstond en nauwgezet na te leven en op te volgen en dient zich in ieder geval zodanig te gedragen, dat hij:

  • a. aan de TU Delft dan wel aan andere personen, die zich eveneens bevinden in de gebouwen of op de terreinen van de TU Delft dan wel gebruik maakt van de voorzieningen van de TU Delft, direct noch indirect schade berokkent of onaanvaardbare hinder veroorzaakt;
  • b. geen inbreuk maakt op een recht van de TU Delft of van andere personen, die zich bevinden in de gebouwen of terreinen van de TU Delft of gebruikmaken van de voorzieningen van de TU Delft;
  • c. niet in strijd handelt met enige wettelijke verplichting;
  • d. niet in strijd handelt met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt jegens een anders persoon of goed.

2.2 Het is niet toegestaan binnen de universitaire gebouwen bij colleges, werkgroepen of andere vormen van onderwijs gezichtsbedekkende kledingstukken of attributen te dragen die de non-verbale communicatie tussen docent en student of tussen studenten onderling, onderscheidenlijk docenten onderling ernstig beperken, dan wel bij het afleggen van een examen of tentamen of bij het betreden van of zich bevinden in een gebouw gezichtsbedekkende kledingstukken of attributen te dragen voor zover deze het vaststellen van de identiteit van betrokkene ernstig belemmeren.

2.3 De beheerder kan namens het College van Bestuur instructies en aanwijzingen geven met het oog op de goede gang van zaken binnen de aan de beheerders toegewezen ruimten binnen de gebouwen en op de terreinen van de TU Delft alsmede met betrekking tot de onder hun beheer staande voorzieningen van de TU Delft.

Artikel 3 Maatregelen bij overtreding

Het College van Bestuur of een beheerder kan jegens de student of bezoeker, die het gestelde in deze regeling niet navolgt, de volgende maatregelen treffen, met inachtneming van de in deze regeling beschreven procedure:

  • a. een ontzegging van de toegang tot de gebouwen en terreinen van de TU Delft of één of meer onderdelen daarvan, met dien verstande dat aan een student de toegang tot die gebouwen en terreinen geheel of gedeeltelijk voor de tijd van ten hoogste een jaar kan worden ontzegd;
  • b. een ontzegging van het gebruik van de voorzieningen van de TU Delft;
  • c. een geldboete, wanneer zulks is overeengekomen of berust op een wettelijke bepaling;
  • d. een schriftelijke berisping.

Artikel 4 Ontzegging door de beheerder

4.1 Een beheerder kan de student of de bezoeker, die in strijd met deze regeling of de in artikel 2 bedoelde regels handelt, met onmiddellijke ingang en voor een periode van maximaal twaalf weken, de toegang tot de tot zijn beheerseenheid behorende gebouwen of terreinen, of gedeelten daarvan, of het gebruik van de tot zijn beheerseenheid behorende universitaire of facultaire voorzieningen ontzeggen, indien en voor zover een onverwijlde ontzegging - naar zijn oordeel - gegeven de omstandigheden van het geval noodzake­lijk is.

4.2 Degene tegen wie enige maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, wordt door of namens de desbetreffende beheerder zo spoedig mogelijk achteraf in de gelegenheid gesteld om gehoord te worden, indien dit als gevolg van de spoedeisendheid niet tevoren mogelijk is geweest.

4.3 Een beheerder kan het College van Bestuur met redenen omkleed verzoeken om een verdere ontzegging op te leggen, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.

Artikel 5 Ontzegging door het College van Bestuur

5.1 Een beheerder kan het College van Bestuur met redenen omkleed verzoeken om de student of bezoeker, die in strijd handelt met deze regeling of de in artikel 2 bedoelde regels, dan wel met de in verband met enige maatregel gestelde voorwaarde(n) niet naleeft, de toegang tot (een of meer gedeelten van) de gebouwen of terreinen van de TU Delft of het gebruik van de voorzieningen van de TU Delft te ontzeggen.

5.2 Van het verzoek van de beheerder wordt een afschrift gezonden naar degene, te wier aanzien het verzoek tot ontzegging wordt gedaan.

5.3 Het College van Bestuur beslist binnen redelijke termijn op het verzoek als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

5.4 Een ontzegging houdt ten minste in:

  • a. de aanwijzing van de (gedeelten van de) gebouwen en/of terreinen van de TU Delft en/of (het gebruik van) de voorzienin­gen van de TU Delft ten aanzien waarvan de ontzegging zal gelden;
  • b. de termijn, gedurende welke de ontzegging zal gelden;
  • c. de redenen, welke aan de ontzegging ten grondslag liggen;
  • d. de eventuele voorwaarden, bij het niet-naleven waarvan de ontzegging zal worden geëffec­tu­eerd.

5.5 Indien naar het oordeel van het College van Bestuur gezien de ernst van de situatie een onverwijl­de ontzegging noodzakelijk is, kan het College van Bestuur - in afwachting van besluit­vorming, bedoeld in het eerste lid - de ontzegging, bedoeld in artikel 4, eerste lid, met maximaal vier weken verlengen ofwel een ontzegging voor de duur van maximaal twaalf weken opleggen, zonder dat de belanghebbende is gehoord.

Artikel 6 Beëindiging van de ontzegging

6.1 Het College van Bestuur kan eigener beweging dan wel op een daartoe strekkend verzoek van degene, tegen wie een maatregel, als bedoeld in deze regeling is getroffen een ontzeg­ging, voor het verstrijken van de periode, waarvoor zij is opgelegd, beëindigen of de omvang van de ontzegging beperken, indien daarvoor naar het oordeel van het College van Bestuur gegronde redenen bestaan.

6.2 Het College van Bestuur kan aan de beëindiging of aan de beperking van de toegang of het gebruik (nadere) voorwaarden verbinden.

6.3 Indien het College van Bestuur van oordeel is, dat degene, ten aanzien van wie het voorstel tot beëindiging wordt gedaan, niet aan de door het College van Bestuur gestelde (nadere) voorwaarden heeft voldaan, herleeft de oorspronkelijk opgelegde ontzegging; de periode, verstreken sinds de beëindi­ging of beperking van de ontzegging wordt in dat geval niet in mindering gebracht op de oorspronkelijk aangegeven periode.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Delta, waarin kennisgeving wordt gedaan van de zakelijke inhoud van de regeling.

Artikel 8 Citeerwijze

Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling gebruik gebouwen, terreinen en voorzieningen studenten en bezoekers Technische Universiteit Delft.”

De regeling zal met de toelichting worden geplaatst op de website van de TU Delft. Van deze plaatsing zal kennisgeving worden gedaan in het weekblad van de TU Delft (Delta).

Aldus vastgesteld in de vergadering van 13 april 2004.

Toelichting

Algemeen

Artikel 7.57h WHW bepaalt dat het instellingsbestuur voorschriften kan geven met betrekking tot de goede gang van zaken in de gebouwen en op de terreinen van de instelling. Uit de plaatsing van dit artikel in titel 3 “Studenten en Extraneï” en de inhoud van deze titel zou volgen dat deze bepaling uitsluitend betrekking heeft op studerenden. Volgens de tekst van artikel 7.57h WHW betreffen de in dat artikel genoemde voorschriften huisregels en ordemaatregelen en dienen deze voorschriften in de vorm van een algemeen verbindend voorschrift te worden gegoten.

De TU Delft heeft aan deze bepaling nog niet in algemene zin invulling gegeven. Wel heeft zij met een verwijzing naar art. 7.57h WHW een regeling “Beheersreglement TU Delft voor gebruik ICT-faciliteiten door studenten” vastgesteld. Deze regeling geldt derhalve als een voorschrift in de zin van art. 7.57h WHW.

De Regeling gebruik gebouwen, terreinen en voorzieningen studenten en bezoekers Technische Universiteit Delft (hierna: “de Regeling”) voorziet in bovengenoemde leemte. Doelstelling van de Regeling is in de eerste plaats om de handhaving van huisregels en ordemaatregelen in de vorm van een algemeen verbindend voorschrift voor de gebouwen en terreinen van de TU Delft te laten gelden. Bij een student is sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gebaseerd op de in artikel 7.57h WHW gegeven bevoegdheid aan het College van Bestuur.

Aangezien de gebouwen en terreinen van de TU Delft niet alleen worden bezocht door studenten en werknemers van de TU Delft, maar ook door derden (bezoekers), heeft de Regeling ook betrekking op deze laatste categorie. Bezoekers zijn die personen die geen student of werknemer zijn van de TU Delft in de zin van de Regeling. Bij een bezoeker is in de regel sprake van een privaatrechtelijk handelen van de TU Delft als beheerder. Het is wenselijk om ook ten aanzien van bezoekers normen te stellen. De basis hiervoor kan gevonden worden in artikel 9.2, eerste lid, van de WHW. Aangezien deze normen niet wezenlijk verschillen van die welke voor studenten gelden is de Regeling gericht op beide doelgroepen.

Werknemers worden in artikel 1 van de CAO Nederlandse Universiteiten (deel 1 – Openbare Universiteiten) gedefinieerd als degene die een dienstverband hebben bij een instelling.

In de CAO Nederlandse Universiteiten (deel 1 – Openbare Universiteiten) is in artikel 11 reeds bepaald dat werknemers zich aan voorschriften van werkgevers moeten houden, bij overtreding waarvan de werkgever disciplinaire maatregelen kan opleggen. Aparte huisregels en ordemaatregelen zijn enerzijds voor werknemers niet nodig, anderzijds dient bij het toepassen van sancties rekening te worden gehouden met de bijzondere verhouding werkgever-werknemer. Om deze reden heeft de Regeling geen betrekking op werknemers.

De Regeling komt er in hoofdlijnen op neer dat studenten en bezoekers, die zich bevinden in de gebouwen en op de terreinen van de TU Delft, zich dienen te houden aan de door of vanwege het College van Bestuur uitgevaardigde regelgeving en aanwijzingen en dat het College van Bestuur of de beheerder jegens deze personen sancties kan treffen, indien zij zich niet aan de voorschriften houden dan wel zich op enige andere wijze onbehoorlijk of onzorgvuldig gedragen. Tevens is in de Regeling het te hanteren sanctiepakket geëxpliciteerd. Het is aldus meer een regeling die de procedures rondom de handhaving van de orde regelt. Inhoudelijke huisregels dienen te worden opgenomen in afzonderlijke voorschriften, zoals hierna toegelicht bij artikel 2.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In deze bepaling worden de in de Regeling gebruikte begrippen gedefinieerd. In artikel 1.3 is gedefinieerd wat onder het College van Bestuur moet worden verstaan. Het College van Bestuur geldt als het instellingsbestuur, zoals genoemd in art. 7.57h WHW.

Voor wat de beheerders (artikel 1.4) betreft, is aangeknoopt bij het Beheers- en Bestuursreglement TU Delft. Voor de faculteiten treedt de decaan op als beheerder. In de Regeling is in artikel 4 aan de beheerder de mogelijkheid toegekend om in spoedeisende gevallen bij een overtreding over te gaan tot een (tijdelijke) sanctie en kan hij het College van Bestuur ingevolge artikel 5 verzoeken om een (nadere) ontzegging. Tevens kan een beheerder ingevolge art. 2.3 nadere regels stellen, zoals in dat artikel omschreven.

In de Regeling wordt in artikel 1.5 uitgelegd wat onder een student moet worden verstaan. Uit de omschrijving volgt dat voor deze hoedanigheid niet noodzakelijk is dat deze ook onderwijs volgt aan de TU Delft. Ook een extraneus kan derhalve een student zijn in de zin van artikel 1.5.

De categorie “bezoeker” dient op de voet van artikel 1.6 te worden beschouwd als een restcategorie. De personen die in deze categorie vallen, dienen derhalve niet een student in de zin van art. 1.5 of een werknemer van de TU Delft te zijn. Een werknemer is iemand die een dienstverband (een aanstelling) heeft bij de TU Delft, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de CAO Nederlandse Universiteiten (Deel 1 – Openbare Universiteiten).

Artikel 2

In dit artikel is vastgelegd wat onder de nalevingsplicht van studenten en bezoekers moet worden verstaan. Uit de omschrijving van artikel 2.1 volgt dat niet alleen regels, richtlijnen en aanwijzingen dienen te worden nageleefd, maar ook dat een student of bezoeker zich dient te onthouden van een handelen in strijd met een wettelijke verplichting en bovendien geen onaangepast gedrag mag vertonen. Van een laakbare vorm van onaangepast gedrag zal in de regel pas sprake zijn, indien de betreffende persoon tevens onrechtmatig handelt in de zin van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek. Artikel 2.1 onder d heeft betrekking op deze vorm van onrechtmatig gedrag. Schending van de leden a tot en met c van dat artikel zal overigens in de regel eveneens als een onrechtmatige daad kunnen worden bestempeld.

Tot de in artikel 2, eerste lid, bedoelde regelgeving behoren onder meer regels met betrekking tot de brand- en andere veiligheidsvoorschriften, de Arbo- en milieuwetgeving, de verkeersregels op de TU Delft, de regels rond het rookverbod in de ruimten van de TU Delft, de regels met betrekking tot het gebruik van de computer- en netwerkfaciliteiten van de TU Delft, regels omtrent identificatie en kledingvoorschriften. Deze opsomming is niet limitatief. Het geeft aan dat voor inhoudelijke huisregels in andere regelingen en voorschriften moeten worden geraadpleegd.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een inhoudelijk voorschrift van algemene strekking in deze regeling op te nemen: in artikel 2.2 is een kledingvoorschrift opgenomen, inhoudende een verbod op gezichtsbedekkende kledingstukken. De objectief te rechtvaardigen doelen van dit verbod zijn het waarborgen van een goede communicatie bij het onderwijs en het kunnen vaststellen van de identiteit van de betrokkene bij het zich bevinden in een gebouw of van de student bij het afleggen van examens. De formulering voldoet aan ‘Leidraad kleding op scholen’ van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

In artikel 2.3 wordt aan beheerders de bevoegdheid gegeven om namens het College van Bestuur op lokaal niveau instructies en aanwijzingen te geven. Buiten kijf staat dat het hier niet mag gaan om TU-brede regelgeving, nu de bevoegdheid daartoe berust bij het College van Bestuur. Bij instructies op lokaal niveau kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het regelen van de goede gang van zaken in een computerruimte.

Artikel 3

Dit artikel geeft een beschrijving van het mogelijke sanctiepakket. In het geval dat een maatregel in de vorm van een toegangsontzegging wordt getroffen, kan het een tijdelijke, voorwaardelijke of definitieve ontzegging betreffen. Bij een student is altijd sprake van een tijdelijke ontzegging van maximaal 1 jaar (WHW). Een definitieve ontzegging is alleen bij de bezoeker mogelijk; uiteraard in zwaarwegende gevallen.

De ontzegging door de beheerder is geregeld in artikel 4, terwijl de ontzegging door het College van Bestuur in artikel 5 is neergelegd. Bij een voorwaardelijke ontzegging treedt de feitelijke ontzegging pas in werking, indien de voorwaarde(n) waarop de ontzegging is opgelegd is (zijn) vervuld. Uiteraard blijft een mondelinge of schriftelijke waarschuwing mogelijk.

Uit artikel 4 volgt dat de beheerder zelf een spoedeisende maatregel in de vorm van een ontzegging van maximaal twaalf weken kan treffen, welke het College van Bestuur op verzoek van de beheerder kan verlengen. Ingevolge artikel 5 kan de beheerder het College van Bestuur direct verzoeken om een ontzegging op te leggen.

Het vorenstaande laat de bevoegdheid onverlet om een feitelijke handhavingsmaatregel te treffen, eventueel gevolgd door een schriftelijke beslissing.

Artikel 4

Niet uitgesloten is dat zich op een beheerseenheid een situatie kan voordoen, waarbij een onverwijlde ontzegging van de toegang van de gebouwen en terreinen of het gebruik van universitaire of facultaire voorzieningen door de beheerder als tijdelijke maatregel noodzakelijk is. Deze bepaling regelt een dergelijke ontzegging en bevat daarvoor een procedurevoorschrift.

De beheerder kan een maatregel opleggen van maximaal twaalf weken. In de Awb is in art. 4:8 de hoorplicht geregeld, die ook geldt voor bij studenten genomen beslissingen op grond van de Regeling. Uit een oogpunt van zorgvuldigheid dienen bezoekers met studenten te worden gelijk gesteld, hetgeen ook geldt bij het bepaalde in artikel 5 van de Regeling. Het tweede lid geeft aan dat, indien een belanghebbende in verband met de spoedeisendheid van de maatregel niet vooraf kan worden gehoord – art. 4:11 Awb laat deze uitzondering op de hoorplicht toe – de belanghebbende dan in ieder geval zo spoedig mogelijk achteraf wordt gehoord.

Uit het artikel volgt derhalve dat de beheerder uitsluitend een in tijd gelimiteerde ontzegging kan treffen. Wel kan hij volgens het derde lid het College van Bestuur gemotiveerd verzoeken om een verdere ontzegging op te leggen. Het College van Bestuur neemt daarbij het bepaalde in artikel 5 in acht. Het staat de beheerder ook vrij om het College van Bestuur op de voet van artikel 5 direct te benaderen met een gemotiveerd verzoek om een ontzegging; derhalve zonder dat beheerder eventueel zelf een maatregel neemt op grond van artikel 4.

Artikel 5

In deze bepaling is in de eerste drie artikelleden de proceduregang geregeld, indien de beheerder het College van Bestuur verzoekt om degene die in strijd met artikel 2 van de Regeling handelt, de toegang c.q. het gebruik te ontzeggen (al dan niet na toepassing van artikel 4).

Dat een belanghebbende voorafgaande aan een maatregel door het College van Bestuur moet worden gehoord, volgt reeds uit de Awb (art. 4:8). 

Het vierde artikellid bepaalt aan welke criteria een ontzegging tenminste moet voldoen. Het bepaalde in sub d geldt voor de voorwaardelijke ontzegging.

Het vijfde artikellid geeft het College van Bestuur de mogelijkheid om de termijn van artikel 4, eerste lid, met maximaal vier weken te verlengen of – indien artikel 4 niet door de beheerder is toegepast - een ontzegging voor maximaal twaalf weken te bepalen, indien de ernst van de situatie dit vereist. Gelet op de spoedeisendheid van de te nemen maatregelen kan het horen vooraf achterwege worden gelaten (art. 4:11 Awb). Belanghebbende zal in ieder geval voorafgaande aan de uiteindelijk op te leggen ontzegging worden gehoord.

Artikel 6

Dit artikel geeft een procedurevoorschrift voor de beëindiging van een ontzegging door het College van Bestuur. Het College van Bestuur kan op eigen initiatief tot een beëindiging besluiten of op initiatief van de betrokkene.

Artikelen 7 en 8

Deze artikelen geven respectievelijk invulling aan het tijdstip van feitelijke inwerkingtreding en de in acht te nemen citeerwijze. Het verdient overigens aanbeveling om bij de hoofdingang van gebouwen kenbaar te maken dat op de gebouwen, terreinen en voorzieningen van de TU Delft deze Regeling en huisregels van toepassing zijn en deze ter inzage te leggen bij de portier of beheerder van het gebouw.

 

Naam auteur: webredactie M&C
© 2017 TU Delft

Metamenu