Roeser en Van de Poel benoemd tot Antoni van Leeuwenhoek-hoogleraar

Nieuws - 04 maart 2012

Sabine Roeser en Ibo van de Poel zijn door de TU Delft benoemd tot Antoni van Leeuwenhoek-hoogleraar. Beiden zijn verbonden aan de sectie Filosofie van de faculteit TBM. Roeser bestudeert onder meer de rol van emoties in de technologie; Van de Poel doet onderzoek naar de maatschappelijke voordelen en risico’s van technologie. De Antoni van Leeuwenhoek-leerstoelen zijn bedoeld om jonge, excellente wetenschappers vroegtijdig te bevorderen tot hoogleraar zodat zij hun wetenschappelijke carrière maximaal kunnen ontwikkelen.

Sabine Roeser

Sabine Roeser (1970, Haan, Duitsland) studeerde af in de filosofie en de politicologie aan de Universiteit van Amsterdam (resp. 1997 en 1998). Daarvóór behaalde ze reeds een bachelor-diploma in schilderen aan de Academie Beeldende Kunst in Maastricht. In 2002 promoveerde ze aan de VU in Amsterdam op het onderwerp Ethical Intuitions and Emotions. Sinds 2001 is zij verbonden aan de TU Delft als onderzoeker. Ze is tevens deeltijd-hoogleraar aan de Universiteit Twente en managing director van het 3TU.Centre for Ethics and Technology. Voor haar onderzoek heeft ze pres tigieuze VENI-, NIAS en VIDI-subsidies ontvangen.

Sabine Roeser richt zich in haar onderzoek op de rol van ethiek in de techniek. We hebben ‘emotionele ingenieurs’ nodig om verantwoord met technologie om te gaan, stelt zij. Sabine Roesers onderzoek probeert aan te tonen dat emoties een belangrijke rol dienen te spelen in debatten over risicovolle technologieën. Het expliciet ingaan op zorgen maar ook op enthousiasme over risicovolle technologieën, kan volgens haar bijdragen aan het ontwikkelen van moreel betere technologieën, die het welzijn op een eerlijke en verantwoorde wijze bevorderen. Het onderzoek van Roeser gaat enerzijds over de fundamentele aard van emoties en ethische aspecten van risico, maar ook over controversiële, actuele issues, zoals kernenergie.

Ibo van de Poel 

Ibo van de Poel (1966) studeerde in 1991 af in de filosofie aan de Universiteit Twente; hij combineerde dit met een bachelor-studie in de werktuigbouwkunde. In 1998 promoveerde hij in Twente op een studie naar veranderende technologieën. Vanaf 1996 is hij als onderzoeker verbonden aan de TU Delft.

Zijn onderzoek richt zich onder meer op de ethiek van de ingenieurswetenschappen, de aanvaardbaarheid van technologische risico’s, morele verantwoordelijkheid in onderzoeksnetwerken en de ethiek van nieuwe, opkomende technologieën. Zo doet Van de Poel onder meer onderzoek naar de maatschappelijke voordelen en gevaren van nieuwe technieken als biotechnologie en nanotechnologie. Van de Poel vat techniekontwikkeling daarbij op als maatschappelijk experiment en gaat na wanneer zulke experimenten toelaatbaar zijn.

Van de Poel: ‘Op dit moment wordt meestal geprobeerd gevaren in risico’s uit te drukken. In het geval van nieuwe technieken is dit vaak niet goed mogelijk omdat de gevaren nog onvoorspelbaar en deels onbekend zijn. Wetenschappelijk is dit een probleem omdat een goede benadering ontbreekt om te kunnen oordelen. Maatschappelijk is het een probleem omdat er miljarden geïnvesteerd worden in nieuwe technieken door overheden en het bedrijfsleven, terwijl tegelijkertijd de maatschappelijke gevolgen, als er iets mis gaat, enorm kunnen zijn.’

De Antoni van Leeuwenhoek-benoemingen aan de TU Delft zijn voorbehouden aan jonge, excellente Delftse wetenschappers. Door hen vroegtijdig te bevorderen tot de positie van hoogleraar kunnen zij hun wetenschappelijke carrière maximaal ontwikkelen.