BK op Biënnale Venetie: ontleding van het balkon

Nieuws - 19 februari 2014

Geen beroemde sterarchitecten, maar bouwkundige elementen staan centraal in het hoofdpaviljoen van de Biënnale van Venetië. Het Balkon is het element dat Tom Avermaete met zijn team van de leerstoel Methode en Analyse behandelt. Zijn conclusie: het universele balkon bestaat niet.

Bijzonder aan het balkon is dat het een element is, dat verschillende sferen verbindt. “Het koppelt publiek en privaat, individueel en collectief, interieur en exterieur”, legt Avermaete uit. “Dat zorgt ervoor dat het sterk cultureel bepaald is.” De tentoonstelling op de internationale architectuurtentoonstelling van La Biennale di Venezia (7 juni-23 november) illustreert dat met foto’s, landkaarten, maquettes en balkons op ware grootte.
Op basis van studie van de uiteenlopende verschijningsvormen – wereldwijd en door alle tijden - maakte Avermaete (Methode & Analyse) een systematische indeling. Centraal in de tentoonstellingsruimte, die onderdeel is van het hoofdpaviljoen, liggen een transparant modernistisch en een afgeschermd vernaculair balkon. De bezoeker kan daarin rondlopen om het balkon als overgangselement te ervaren, als ruimte tussen verschillende sferen.

Het politieke balkon toont het uitbouwsel als platform voor politieke evenementen. Evita Perron en Benito Mussolini bijvoorbeeld schreven politieke geschiedenis op het balkon met beroemde toespraken. Daarvan zijn foto’s te zien in het paviljoen. Maar er is ook aandacht voor micropolitieke politieke balkon, met aandacht voor de uitbouw als drager van kleinschalige politieke evenementen uit het dagelijks leven. Het team van de faculteit Bouwkunde stelde een fotocollectie samen van burgers die hun balkonnetje gebruiken om vlaggen, symbolen of politieke slogans op te hangen.

Het Nederlandse paviljoendeel toont ook mijlpalen uit de balkongeschiedenis en realiseert voor enkele scharnierpunten uit de architectuurgeschiedenis speciale aanbouwen. Het Haussmann uitbouwsel showt het balkon als bourgeoiselement uit het negentiende-eeuwse Parijs. Een reconstructie van een balkon van Fernand Pouillon uit Algerije laat zien hoe volstrekt anders een balkon uitpakt in een omgeving als Algerije. En het Bauhaus balkon uit Dessau geeft een beeld van hoe problematisch de modernisten deze toevoeging aan het gebouw vonden, omdat het een strak gevelbeeld verstoort. Resultaat: het modernistische balkon is een plek om kortstondig te verschijnen. De reconstructie op de Biënnale toont ook hoe de modernisten het balkon koppelden aan hun ideeën over de verbinding met lucht, licht, landschap en uitzicht.

Het is opmerkelijk dat uitgerekend de 14de editie van de Biënnale van Venetie de focus legt op bouwkundige elementen, en niet op beroemde architecten. Directeur is namelijk Rem Koolhaas, sterarchitect bij uitstek. Een uitstekende keuze, vindt Avermaete, want het dwingt tot bezinning op de kernwaarden van de architectuur. Het bracht hem tot de constatering dat het balkon te vaak puur als een functioneel element wordt bezien. “Onze tentoonstelling is ook een pleidooi om het balkon te ontwerpen vanuit zijn bemiddelende functie tussen publiek en privé.”

Over de Biënnale komt een dikke pil uit van 900 pagina’s. Dit ‘encyclopedische boek’ wordt op dezelfde wijze opgezet als het hoofdpaviljoen, met voor elk gebouwelement een hoofdstuk.
Het team van de leerstoel Methode en Analyse dat het paviljoen ontwikkelt, bestaat uit Klaske Havik, Hans Teerds, Jorge Mejia Hernandez, Willemijn Willems Floet, Herman Prast, Mike Schafer, Ivan Thung, Agniezska Batkiewicz, Antje Adriaens.

'Open: A Bakema Celebration'


De Biënnale gaat niet helemaal voorbij aan sterarchitecten, er komt namelijk een apart Nederlandse paviljoen voor architect Jaap Bakema (1914-1981).  Deze expositie, getiteld 'Open: A Bakema Celebration' biedt een kritische reflectie op het idee van de open samenleving.

'Open' is een van de eerste wapenfeiten van het kersverse Jaap Bakema Study Centre, in oktober 2013 opgericht door de TU Delft en Het Nieuwe Instituut. Het eerste gezamenlijke programma is een breed opgezet onderzoek naar de geschiedenis en de actuele relevantie van het Nederlandse Structuralisme. Curatoren van ‘Open’ zijn Guus Beumer (directeur Het Nieuwe Instituut) en Dirk van den Heuvel (Faculteit Bouwkunde/Jaap Bakema Study Centre).

Architect Jaap Bakema (1914-1981) was actief binnen de internationale avant-gardes van de CIAM en Team 10. Zijn bureau Van den Broek en Bakema was verantwoordelijk voor roemruchte naoorlogse projecten als De Lijnbaan, de aankomsthal Holland Amerika Lijn (Rotterdam) en Het Dorp (Arnhem). Het archief van zijn werk bevindt zich in de collectie van Het Nieuwe Instituut. Bakema was hoogleraar aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft.