Publiek opdrachtgeverschap vergt taakvolwassenheid

Nieuws - 06 november 2014

Overheden besteden steeds meer uit aan marktpartijen, maar zijn vaak niet klaar voor de veranderde rol die daarbij hoort. Vanuit haar leerstoel Publiek Opdrachtgeverschap onderzoekt aantredend hoogleraar Marleen Hermans hoe het beter kan. Op 14 november hield zij haar intreerede.

Heeft u de intreerede van Marleen Hermans gemist? Klik dan hier om de intreerede online te bekijken.

Waarom kun je een kant-en-klare auto kopen die aan alle eisen voldoet, maar geen gebouw, weg of brug? Het is een vraag die bij aanbestedingen steeds vaker leidt tot een radicaal andere aanpak. Met prestatiecontracten worden marktpartijen uitgedaagd hun beste beentje voor te zetten. Maatschappelijk waarden staan ook steeds meer centraal bij het verstrekken van opdrachten aan de markt. “Heel belangrijk daarbij is dat je de spelregels goed formuleert en de juiste keuzes maakt”, zegt Marleen Hermans. “Helaas gaat dat niet altijd goed.”
Opmerkelijk genoeg is de leerstoel Publiek Opdrachtgeverschap de eerste in zijn soort in Europa. Liefst veertig procent van de jaarlijkse bouwproductie in de EU (650 miljard euro) wordt uitgevoerd in opdracht van de overheid. Die heeft grote behoefte aan verbreding van kennis, vooral op het gebied van de nieuwe aanbestedingscultuur. Voor het Opdrachtgeversforum, een professionaliseringsnetwerk van twaalf grote publieke bouwopdrachtgevers, was dat reden om de nieuwe leerstoel in het leven te roepen. Partijen als Rijkswaterstaat, Rijksgebouwendienst en Prorail willen af van de situatie dat zij als opdrachtgever het bouwproces van A tot Z moeten aansturen. Ideaal zou zijn dat ze alleen een eisenpakket samenstellen waaraan het eindproduct moet voldoen. Dat is lastig, want de bouw is een sterk gefragmenteerde sector. Het eindproduct is normaal gesproken afkomstig van een groot aantal (onder)aannemers en leveranciers die niet vlekkeloos samenwerken. Optuigen van ketensamenwerking of cocreatie vergt een bezinning op de totale organisatie als publieke opdrachtgever, stelt Hermans. Haar leerstoel moet daaraan sturing geven. Ze werkt daartoe aan een taakvolwassenheidsmodel. Dat moet helpen om op organisatieniveau de doelstellingen te formuleren. Het model helpt vragen te beantwoorden over wat het opdrachtgeverschap precies inhoudt, op welke manier een opdracht het best kan worden aanbesteed en hoe je de gewenste maatschappelijke waarde genereert. “Het gaat dus verder dan het projectniveau”, vertelt Hermans. “Er moet een brede visie op het opdrachtgeverschap komen. Dat is een kerntaak van deze leerstoel.”
Het gaat daarbij niet alleen om nieuwbouw, maar ook om renovatie en onderhoud van bestaand vastgoed. Juist in de bestaande voorraad ligt de grootste opdracht voor de toekomst, denkt Hermans. Verduurzaming daarvan kan ook in belangrijke mate in de vorm van prestatiecontracten, denkt zij.
Hermans leidde eerder het Expertisecentrum Aanbesteden van de Rijksgebouwendienst. Daar deed ze een schat aan ervaring op met geïntegreerde contracten en kwaliteitssturing in de bouw. Ze ontwikkelde er onder meer de DBFMO (Design, Build, Finance, Maintain & Operate) contracten. Daarbij is de rol van de opdrachtgever beperkt tot het goed specificeren, aanbesteden, contracteren en monitoren van gewenste prestaties, en het via periodieke gebruiksvergoedingen betalen van de opdrachtnemer als deze kan aantonen dat hij die vooraf overeengekomen prestaties heeft gehaald. Is dat het voorland van het publieke opdrachtgeverschap? Hermans: “De ontwikkeling lijkt langzaam te gaan, maar in de afgelopen tien jaar hebben we op dat terrein al enorme veranderingen gezien. Ik denk dat we over tien jaar te maken hebben met een totaal andere constellatie.”

Intreerede Marleen Hermans: 'Mag het iets meer zijn?'
14 november 2014 | 15:00
plaats: Aula TU Delft

Curriculum Vitae

Prof.dr.ir. Marleen Hermans (Gent, 1967) studeerde Bouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Ze promoveerde op onderzoek naar gebouwprestaties en prestatiebeheersing. Ze richtte een eigen beleidsadvies- en onderzoeksbureau op (Hoofdstroom) en was hoofd Expertisecentrum Aanbesteden bij de Rijksgebouwendienst (2006-2011). Sinds begin 2012 is ze tevens partner bij Brink Management en Advies.