Van Eesteren Leerstoel lanceert ‘Gouden Regels’ voor IJsselmeergebied

Nieuws - 08 december 2016 - Communication BK

De Van Eesteren leerstoel stond de afgelopen drie jaar geleden in dienst van de IJsselmeerproblematiek. En dat was geen toeval. Vanuit het Deltaprogramma, de megaoperatie om Nederland te beveiligen tegen overstromingen, gingen miljarden naar de aanpak van de voormalige Zuiderzee. En daarbij kregen natuur- en landschapswaarden geen volwaardige plaats. Ontwerpers moeten meer rekening houden met natuurlijke dynamiek in deltalandschappen, zei Palmboom (1951) bij zijn aantreden. Zijn aanstelling als hoogleraar gebruikte hij onder meer om Tien Gouden Regels voor het IJsselmeergebied op te stellen (zie kader). Die presenteert hij op een conferentie op 13 december. Zijn aanstelling als hoogleraar werd tot augustus 2017 verlengd.

Waarom die verlenging?

Omdat we nog lang niet klaar zijn. Een hoogleraarschap van drie jaar blijkt heel kort. Je hebt tijd nodig om op stoom te komen Voordat je kunt oogsten is het voorbij.

Op welk terrein gaat u de komende tijd oogsten?

Op onderwijsvlak heb ik een aantal colleges en onderwijsprogramma’s ontwikkeld over tekenen op regionale schaal en over leren ontwerpen. Op het praktijkvlak leerden we door veel gesprekken waarover het echt moest gaan. Dan moet je bijsturen.

En waarover moet het gaan?

Onze leeropdracht draaide om stedenbouw in relatie tot watermanagement en multidisciplinair werken. Gezien de klimaatverandering tenslotte de opgave van de toekomst. Tijdens drie multidisciplinaire kennisconferenties over het IJsselmeergebied deden we een interessante ontdekking: juist onze eigen ruimtelijke observaties waren voor veel aanwezigen een ‘eye opener’. Technici en ecologen kunnen ons van alles leren over civiele en milieutechnische oplossingen. Maar in het IJsselmeergebied gaat de maatschappelijke discussie vooral over de vraag wat voor landschap dat oplevert. En dat is óns verhaal.

Waar gaat dat verhaal over?

Over de openheid van het gebied, de vrije horizon. Wij zijn gaan beschrijven waaruit die openheid bestaat. Het IJsselmeer is een binnenzee, dus ‘openheid’ is nooit absoluut. Er is altijd wel een dijk te zien of een herkenningspunt als de TV-toren van Lelystad of de vuurtoren van Marken, die bijdragen aan de identiteit van het gebied. Maar als je tenminste cruciale delen van de horizon open houdt, ervaar je nog steeds een enorme openheid. Dat is een van de wetmatigheden die wij ontdekten. Die hebben we beschreven.

Op welke manier?

Door het te fotograferen, te tekenen en erover te vertellen. Het gaat erom een taal te ontwikkelen waarmee je over de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied kunt praten. Daarmee leer je mensen met nieuwe ogen kijken en verschaf je een taal om hun standpunten te verwoorden. Dat is belangrijk bij discussies over de inrichting van het gebied, zoals over de komst van windmolenparken. Wij constateren dat de lengtelijnen van het IJsselmeergebied een oneindigheid in zich hebben, de overkant ervan verdwijnt achter de bolling van de aarde. Onze stelling is dat je op die lijnen - bijvoorbeeld bij de Houtribdijk en de Afsluitdijk - geen windmolens moet plaatsen. Op zones eromheen, waar al dijken, bossen en bebouwing liggen, zorgt het voor veel minder verstoring van het beeld. Mits zorgvuldig ontworpen natuurlijk, want anders kunnen windmolens nog steeds een onaangename visuele drukte geven. Onze ontdekkingen over ruimtelijke kwaliteiten hebben we vertaald in tien Gouden Regels. Die gaan niet alleen over zichtlijnen, maar ook onder meer over het ‘Rondje IJsselmeer’, het toegankelijk maken van de kruin van de dijk en de inrichting van omliggende zones met natuur- en recreatiewaarden. Ook bij civieltechnische ingrepen als dijkversterkingen kun je daarmee je voordeel doen.

En, wordt er geluisterd naar uw adviezen?

Wij zitten natuurlijk niet aan de knoppen, maar over plaatsing van windmolens bij de Houtribdijk is mede door ons een nieuwe discussie ontstaan. Mensen zien onze discipline van goed kijken en benoemen wat je ziet als uitermate relevant. Feitelijk is ons hele onderzoek een pleidooi voor beter kijken naar de ruimtelijke kwaliteiten en voor het daarbij betrekken van ontwerpers. Het IJsselmeergebied is geen opsomming van technische opgaven, je hebt ontwerpers nodig om het overzicht te bewaren en meerwaarde te creëren voor de stedelijke omgeving.

U pleit ook voor bouw van nieuwe publiekstrekkers en iconen. Dat is nogal wat anders dan de roep bij uw aantreden om meer aandacht voor watermanagement- en milieuaspecten.

Maar het is heel relevant. Als je het hebt over ervaren van een gebied moet je daarvoor ook gelegenheid bieden met bijzondere toevoegingen. De Amsterdamse metropoolregio is enorm in ontwikkeling, mede dankzij haar culturele niveau. Het IJsselmeergebied hoort daarbij, niet alleen door de woningaantallen in Almere, maar ook vanwege haar culturele en landschappelijke kwaliteiten. Ik wil wel eens weten waar de nieuwe dependence van het Stedelijk Museum komt: bij Lelystad misschien, aan de Oostvaardersplassen, als een Kröller-Müller Museum van de 21ste eeuw? Zou toch mooi zijn als je onderweg ernaartoe met een fluisterbootje hekrunderen kunt bestuderen? Je kunt nu al vanuit het oostelijk havengebied met een bootje naar het Vuurtoreneiland bij Pampus om er te tafelen. Er zijn zoveel mogelijkheden voor nieuwe trekkers. Vaak zijn die te realiseren door waterbouwkundige, natuur- en recreatiewaarden te combineren: een nieuwe sluis is ook een mooie plek voor een terras. Het zijn stedelijke plekken midden in het landschap. Bij het toepassen van de Gouden Regels is het uitgangspunt dat het allemaal begint met heel goed kijken. En dat is waarin wij stedenbouwkundigen goed zijn.

We moeten bij deltaopgaven dus wat minder ontzag hebben voor civiele technici?

Precies. Zij doen waanzinnig knappe dingen, maar wij ook. Vanuit de wetenschap van het ontwerpend denken. Wederzijds respect en een gemeenschappelijke taal: op die basis is het fantastisch samenwerken.

De Van Eesteren leerstoel wordt afgesloten met een boekwerk, de “Atlas van het IJsselmeergebied”. Daarin zullen vooral veel tekeningen te vinden zijn, maar ook een speciaal gemaakt foto-essay door de bekende landschapsfotograaf Theo Baart. Het boek zal medio 2017 verschijnen bij uitgeverij Vantilt.


Gouden regels IJsselmeergebied

  1. Maak het ‘rondje IJsselmeer’ compleet 
  2. Benader de kust niet als lijn maar als zone 
  3. Respecteer de opeenvolging van baaien en kapen 
  4. Koester het verschil tussen de grillige en de strakke kusten 
  5. Verdedig de grootste open maten in het gebied 
  6. Intensiveer de verbindingen tussen land en water. 
  7. Speel in op de diversiteit van het (onder)waterlandschap 
  8. Buit de diversiteit van het achterland uit 
  9. Verfijn het netwerk van verbindingen, te land en te water
  10. 10. voeg een paar nieuwe krachtige trekkers/iconen toe

Meer informatie