TU Delft zoekt vanuit Afrika naar oplossingen voor wereldproblemen

Nieuws - 08 april 2016 - Webredactie Communication

Nieuwe, betaalbare huisvesting voor snel groeiende Afrikaanse steden, efficiënter watermanagement van de Zambezi, betere en makkelijkere diagnose van tuberculose en malaria, en goedkope elektriciteit uit biogas voor het platteland. Dat zijn de onderwerpen van een nieuwe reeks onderzoeksprojecten waarvoor de TU Delft zeven promovendi zal aantrekken. Zij gaan onder leiding van vooraanstaande onderzoekers de komende jaren met wetenschap en techniek een concrete bijdrage leveren aan het oplossen van mondiale maatschappelijke problemen. 

Werelddoelen

De TU Delft heeft vorig jaar het TU Delft Global Initiative gelanceerd om met wetenschap en technologie bij te dragen aan het oplossen van urgente maatschappelijke problemen in ontwikkelingslanden. Problemen die relevant zijn voor de hele wereld, zoals de VN onlangs heeft vastgesteld aan de hand van de ‘Sustainable Development Goals’. De thema’s van de zeven onderzoeksprojecten sluiten aan bij deze werelddoelen, en variëren van energie en watermanagement tot gezondheid en stedenbouw. 

Impact

De zeven toegekende onderzoeksprojecten, de TU Delft Global Research Fellowships, kenmerken zich door een nadruk op de aanpak van een wereldwijd probleem, met inzet van Delftse wetenschap en technologie, in nauwe samenwerking met lokale partners en gericht op concrete oplossingen met lokale impact. Om de impact te vergroten, wordt actief gezocht naar kandidaten uit de landen waar het onderzoek wordt uitgevoerd. In de tweede helft van 2016 wordt een derde reeks van TU Delft Global Research Fellowships toegekend.

De zeven toegekende onderzoeksprojecten, met hoofdaanvrager, zijn:


Ruimte maken: Tools, methoden and strategieën voor het ontwerp van betaalbare huisvesting in opkomende economieën
(Cities) – prof. Dick van Gameren


Dit project richt zich op Addis Ababa, de snel groeiende hoofdstad van Ethiopië, waar naar schatting 75% van de stedelijke bevolking in sloppenwijken woont. De uitdaging is nieuwe ontwerpmethoden te ontwikkelen voor goedkope huisvesting. Het doel hiervan is nieuwe stadswijken te creëren die echt verbonden zijn met hun fysieke, culturele en sociale context, in plaats van te vervallen tot afgesloten enclaves, die het leven van de inwoners niet vooruit helpen. De lokale partners zijn EiABC (Addis Ababa University), het Ministry of Construction and Urban Development en de stad Addis Ababa.

 

 


Stedelijk Afrika: Adaptieve steden bouwen in omgevingen met kwetsbare instituties 
(Cities) – prof. Han Meyer

Door de snelle economische en stedelijke groei in Afrika is daar grote vraag naar nieuwe oplossingen in de stedelijke planning ontstaan. De huidige praktijk leidt namelijk tot marginalisatie van de armen, ruimtelijke segregatie en infrastructurele problemen. Dit onderzoek richt zich op alternatieven, met een focus op vier cases: Nairobi (Kenya), Dar-es-Salaam (Tanzania), Kaapstad (Zuid-Afrika) en Accra (Ghana). Dit project zal richtlijnen voor stedelijke planning opleveren die door de lokale overheden kunnen worden gebruikt in verschillende stadia van de stedelijke ontwikkeling. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met het International New Town Institute (INTI).


Waterbalans in het Zambezi-stroomgebied
 (Water) – prof. Hubert Savenije

De Zambezi is de belangrijkste bron van water en energie in het zuiden van Afrika, met twee van de grootste stuwdammen die elektriciteit leveren in Afrika, namelijk Kariba (op de grens van Zambia en Zimbabwe) en Cahora Bassa (in Mozambique). Helaas hebben grote delen van het Zambezi-stroomgebied geen meetstations die de rivierafvoeren monitoren, dit terwijl betrouwbare schattingen van de afvoer cruciaal zijn voor overstromingsbescherming en duurzaam waterbeheer. In dit onderzoek zal de meest recente technologie worden ingezet om afvoeren nauwkeurig te voorspellen, gebruikmakend van landschaps- en klimaatgebaseerde schatting van hydrologische parameters. Het onderzoek vindt plaats in samenwerking met de Universiteit van Zimbabwe.


Betere diagnose tuberculose (1)
 (Global Health) – dr. Thomas Abeel 


Tuberculose doodt 1,5 miljoen mensen per jaar. De meesten hiervan leven in ontwikkelingslanden. Met de huidige diagnosemethoden kost het veel tijd om te bepalen of er sprake is van tuberculose, vaak weken of maanden, wat te lang is om levens te redden en verdere besmetting te voorkomen. In dit project wordt een innovatieve, snelle diagnosemethode ontwikkeld voor moeilijk vast te stellen tuberculose-infecties, zoals antibioticaresistente infecties. Met computeralgoritmes identificeren we DNA-‘vingerafdrukken’ die deze infecties kunnen detecteren. Dit gebeurt in samenwerking met het K-RITH-instituut in Durban (Zuid-Afrika) en met het project van dr. Rassaei (zie hieronder).


Betere diagnose tuberculose (2)
 (Global Health) – dr. Liza Rassaei 

Er bestaat nog geen simpel draagbaar apparaat voor de diagnose van tuberculose in ontwikkelingslanden. Samen met onderzoekers in Zuid-Afrika en Nigeria wordt in dit project een nieuwe tool voor de diagnose van tuberculose ontwikkeld. De aanpak berust op simpele elektrochemische detectie, die is geoptimaliseerd voor recent ontdekte tuberculose-biomarkers. Dit maakt verdere integratie mogelijk met draagbare elektronica, zoals een smartphone. Dit is een project in samenwerking met het Zankli Medical Centre (Nigeria), de University of the Western Cape (Zuid-Afrika) en het Koninklijke Instituut voor de Tropen.


Snelle detectie van malaria
 (Global Health)  – prof. Michel Verhaegen

Dit project richt zich op betaalbare methodes voor de vroege detectie van malaria, gebaseerd op de optische analyse van bloed-samples. Het doel is een geautomatiseerde, snelle en betrouwbare diagnose te bereiken, met zo min mogelijk menselijke handelingen via een draagbaar apparaatje: de Optical Smart Malaria Diagnost (OSMD). De diagnose via deze OSDM is gebaseerd op de analyse van diffractiepatronen en/of microscopische beelden van het bloed-sample. De lokale partner is het College of Medicine University of Ibadan in Nigeria.


Biogas-brandstofcelsysteem voor het platteland
 (Affordable and sustainable energy) – dr. Merle de Kreuk

Biogas uit huishoudelijk afval en mest van vee is de snelst groeiende duurzame energiebron in ontwikkelingslanden. Op dit moment wordt het meeste biogas gebruikt om te koken. Maar op het platteland van ontwikkelingslanden is er ook een grote behoefte aan elektriciteit. In de nabije toekomst voorziet men massaproductie van brandstofcellen, waardoor brandstofcellen economisch interessant zullen worden voor kleinschalige elektriciteitsproductie uit biogas. In dit project wordt de integratie van brandstofcel-technologie in huishoudelijke biogassystemen onderzocht. Dit in samenwerking met het Center for Energy and Water Research, Ndejje University in Uganda.

 


Meer informatie 
Informatie over het TU Delft Global Initiative en de verhalen over onderzoeksprojecten. 
Jennifer Kockx, programmamanager TU Delft Global Initiative: J.P.Kockx@tudelft.nl | 015 27 84 601 
Ilona van den Brink, pers- en wetenschapsvoorlichter: I.vandenbrink@tudelft.nl | 015 278 42 59