Om meer duurzame energie op te wekken en minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, verschijnen in ons land steeds meer windmolens aan de horizon. Vooral op zee, want daar staan ze niet alleen niemand in de weg, er is vooral veel meer ruimte dan op het land.

En er is nóg een voordeel. Waar windmolens eerst nog keurig in een park in het gelid stonden, drijven ze sinds 2030 en is de structuur van de parken dynamisch. “Als een team van slimme, zelfrijdende auto’s werken ze samen en zoeken continue waar ze idealiter zouden moeten staan om enerzijds zoveel mogelijk energie te produceren en anderzijds zo min mogelijk last te hebben van turbulentie, zodat ze zo lang mogelijk meegaan. Dat samenwerken is mogelijk, omdat in de toekomst elke windmolenturbine meetapparatuur heeft om de windkracht, de richting en de trilling te bepalen. Die data wordt vervolgens via algoritmen verwerkt om te voorspellen wat voor elke turbine de beste plek is”. 

Jan-Willem van Wingerden, die bij het Delft Center for Systems and Control (DCSC) onderzoek doet op het gebied van meet– en regeltechniek van grootschalige mechatronische systemen die gedreven worden door een verstoring zoals bijvoorbeeld wind of golven, ziet het al helemaal voor zich. Hij denkt dat drijvende windmolenparken in de toekomst een enorme potentie hebben: ze kunnen wel veertig procent meer energie opwekken. Lees verder

Jan-Willem van Wingerden