De onderzoeksgroep 3D GeoInformation werkt aan een 3D model van alle dorpen en steden in Nederland. Zo’n landelijk model is uniek in de wereld en kan nauwkeurig bevolkingsaantallen in kaart brengen. Het kan ook helpen bij bepalen van overstromingsmodellen en geluids- en bezonningscontouren. Promotor Filip Biljecki maakt deel uit van de onderzoeksgroep 3D geoInformation en promoveert op het verbeteren van het detailniveau van het 3D model. Hij verdedigt zijn proefschrift ‘Level of detail in 3D city models' op 1 mei.

Op afstand schatten van bevolkingsaantallen voor demografische doeleinden gebeurde vroeger op basis van kaarten en satellietbeeld. Een gebied wordt daartoe opgedeeld in stukjes, die later bij elkaar worden opgeteld. Tegenwoordig zijn de mogelijkheden veel groter dankzij 3D modellering en geografisch information science (GIS). De hoogte en het volume van gebouwen is op afstand in te schatten en er is een onderscheid te maken tussen dichtbevolkte steden en dunbevolkt buitengebied. “Aangezien we van het CBS nauwkeurige gegevens krijgen over werkelijke aantallen bewoners, kunnen we de betrouwbaarheid van onze berekeningen controleren”, vertelt onderzoeker Filip Biljecki van de leerstoel 3D GeoInformation van de faculteit Bouwkunde. “Daardoor komt het automatisch genereren van bevolkingsaantallen binnen handbereik.”

Belangrijk ingrediënt voor het 3D bevolkingsmodel is de open dataset van het CBS. Dat geeft inzicht in de bevolkingssamenstelling van 12.237 buurten en wijken in Nederland. Door die te koppelen aan het Actuele Hoogtebestand Nederland en aan de 2D modellen van gebouwen, zoals verkrijgbaar bij het Kadaster, ontstaat een gelaagd beeld. 

Algemeen uitgangspunt is: hoe groter het gebouw, hoe meer mensen erin wonen. Dat klopt natuurlijk niet altijd. Weliswaar kan het model kan onderscheid maken in gebouwfuncties, maar er staat ook wel eens een gebouw leeg. “Die foutenmarges op detailniveau worden echter uitgevlakt tot 1 procent als je het op het niveau van een heel land bekijkt”, zegt Biljecki. Dat maakt het 3D model een goedkoop middel om razendsnel vast te stellen hoeveel mensen waar wonen. 

Dijkdoorbraak

Het nieuwe 3D model is niet alleen interessant voor demografen, maar ook voor architecten en stedenbouwkundigen. Want die kunnen er de geometrie van een gebouw in opzoeken. Met een paar muisklikken zijn de hoogteverschillen in een stad te zien en is ook de schaduwwerking inzichtelijk. Handig als je zonnepanelen wilt plaatsen, maar ook als je wilt zien hoe de daglichttoetreding in een gebouw zal zijn. Als verkeer veel kabaal oplevert, is een straat in rood weergegeven. Hoe ver het geluid reikt - ook in verticale richting - is eveneens inzichtelijk te maken. 

Dankzij de hoogtegegevens over dakvormen (voor eventuele groene daken), stoeprandjes en groenvoorzieningen is makkelijk in kaart te brengen wat de gevolgen van wateroverlast kunnen zijn en hoe die te voorkomen zijn. Het model maakt zichtbaar welke gebouwen onder water lopen bij een dijkdoorbraak en geeft een idee van de te verwachten schade. Niet alleen handig voor planners, maar ook voor verzekeraars.

In totaal staan in het model alle 9,9 miljoen Nederlandse gebouwen, inclusief hun kadastrale gegevens. Omdat die gekoppeld zijn aan gegevens uit andere databases ontstaat een veel gedetailleerder beeld dan ooit voorheen mogelijk was in het 2D-tijdperk. Het nieuwe station Delft is bijvoorbeeld te zien als project in drie dimensies: een tunnel van ProRail, een stationshal van de NS en een stadskantoor plus buitenruimte van de gemeente. De eigendomsverhoudingen zijn tot aan de liften trappen in kaart te brengen met een 3D model. Biljecki: “Dat soort dingen kun je nooit met een 2D benadering. Kortom, de voordelen van een 3D-model zijn enorm.”

De onderzoeksgroep 3D GeoInformation wordt geleid door prof. dr. Jantien Stoter. 

Filip Biljecki verdedigt zijn proefschrift ‘Level of detail in 3D city models' op 1 mei.

Meer informatie