Slimme energiemeters worden als cruciaal gezien voor verduurzaming van ons woningbestand, toch weten we nog nauwelijks wat we ermee kunnen. Een meetcampagne van OTB in Zuid-Hollandse woningen moet een idee geven of ze kunnen bijdragen aan meer energiebesparing en advies op maat.

Delftse studenten waaieren momenteel met dozen vol meetmateriaal uit naar Zuid-Hollandse huizen die een smartmeter hebben. De inhoud: een aanwezigheidssensor, een router en een batterij meters voor luchtvochtigheid, temperatuur, CO2, elektra- en gasverbruik. Deze worden gekoppeld aan de slimme meter in de woning. Een mini-pc completeert het pakket. Die moet straks de verzamelde gegevens opslaan en eenmaal per dag versturen naar de centrale database van het E-Common onderzoek. “Analyse van die data geeft antwoord op de vraag of we een geautomatiseerd advies op maat kunnen geven met behulp van slimme meters”, vertelt projectleider Laure Itard van de Housing Quality groep van OTB.

Het onderzoek moet bovendien inzicht geven in het comfort dat bewoners ervaren. De 60 geselecteerde deelnemers krijgen daarvoor een app op de telefoon. Via de app kunnen ze informatie doorgeven over hun activiteiten en over hun thermisch gevoel. Het is volgens Itard een essentiële component van het onderzoek, want de bestaande theorieën over energiebesparing en comfort zijn voornamelijk gebaseerd op laboratoriumonderzoek. “We hebben reden om te twijfelen of die kloppen”, zegt Itard. “Mensen klagen niet gauw over hun eigen woning, want daaraan zijn ze gewend.” Het onderzoek richt zich ook op de vraag in hoeverre betere isolatie en energiezuiniger verwarmingssystemen werkelijk leiden tot minder energieverbruik. Verder wordt de luchtkwaliteit gemeten. Bij een eerste meetcampagne bleek het nodige te schorten aan de ventilatie van woningen. Netbeheerder Enexis is bij het meetproject betrokken, alsmede verschillende adviesbureaus. 

De Delftse meetcampagne begon twee en een half jaar geleden met metingen in 32 sociale woningen (Monicair.nl). De drie meetrondes die nu volgen, moeten voor een representatiever beeld zorgen. In drie verschillende jaargetijden wordt gemeten in telkens zestig koop- en huurwoningen – zowel oud- als nieuwbouw. 2 PhD studenten werken eraan (Tasos Ioannou en Arash Rasooli), ondersteund door  een senior onderzoeker (Arjen meijer), het secretariaat en een stuk of 9 studenten ven de TU Delft en de Haagse Hogeschool, die de installaties verzorgen. De meters die in het hele huis worden geïnstalleerd registreren het patroon van energieverbruik. De onderzoekers relateren die vervolgens aan de gegevens over de woning en aan de informatie die bewoners geven over hun levenspatroon en hun welbevinden. Op basis van die grootschalige 'data mining'  wordt een algoritme ontwikkeld. Dat moet straks helpen een geautomatiseerd advies op maat te formuleren per woning of per huizenblok.

Een andere potentiële toepassing is het bepalen van de data die nodig is voor de berekening van het energielabel voor een woning. Nu gebeurt dat nog met generieke middelen. Er wordt onderzocht of met behulp van een slimme meter en een aantal sensoren het mogelijk is zeer nauwkeurig vast te stellen hoe goed een woning geïsoleerd is en dus aan welk label een huis voldoet. Geautomatiseerd advies per woning via de P1-poort van de slimme is interessant omdat niemand behalve de bewoner dan toegang heeft over de meetgegevens, waardoor er geen spanning ontstaat met de privacywetgeving.

Het e-common project wordt in 2019 afgerond. De Housing Quality groep kan nog een aantal deelnemers gebruiken voor de campagne in november. Die moeten wel een (nieuwe) slimme meter bezitten. Aanmelden kan via: www.otb.bk.tudelft.nl/ecommon of via de mail ecommon@tudelft.nl.