Je kunt de Noordzee zien als een grote bak met water, maar ook als een brandpunt van urbanisatieprocessen. Vanuit dat laatste idee werkt de Nieuw-Zeelandse Nancy Couling vanaf september als gastonderzoeker aan de faculteit Bouwkunde Delft.

Oceanen en zeeën vormen het decor voor een wijde variatie aan economische activiteiten, variërend van vis- en goederenvaart tot offshore. “Als al die activiteiten toenemen, heeft dat ook effecten op het land”, zegt Couling. “Ik bekijk het totaalbeeld en onderzoek hoe deze ‘ongeziene urbanisatie’ op duurzame wijze kan plaats vinden.”

Dat doet ze in de eerste plaats door kennis te vergaren over het Noordzeegebied. Daarbij gaat het niet alleen om informatie over het scheepvaartverkeer en over grote havens zoals Rotterdam, Hamburg en Antwerpen, maar ook over getijden, zeestromingen, ecologie, windmolenparken en boorplatforms. Ze kijkt terug in de tijd - al in de tijd van Vikingen was er al uitwisseling van activiteiten op zee en op land – maar ook vooruit. Hoe gaan Noordzeelanden bijvoorbeeld om met nieuwe EU-richtlijnen over het ontmantelen van olieplatforms? En wat is de invloed van veranderende goederenstromen op de urbane processen op het land? Door een brede kijk op het gebied brengt haar onderzoeksproject ‘Oceanurb’ de ‘verlengde verstedelijking’ in beeld brengen. Het project ligt in het verlengde van het Global Petroleumscape onderzoek van prof. Carola Hein (History of Architecture and Urban Planning).

Coulings project wordt mogelijk gemaakt door een Marie Skłodowska-Curie Fellowship. Inmiddels hebben 100.000 mensen van deze regeling gebruik gemaakt. Dat wordt gevierd met een speciale toekenning voor dertig excellente onderzoekers, waarvan de Nieuw-Zeelandse er een is. Dankzij de regeling kan ze gedurende 18 maanden in Delft als gastonderzoeker aan de slag. 

De werktitel voor haar project "From New Zealand to the Netherlands" is strikt gesproken niet helemaal juist. Haar onderzoeksonderwerp voerde de Nieuw-Zeelandse architect eerder naar Venetië (Italië) en Duitsland, voordat ze promoveerde in Lausanne (Zwitserland). “Maar Zwitserland ligt niet aan zee. Logisch dus eigenlijk dat ik nu terechtkom in een sterk geürbaniseerd maritiem land als Nederland.”