Restaureren en herbestemmen van gebouwd erfgoed is complex, maar daarin moeten vier ‘Living Labs’ verandering in brengen. De faculteit Bouwkunde wil vanuit het KaDEr-project een nieuw beleidskader formuleren voor de provincie Gelderland – en mogelijk ook voor de rest van Nederland.

Bij KaDEr Gelderland (Karakteristiek Duurzaam Erfgoed Gelderland) draait het niet alleen om behoud van erfgoed, maar ook om bruikbaarheid, financiering en duurzaamheid ervan. Juist daar wringt nogal eens de schoen voor monumentenbeschermers. Bijvoorbeeld omdat een nieuwe functie of verbetering van de energie-efficiënte lijnrecht ingaat tegen de cultuurhistorische waarde van een monument. “Je kunt een eeuwenoud gebouw niet zomaar met isolatie inpakken, want dan kunnen onvoorziene schades ontstaan”, zegt projectleider Hielkje Zijlstra (leerstoel Heritage & Design). “Ons onderzoek moet wetenschappelijke onderbouwing leveren voor methoden die we gebruiken bij de aanpak van erfgoed.” 

Daarbij kijken de onderzoekers niet alleen op gebouwniveau. De vier Living Labs die deze week van start gingen in vestigingstadje Zutphen zijn gericht op verschillende schaalniveaus, van Extra Large (XL) tot  Small (S). Het meest grootschalige niveau betreft de aanpak van het stadsdeel Zutphen Centrum Nieuwstad. In het gebied tussen de historische vestingstad en het station ligt een gemixt tussengebied met veel leegstand. Het betreft bijvoorbeeld een aantal schoolgebouwen uit de periode 1900-1980. Onderzoek en grondige analyse moet uitwijzen welke gebouwen het waard zijn om te behouden en welke juist kunnen sneuvelen. Sloop zou op sommige plaatsen kunnen bijdragen aan verbetering van het contact tussen verschillende stadsdelen. Kleinschaliger zijn de aanpak van het landgoed Reuversweerd (L) en een typologische verzameling van kerken en kloosters (M). Op gebouwniveau (S) krijgt hoogstwaarschijnlijk de pastorie van Zutphen een beurt. Het gaat hier letterlijk om het microniveau, inclusief microscopische onderzoek naar historische materialen. 

Dwarsverbanden

Job Roos (Heritage & Architecture) en Eric van den Ham (Cimate Design & Sustainability) waren een jaar geleden de initiatiefnemers. Behalve AE+T zijn vanuit de faculteit Bouwkunde Delft ook de afdelingen Urbanism (Landscape) en MBE (Real Estate Management) betrokken. Zij werken in het project samen Gelderse monumentenorganisaties en met het Gelders Restauratie Centrum, dat leerling-vaklieden levert. Niet onbelangrijk, want vakmanschap, educatie en borging van kennis zijn ook thema’s bij het onderzoek. 

Nauwe samenwerking en nieuwe dwarsverbanden tussen organisaties is cruciaal voor het slagen van living labs, denkt Zijlstra. “Dat voorkomt dat je als herontwikkelaar van loket naar loket wordt gestuurd. We zitten allemaal samen aan tafel, niemand kan zich verschuilen.”
Er is in Gelderland al veel kennis en ervaring met erfgoed. Talloze gebouwen hebben al een restauratie ondergaan en de provincie heeft de afgelopen jaren 45 van de totaal 120 landgoederen aangepakt. “Ons onderzoek moet een bevestiging geven dat dit op de juiste manier gebeurt”, verduidelijkt Zijlstra.

De onderzoeksopdracht voor KaDEr Gelderland houdt verband met het vrijkomen van extra middelen voor restauraties. De provincie heeft recentelijk zijn afvalcentrales verkocht. Van de opbrengst wordt € 33 miljoen geïnvesteerd in cultureel erfgoed, waarvan €8 miljoen in gebouwd erfgoed. Het vierjarig programma KaDEr Gelderland (€600.000,=) moet zorgen voor een verantwoorde besteding van dat bedrag. Aangezien Gelderland voorzitter is van het interprovinciaal overleg, is de verwachting dat de bevindingen uit het project ook in andere provincies zullen doordringen. 

Voor het afstudeeratelier van de living labs hebben zich inmiddels 24 Delftse Bouwkundestudenten ingeschreven. Eind 2018 is er een Mid Term Review.