Een vorm van kilometerheffing zal waarschijnlijk op de agenda staan in de huidige gesprekken rond de kabinetsformatie. Maar de modellen die de effecten van kilometerheffing voorspellen, kunnen nog veel beter.
Erik-Sander Smits combineerde daarom kennis uit de speltheorie, keuzeanalyses, de verkeersstroomtheorie en de vervoerseconomie om tot een betere modellering te komen. De NWO-onderzoeker promoveert op dinsdag 16 mei op dit onderwerp aan de TU Delft.

Versimpeld

Beprijzing van mobiliteit is een politiek omstreden instrument. Tot nu toe worden strategische planningsmodellen gebruikt om de effecten van het beleid in te schatten. Erik-Sander Smits: ‘Deze modellen met wiskundige vergelijkingen zijn altijd een versimpelde weergave van de werkelijkheid. Beter is het om de onderliggende mechanismen die belangrijk zijn voor beprijzing zo realistisch mogelijk mee te nemen. Want alleen dan kunnen ze door beleidsmakers als geloofwaardig worden gezien.’

Smits identificeerde daarom de nadelen van huidige netwerkmodellen en ontwierp een alternatief. Hierin zijn speltheorie, analyse van discrete keuzes, verkeersstroomtheorie en vervoerseconomie gecombineerd. Smits: ‘Een groot voordeel is dat de voorkeuren van verschillende partijen die bij beprijzing betrokken zijn, kunnen worden meegenomen, waardoor het mogelijk is om eventuele conflicten te identificeren en oplossingen op basis van verschillende concepten voor deze conflicten te berekenen.’ Smits deed hiervoor een illustratief experiment met als casus de Randstad.

Samenwerkende partijen

Smits: 'Ik heb drie actoren als hypothetisch uitgangspunt genomen, die elk een andere prijsmaatregel wilden invoeren met ook allemaal een eigen doel: het Rijk stond daarbij voor de kilometerheffing, de gemeente Amsterdam voor een cordontol om Amsterdam en de NS voor wijziging van de treintarieven. Bij samenwerking tussen de drie hoeft er geen cordontolheffing te worden ingevoerd, omdat de kilometerheffing – die wordt ingezet om de sociale welvaart te verbeteren – een betere maatregel is om het achterliggende doel van de cordontolheffing, de economische positie van de stad, te bereiken.’ Duidelijk werd ook dat de nationale overheid en de spoorwegen conflicterende belangen hebben in de casestudie. Er is prijsniveau denkbaar waarbij de spoorwegen niet direct veel winst maken, maar wel financieel gecompenseerd worden door het Rijk, aldus Smits.

Verfijning

Ook bracht Smits reistijdwinsten en emissievermindering in kaart. Hierbij gebruikte hij de nieuwste modelinnovaties om een zo realistisch mogelijk beeld van de verkeerssituatie te schetsen, en de rekentijden beperkt te houden. De onderzoeker brengt tevens een voorbehoud aan: ‘Voor daadwerkelijke beleidsdoeleinden is nog een nadere verfijning van de modellering vereist. Maar dat is op relatief korte termijn te realiseren.'

Achtergrondinformatie

Het promotieonderzoek 'Strategic Network Modelling for Mobility Pricing' door Erik-Sander Smits maakt deel uit van het programma 'Innovative Pricing for Sustainable Mobility (I-PRISM)', een onderdeel van het NWO-programma Duurzame Bereikbaarheid van de Randstad. Promotoren zijn prof.dr.ir. Bart van Arem en prof.dr. Michiel Bliemer.

Contact

Erik-Sander Smits, e.smits@tudelft.nl, +31 (0)610857379
Carola Poleij (Persvoorlichter TU Delft), c.poleij@tudelft.nl, +31 (0)641611510