Ian Richardson leider van groot nieuw publiek-privaat onderzoeksprogramma rondom additive manufacturing

Nieuws - 21 november 2017 - Webredactie Communication

Binnenkort gaat een groot nieuw onderzoeksprogramma’s van start in het kader van ‘Perspectief voor de Topsectoren’ van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Professor Ian Richardson gaat bij dit project rondom additive manufacturing met metalen voorwerpen een leidende rol spelen.

Additive manufacturing (AM) van metalen, in de volksmond simpelweg ‘3D-printing’ genoemd, is een methode waarbij een metalen voorwerp met de computer wordt ontworpen en vervolgens laagje voor laagje wordt opgebouwd door een machine. Dit kan op verschillende manieren, en de keuze voor een bepaalde methode beïnvloedt de snelheid waarmee een voorwerp kan worden gemaakt, evenals de kwaliteit daarvan. AM wordt gezien als revolutionair, en wordt al veel gebruikt om relatief kleine metalen voorwerpen te maken.

Grotere schaal
De AM-technologie heeft in potentie ook op de grotere schaal (objecten van 1 tot 10 meter) een enorme impact, alleen gaat hier vooralsnog weinig aandacht naar uit. De beoogde voordelen van AM op grote schaal zijn onder meer: het vermogen om waar en wanneer nodig onderdelen te construeren en het ontwerpen van componenten waarin radicaal verschillende eigenschappen worden gecombineerd (bijvoorbeeld: sterkte, slijtvastheid, corrosiebestendigheid, massa, en elektrische eigenschappen).

Een sector waarvoor de gevolgen naar verwachting zeer relevant zullen zijn, is de maritieme sector, waar grote componenten nodig zijn voor de bouw en het onderhoud van schepen, en voor offshore-activiteiten.

Perspectief
Elk jaar stelt het NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) een onderzoeksbudget beschikbaar waarmee nieuwe, uitdagende onderzoeksprogramma’s binnen de toepassingsgerichte en technische wetenschappen worden ontwikkeld en gefinancierd. In deze ronde stelt NWO 21 miljoen euro beschikbaar voor programma’s die passen binnen de 9 topsectoren. De programma’s worden daarnaast gefinancierd door betrokken bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Met het totaalbudget van 32 miljoen euro kunnen 74 promovendi en 25 postdocs de komende vijf tot zes jaar aan de slag.