Naar een onderbouwde visie op de Nederlandse woningbouwopgave

Nieuws - 19 november 2019 - Communication BK

Hoe kan het dat Nederland met zo’n rijke woningbouwtraditie geen oplossing heeft voor het woningtekort?”, vraagt Marja Elsinga, hoogleraar Housing Institutions & Governance, zich af. Om antwoorden op deze vraag te formuleren is het initiatief ‘Creating one million homes’ gestart op de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Het initiatief is een reactie op de oproep van het kabinet om voor 2030 een miljoen woningen bij te bouwen in Nederland. “Als faculteit willen we bijdragen aan een antwoord op dit maatschappelijke vraagstuk”. Ze werkt samen met Mo Sedighi, die zich samen met twee andere onderzoekers vooral bezig houdt met het onderwijs: “Mijn grootste prioriteit is studenten af te leveren die de woningbouwopgave van de toekomst begrijpen”.

Wat is er aan de hand met de woningbouwopgave in Nederland? Wat maakt dat de woningmarkt nu zo’n actueel en prangend onderwerp is? De woningmarkt is altijd een lastige opgave geweest, maar nu lijkt er iets anders aan de hand te zijn. Marja Elsinga beaamt dit: “Er is zeker iets anders aan de hand. Mensen konden zo’n twintig tot dertig jaar geleden nog voor drie à vier keer een jaarinkomen een woning kopen, nu kost een woning acht tot negen jaarinkomens. Vanuit een diepgewortelde Nederlandse traditie werden woningen betaalbaar gehouden met subsidies, maar deze traditie is de afgelopen jaren losgelaten.” Daarop vult Mo Sedighi aan: “Daarnaast wordt woningbouw steeds vaker beschouwd als beleggingsobject. Dit betekent dat er veel meer kapitaal beschikbaar is, maar de woningmarkt is niet elastisch genoeg om hier snel op te reageren met als gevolg dat de prijzen hard stijgen. De enige manier om dit te veranderen, is het systeem aan te pakken, maar dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Vooralsnog hebben te veel partijen baat bij de hoge prijzen, beleggers, makelaars en gemeenten, maar ook huiseigenaren. Vooral mensen die geen huis kunnen kopen en moeten huren hebben pech, zoals starters, ouderen en gescheiden mensen.” 

Om bij te kunnen dragen aan het vraagstuk is het nodig om een stap terug te doen. Het onderzoek bij de faculteit Bouwkunde benadert de opgave op een integrale manier met inbreng van alle afdelingen van de faculteit. Marja Elsinga licht toe: “We zijn er niet om de belangen van de bouwsector te dienen door te onderzoeken hoe zo snel mogelijk, zoveel mogelijk woningen kunnen worden gebouwd. Met onze integrale benaering vanuit alle afdelingen willen we hiervoor gezamenlijk kennis verwerven door binnen de faculteit samenwerkingen en cross-overs op te zetten, maar ook door op te trekken met betrokkenen uit de maatschappij op te trekken en het debat aan te gaan. Zo werken we samen met het College van Rijksadviseurs in het programma Panorama Lokaal en bouwen we aan samenwerkingen met de bouwsector.”

Die samenwerkingen brengen hun eigen uitdagingen met zich mee. Mo Sedighi: “Het is goed dat alle betrokkenen met hun eigen bril naar het vraagstuk kijken. Tegelijkertijd is het belangrijk dat ze over de grenzen van hun eigen vakgebied heen kijken om tot een oplossing te komen. Maar dit is niet gemakkelijk, want iedereen heeft onzekerheden aan de randen van zijn eigen kennis. Binnen het onderzoeksprogramma tuigen we daarom een netwerk op, waarbij we alle betrokken partijen aan elkaar linken, van ontwikkelaars en architecten tot beleidsmakers en wetenschappers. Op deze manier wordt inzichtelijk bij wie je terecht kunt met een bepaalde vraag.”

Naast het onderzoeksprogramma wordt er ook ruimte gemaakt voor het onderwerp binnen het onderwijs. “We zijn bezig met het opzetten van verschillende multidisciplinaire studio’s,” vertelt Mo Sedighi. “Wij willen studenten meegeven dat ze alleen door verbindingen aan te gaan met andere expertises tot goede oplossingen komen. Zo deel ik in verschillende studio’s het perspectief van de architect, terwijl Marja in architectuurstudio’s studenten voedt met kennis op het gebied van marktonderzoek, haalbaarheid en beleid.” Marja Elsinga voegt daar aan toe: “Vroeger hoorden volkshuisvesting en stedenbouw als een afstudeerrichting bij elkaar. Dat is eigenlijk heel logisch, want je kunt ruimtelijk ontwerp niet los zien van woonkwaliteit.”

Omdat niet alleen het woningtekort om een oplossing vraagt, worden er ook koppelingen gemaakt met andere urgente vraagstukken. Binnen het onderzoeksprogramma worden drie thema’s expliciet benoemd: energietransitie, circulaire economie en ‘aging in place’, oftewel ouderen langer zelfstandig laten wonen. Marja Elsinga: “Dat verzorgingstehuizen dichtgaan heeft bijvoorbeeld enorme consequenties voor de opzet van wijken. Zo zijn we bijvoorbeeld betrokken bij Panorama Lokaal, een ontwerpprijsvraag om woonwijken aan de stadsranden een positieve impuls te geven. De geselecteerde plannen worden momenteel uitgewerkt. De resultaten hiervan mogen wij vervolgens analyseren om te kijken hoe ouderen nu wonen en wat ze (in de toekomst) nodig hebben.” Mo Sedighi: “Door al deze verschillende opgaven te betrekken, wordt het oplossen van het woontekort enerzijds complexer, maar anderzijds zorgt het ook voor nieuwe invalshoeken waardoor verrassende oplossingen kunnen ontstaan.”

Op de vraag wanneer het programma is geslaagd, antwoordt Mo Sedighi: “Mijn grootste prioriteit is studenten af te leveren die de woningbouwopgave van de toekomst begrijpen. Hiervoor zijn nieuwe perspectieven essentieel. Daarom hoop ik dat voor onze studio’s ook veel buitenlandse studenten zich inschrijven. Zij brengen waardevolle kennis in en de kostbare blik van een buitenstaander.”

Marja Elsinga vindt het vooral van belang dat woonkwaliteit weer op de politieke agenda komt: “Het is toch raar dat Nederland met zo’n rijke woningbouwtraditie geen oplossing heeft voor dit enorme maatschappelijke vraagstuk. Mijn ultieme doel is daarom dat de woonkwaliteit weer op de politieke agenda komt. En dat iedereen die binnen Bouwkunde en de TU Delft iets met woningbouw doet, in aanraking is geweest met 1M Homes.”

Meer informatie