In de verf openbaart zich de meester

Zelfs het beroemdste schilderij is gewoon een doek met verf, aldus kunsthistoricus Joris Dik. Onderzoek aan die verf kan vervalsingen ontmaskeren, verborgen schilderijen zichtbaar maken, en je laten meekijken in het atelier van een schilderende Rembrandt of Picasso.

“Da Vinci schilderde de schaduw in het gezicht van Mona Lisa niet met een donkerdere tint, maar door laagjes bijna transparante lak te stapelen”, vertelt Joris Dik, hoogleraar Materials in art and archaeology in Delft. Dik is kunsthistoricus en materiaalkundige. Zowel een alfa als een bèta. “In de kunst draait het vaak om het concept, het beeld, het idee en de schoonheid van een schilderij. Technische kennis vinden kunstliefhebbers soms zelfs ontluisterend. Dat heeft me altijd verbaasd. Want het materiaal biedt juist veel inzicht in het creatieve proces.”

Het afgelopen decennium maakte Dik faam in de kunstwereld met de introductie van röntgenfluorescentiespectrometrie. Met ‘XRF’ kan een schilderij zonder schade worden ‘ontleed’. De analysetechniek maakt verschillende scheikundige elementen in de verf, vaak de pigmenten, apart zichtbaar. Zo kun je verfstreken ontwaren en zelfs ‘verborgen’ lagen tevoorschijn toveren.

Zo blijkt er onder Van Goghs schilderij Grasgrond (1887) een vrouwengezicht à la de aardappeleters, te schuilen. Van Gogh schilderde er overheen, want doeken waren duur. Rembrandts ‘Saul en David’ blijkt (ca. 1660) ooit bruutweg in tweeën geknipt, onthulde Dik. “Apart leverden de schilderijen misschien meer op?” Saul en David werden weer herenigd, maar wellicht zijn ze wat millimeters verschoven ten opzichte van elkaar, blijkt uit het XRF-onderzoek.

 

 

“Elk groot museum heeft nu een eigen scanner”, vertelt Dik. Die zijn inmiddels ook belangrijk om de echtheid van oude meesters te bevestigen. Vorig jaar werd zo nog een vervalste Frans Hals ontdekt. Het gaat om het schilderij ‘een onbekende man’, in 2011 voor tien miljoen verkocht door veilinghuis Sotheby’s. Het doek was in 2008 opgedoken, en nadat veel kunstkenners het hadden bekeken, toegeschreven aan Frans Hals vanwege de typische penseelstreken, de compositie en de gebruikte verf.

Eigen synchrotron

Het schilderij-onderzoek kan nog veel preciezer met synchrotronstraling, benadrukt Dik. “Dan kun je precies zien waar de elementen in de verflaag zitten. Je krijgt ook diepte, een 3D-beeld. Bovendien kun je veel meer elementen bekijken.” Dik reisde al eens met een schilderij naar de deeltjesversneller in Geneve die hoog kwalitatieve synchrotronstraling levert. “Maar de meettijd is natuurlijk beperkt. En met kostbare schilderijen wil je niet teveel slepen.”

Over twee, drie jaar hoopt Dik te beschikken over een mobiele ‘mini-synchrotron’. Nederlandse fysici uit Eindhoven en Delft bouwen er een, met steun van KNAW in een groot onderzoekconsortium genaamd Smart*Light. De belangrijkste toepassingen liggen in de materiaalwetenschap en de gezondheidszorg, maar ook Dik doet mee. “Kunstgeschiedenis is een klein vakgebied en de kunstwereld een kleine afzetmarkt. Ik moet technologen uit hele andere wetenschapsgebieden dus overtuigen dat we een interessante niche zijn voor nieuwe onderzoekstechniek.”

Dik verschijnt ook regelmatig op tv. Hij is een van de deskundigen in de populaire televisieserie én theatertour “Het geheim van de meester”. En met enige regelmaat zit hij aan tafel bij DWDD, Pauw of RTL Night om over de echtheid van schilderijen te praten. “Het is niet dat ik zo nodig op tv moet, maar als kunsthistoricus bouw je geen dijken of vind je geen nieuw geneesmiddel uit waarvan iedereen het nut direct inziet. Je moet het belang van kunstgeschiedenis echt blijven uitleggen en bekendheid aan je werk geven.” 

Copyright foto's : Geheim van de Meester

Wanneer Smart*Light gereed is zou Dik graag ‘De oude gitarist’ van Pablo Picasso onderzoeken, een kubistisch schilderij. Eronder lijken meerdere eerdere versies te zitten, die wellicht telkens wat abstracter zijn. Kun je die lagen ‘afpellen’, dan kun je dus Picasso’s gedachten volgen. Dik: “Je kijkt als het ware mee over de schouder van een van de grootste vernieuwers van de schilderkunst.”

Ook palimpsesten staan op Diks verlanglijstje. Dat zijn beschreven perkamenten uit de vroege middeleeuwen, vóór het papiertijdperk. De kostbare, gedroogde dierenhuiden werden meermaals afgeschraapt om opnieuw te beschrijven. “De Leidse universiteitsbibliotheek bezit een 32-pagina’s tellend palimpsest waar zichtbaar een oudere tekst onder ligt”, vertelt Dik. “Maar die is te vaag om te ontcijferen.” Met de Smart*Light hoopt Dik de tekst zichtbaar te maken door op een specifiek element in te zoomen. “Wie weet ontdekken we zo nog eens de oudste Nederlandse tekst.”

“Een restauratieatelier lijkt steeds meer op een operatiekamer”

Vreemde partners
Dik is altijd op zoek naar nieuwe allianties en naar nieuwe analysetechnieken. Zo onderzoekt hij nu in samenwerking met Jeroen Kalkman het nut van optische coherentietomografie (OCT) voor kunstonderzoek. OCT is een infraroodtechniek waarmee afwijkingen in het netvlies in steeds meer detail zichtbaar zijn. Dik: “Met een OCT-scan maak je een soort dwarsdoorsnede van het netvlies. Wij bestuderen er vernislagen mee. Bijvoorbeeld om de verwijdering van een vernislaag bij een restauratie heel precies te volgen. Een restauratieatelier lijkt steeds meer op een operatiekamer.”

Gedeelde interesses vindt Dik ook bij het Nederlands Forensisch Instituut. “Er zijn belangrijke parallellen tussen kunsthistorisch en forensisch onderzoek. Een forensisch rechercheur krijgt ook vaak objecten met de vraag: wat is ermee gebeurd.” Het NFI ontdekte dat XRF een goede manier is om bloed- of spermasporen zichtbaar te maken, als de gebruikelijke UV-technieken falen, bijvoorbeeld op een diepzwarte ondergrond. En met XRF blijken ‘weggewassen’ of onder een verse verflaag verborgen kruitsporen toch zichtbaar.

In samenwerking met printbedrijf Océ 3D-printte Diks onderzoeksgroep een aantal oude schilderijen. De Joodse Bruid van Rembrandt siert nu een muur in het 3mE-genouw in Delft. De kopie is vele malen ‘echter’ dan een poster. De onderlaag is geprint met kunststof en geeft de kopie reliëf met dikke verfstreken en craquelé. “Het rood van de jurk is niet diep genoeg”, wijst kenner Dik. “Het lukt niet goed de kleur te imiteren, want die ontstaat ook door bepaalde pigmenten in de onderlaag.” Maar vooral de glans verraadt dat het een echte nepper is, vindt Dik. “De glans is overal even hoog terwijl die in het echte schilderij varieert. Een promovendus bestudeert nu glansverschillen in vernislagen, en hoe die schilderijen beïnvloeden.”

 “We willen vooral meer leren. Hoe snel verkleuren vernislagen? Hoe hard slijt zo’n laag en hoe verandert de glans in de loop der tijd? En met een print kun je een beeld scheppen van het effect van een restauratie. Vergis je niet: discussies over wat het echte origineel is en of je dat moet herstellen, kunnen echt héél heftig zijn in de kunstwereld. We kunnen dan bijdragen door een idee te geven van