Argentijnse delta kan leren van Nederlands poldermodel

In de delta van de Rio Paraná komen natuurlijke, industriële en urbane dynamiek frontaal met elkaar in botsing. Gebrek aan participatie bij de planning ligt aan de basis van het probleem, constateert Verónica Zagare in haar promotieonderzoek. Een Argentijnse versie van het Hollandse poldermodel zou een uitweg kunnen bieden. 

Image: Paraná Delta, by Veronica Zagare

De Lagere Paraná Delta in Noord-Argentinië is een estuarium met grote natuurwaarden. Vissen en vogels hebben hun broedgebieden rond de vele eilanden en wetlands. Tegelijkertijd vindt er op grote schaal ontbossing plaats en rukt de stedelijke bebouwing ongecontroleerd op. Grote havens en industriecomplexen die langs de rivier gelegen zijn, vragen voortdurend om meer ruimte. Dat gaat niet zonder problemen. Elke keer wanneer er een stormwind opsteekt vanuit het zuidoosten kan de rivier zijn water niet meer kwijt. Daardoor ontstaan er overstromingen, met steeds vaker grote schade tot gevolg. Dat komt doordat er meer bebouwing staat, of doordat ongestructureerde ingrepen in het landschap afwatering soms onmogelijk maakt. “We zouden naar een adaptieve aanpak toe moeten in de planning van bebouwing, maar dat blijkt in de praktijk lastig te realiseren”, vertelt Zagare. “Onze wet- en regelgeving is daarvoor te gefragmenteerd.” 

Iedere stad hanteert zijn eigen regels en streeft zijn eigen belangen na. Er is wel een overkoepelend plan ontwikkeld door de rijksoverheid en de drie deltaprovincies. Na tien jaar is het echter nog steeds niet gelukt om dat te implementeren. Bovendien gaat het plan vooral over behoud van het eilandengebied in de delta. De kunst is vooral een balans te vinden tussen alle verschillende belangen. Feitelijk is dat de grote uitdaging voor delta’s wereldwijd. 

In haar proefschrift ‘Towards a Method of Participatory Planning in an Emerging Metropolitan Delta in the Context of Climate Change. The Case of Lower Paraná Delta, Argentina’ verzamelde Zagare een schat aan data over het deltagebied. Die gebruikte ze om voor enkele stedelijke gebieden in de Lagere Paraná Delta planningsscenario’s te ontwikkelen. Ze organiseerde vervolgens workshops, waarin lokale overheden, belangengroepen, industrie, boseigenaren en milieubeschermers de kans kregen te brainstormen over telkens drie verschillende scenario’s voor hun regio. Zagare: “Door het aan te pakken vanaf een lokaal niveau, zit je dichter op het probleem en begrijp je ook elkaars belangen beter. Het ontbreekt in Argentinië aan een dergelijk platform voor debat.”

Ze vergeleek ook de praktijk in de Rijn-Maasdelta en de Pearl River Delta met die in de Paraná Delta. Daaruit blijkt dat de centralistische Chinese aanpak minder effectief is dan het geïntegreerde Nederlandse beleid, met zijn centrale rol voor waterschappen. “In het Nederlandse model zijn kennis, overleg en participatie de zuilen waarop alles rust. Dat is een effectieve weg voor ruimtelijke planning in een delta.” Kortom, het poldermodel is zo gek nog niet.