Iran gold ten tijde van de sjah als een snoepwinkel voor westerse planners, maar dat hield abrupt op na de islamitische revolutie. In haar promotieonderzoek constateert Elmira Jafari dat er geen sprake was van blinde imitatie van Amerikaanse en Europese planningsidealen. En dat het huidige Teheran wel wat westerse ideeën kan gebruiken om de stedenbouwkundige chaos te beteugelen.

Iran vierde hoogtijdagen in de tweede Pahlavi-periode (1941-1979). Tijdens het bewind van sjah Mohammed Reza Pahlavi bloeide de olie-economie en streken veel buitenlandse bedrijven neer in het land. Daaronder ook stedenbouwkundigen, die hielpen om de explosieve groei en transformatie van hoofdstad Teheran in goede banen te leiden. Vooral in de jaren en zeventig speelden zij een rol bij diverse grootschalige stadsontwikkelingsprojecten. Die zouden de stad veranderen van een historische stad met een sterk religieus stempel in een moderne, seculiere metropool. “Maar dat betekent niet dat planning een puur westerse aangelegenheid was. Iraanse stedenbouwkundigen speelden een cruciale rol”, vertelt Jafari. “Zij hadden weliswaar vaak gestudeerd aan Amerikaanse of Europese universiteiten, maar werkten ter plaatse actief samen met plaatselijke beleidsmakers en politici. Dat resulteerde in Teheran in een heel eigen planningssysteem.”

Transnationaal

De promovenda bekijkt de stedelijke ontwikkeling van Teheran nadrukkelijk vanuit een transnationaal perspectief. Daarbij gaat het om het samenspel tussen de lokale, nationale en wereldwijde netwerken bij grensoverschrijdende praktijken. Uit archiefonderzoek blijkt dat elke stap van de stedenbouwkundige ontwikkeling werd beïnvloed door internationale planningstradities, maar ook door de lokale politieke en sociale agenda. Zo had in het Eerste Teheran Masterplan (1966-1969) het beroemde Amerikaanse bureau Victor Gruen Associates in theorie de leiding. Maar lokale partijen gebruikten de uitgangspunten van dit bureau ook om hun eigen ideeën vorm te geven. Planning van woonwijken rond grootschalige winkelcentra hielp om het consumentisme aan te wakkeren en dat is duidelijk op Amerikaanse voorbeelden geïnspireerd. Maar stedenbouwkundigen speelden met hun langetermijnstrategieën ook proactief in op de sociale, economische en politieke uitdagingen van de toekomst, constateert Jafari. En dat deden ze zonder hun afkomst te verloochenen. “Je ziet bijvoorbeeld dat ze uitgerekend een stuk grond in het hart van Teheran kozen voor het nieuwe Central Business District dat tussen 1975 en 1980 werd gebouwd. Het hart van de Iraanse maatschappij werd op die manier gekoppeld aan wereldwijde ontwikkelingen: het werd feitelijk een internationaal centrum.”

Ook de moderne infrastructuur, woonconcepten en wolkenkrabbers die overal opschoten werden ingekapseld in typische lokale concepten, constateert ze. De belangen van uiteenlopende sociale groepen werden op die manier gediend.

‘Westerse urbane luxe’

Op het eerste gezicht is dat positief, maar de islamitische regering die in 1979 de macht greep zag dat anders. De grote schoonmaak die zij uitvoerden tegen “westerse urbane luxe” leidde niet alleen tot een uittocht van internationale bureaus, maar ook tot marginalisering van lokale planners. Het nieuwe regime richtte zich vooral op de arme stedelijke bevolkingsgroepen. Door grond zeer goedkoop uit te geven aan iedereen die een eigen huisje wilde, kreeg dit deel van de bevolking nieuwe kansen. Maar dat zorgde ook voor een ongebreidelde groei van de bebouwing. Langetermijnplanning kwam er niet aan te pas. De oorlog met Irak (1980-1988) verergerde de chaotische groei, omdat miljoenen mensen vanuit de getroffen gebieden naar de hoofdstad trokken.

Vandaag de dag worden stedenbouwkundigen en architecten alleen ingeschakeld voor uitvoeren van technische opgaven. Bij langetermijnplanning worden ze niet betrokken, de markt bepaalt grotendeels wat er gebeurt. Recente sociale woningbouw in en rond Teheran laat een onsamenhangend geheel van geïsoleerde torenflats zien. Werkgelegenheid is er niet, stedelijke voorzieningen ontbreken en voor het milieu is geen aandacht. Dat is slecht voor het functioneren van samenleving op lange termijn, constateert Jafari. “Stedenbouwkundigen moeten daarom vechten voor hun recht om te plannen. Zonder planning ontbreekt de katalysator voor ontwikkelingen waarvan iedereen profiteert.”

Gepubliceerd: augustus 2022

Meer informatie

Lees het volledige proefschrift ‘The making of the Modern Iranian Capital: On the Role of Iranian Planners in Tehran - Master Planning at a Time of Urban Growth and Transnational Exchange (1930-2010)’

Klik hier voor de link naar de repository.

/* */