Nieuwe geveltechnologie kan bijdragen aan een duurzaam gebouwde en kwalitatief hoogstaande leefomgeving. In hoeverre is de toepassing ervan door architecten een kwestie van smaak? Met zijn onderzoek verkent Alejandro Prieto Hoces de esthetische waardering van gevels als handvat voor innovatie. Hij vroeg 34 Nederlandse ontwerpbureaus: wat maakt een gevel mooi?

Prieto Hoces leidt de Architectural Facades & Products Research Group aan de Faculteit Bouwkunde. Als zodanig is hij geïnteresseerd in de vraag wat voor geveltechnologie aansluit bij de behoeften van ontwerpers van gebouwen. Voor het eenjarige door NWO gefinancierde project Pretty Face – Exploration of aesthetics in façade design bezocht hij in 2020, nog net voor de uitbraak van de coronaepidemie, meer dan dertig Nederlandse ontwerpbureaus. “Aan de hand van vragenlijsten vroeg ik junior en senior ontwerpers onder meer naar hun ontwerpbenadering, de rol die gevels hierin spelen, en de geveleigenschappen die ze belangrijk achten. De hamvraag was telkens: wat maakt een gevel mooi?”

Smoel

Omdat er open vragen zijn voorgelegd heeft de onderzoeker de antwoorden onderverdeeld naar intrinsieke (fysieke) eigenschappen en meer extrinsieke (sociale en psychologische) eigenschappen. “Sommige ontwerpers gaven bijvoorbeeld aan dat ze een gevel mooi vinden als er een relatie wordt gelegd met de omgeving of als de gevel uitstraalt dat er menselijke arbeid aan ten grondslag ligt.”
De vaakst genoemde schoonheidsfactor is de plasticiteit van een gevel en, als onderdeel hiervan, de manier waarop de gebruikte gevelmaterialen het gebouw een smoel geven. “Zo gaven verschillende respondenten aan dat zij het waarderen als de uitstraling van een gevel verandert naarmate de afstand wijzigt die de waarnemer tot de gevel heeft. Of wanneer de uitstraling verandert in relatie tot het veranderende daglicht. Ook wordt ‘eenvoud’ meermaals geprezen als een esthetische kwaliteit.”

Niet onbelangrijk, zegt de onderzoeker, is dat lang niet alle architecten hun esthetische voorkeuren als leidraad voor hun gevelontwerpen beschouwen. “Waar sommige architecten juist heel uitgesproken zijn over hoe ze iets moois willen ontwerpen, zijn er ook genoeg die aangeven dat een goed ontwerp voortkomt uit het voldoen aan de eisen die aan de kwaliteit, het gebruik of het duurzaamheidsgehalte van een gebouw worden gesteld. “Mijn indruk is dat Nederlandse architecten tamelijk pragmatisch ingesteld zijn.”

Volgende stap

Al met al levert het onderzoek een eerste indruk op van aandachtspunten voor bedenkers en producenten van geveltechnologie. Hoe kunnen zij rekening houden met de smaak en voorkeuren van architecten zodat nieuwe, meer duurzame producten door ontwerpers worden omarmd? De volgende stap houdt in dat ook niet-ontwerpers aangeven wat voor gevels zij mooi vinden en waarom zij dat vinden. De oogst van het éénjarige project wordt daarom gebruikt voor een grootschaliger onderzoek, vertelt Prieto Hoces. “Met de input van de architecten maken we een database met verschillende typen gevels en hun esthetische eigenschappen. In samenwerking met ArchDaily, een internationaal architectuurplatform, zetten we in de loop van dit jaar een enquête uit waarin we in feite iedereen met belangstelling voor architectuur esthetische keuzes voorleggen op basis van verschillende geveleigenschappen. Ik hoop op respons uit alle delen van de wereld.”