Israëlische nederzettingen zijn niet alleen internationaal omstreden, ze zijn ook oersaai qua architectuur en stedenbouw. Verregaande privatisering en neoliberale politiek zijn deels verantwoordelijk, zegt Gabriel Schwake. Geen wonder dat ook elders mensen in zielloze blokkendozen wonen.

In het gebied waar de Trans-Israel Highway ('snelweg 6) het noorden en het zuiden van het land verbindt, schoten sinds 1977 nederzettingen als paddenstoelen uit de grond. Het begon als een pure overheidsoperatie, maar vanaf halverwege de jaren '80 laat de Israëlische staat de uitbreidingen over aan de markt. Zelfs de aanleg van de snelweg, die vlak langs de grens met de bezette Westelijke Jordaanoever loopt, was een private klus: marktpartijen die de bouw financierden heffen er nu tol. “Opmerkelijk is dat de Israëlische overheid een zaak met een geopolitiek belang – de nederzettingenpolitiek – overlaat aan private partijen”, zegt Schwake. “Hoewel dat geldt als een neoliberale aanpak is van minder staatsinvloed geen sprake. Integendeel, die werd juist versterkt.”

Levenskwaliteitkolonisten

De nederzettingen langs de centrale verkeersader zijn niet de bolwerken van fanatieke kolonisten, zoals dieper in de West-Bank of – vroeger – de Gaza-strook. Ze liggen deels aan de Israëlische kant van de grens en lijken eerder op de suburbane buurten waarin de Amerikaanse of Nederlandse middenklasse woont. En dat is precies het marktsegment waarvoor ze worden ontwikkeld: gematigde, seculiere middengroepen. “Levenskwaliteitkolonisten”, zo omschrijft Schwake ze. De eerste bewoners waren vooral mensen met goede connecties – via vakbond, leger of politieke partijen – en de bevolkingssamenstelling was zeer homogeen. Toen grote ondernemingen de bouw overnamen gaf het ministerie van Woningbouw duidelijke richtlijnen mee over de gewenste bevolking. Ze wilde meer middenklasse, advertenties voor de projecten waren alleen toegestaan in twee kwaliteitskranten. Dure laagbouw werd als eerste gebouwd, om de gegoede burgerij te trekken, de rest zou vanzelf volgen – ook als het goedkopere flatjes betrof.
Schwake, die zelf als architect en stedenbouwkundige werkte in Israel, verbaasde zich over de matige kwaliteit van de architectuur. Consumentgerichte oplossingen halen het er niet, kopers hebben geen invloed op het uiterlijk van hun toekomstige huis. De architecten evenmin, zij moeten simpelweg de tekening leveren voor een plan dat vastligt. Waarom? Omdat voor de betrokken ontwikkelaars en bouwers winstmaximalisatie voorop staat, gelooft hij. Als dat kan met weinig inspanning, heeft dat de voorkeur. “Mensen kopen toch wel, zeker na de kredietcrisis van 2008”, zegt Schwake. “Een huis kopen is een veilige belegging. Wat telt is het aantal vierkante meters, keuze is er toch nauwelijks.”
Wáár de huizen worden gebouwd is in Israel een kwestie van geopolitieke overwegingen; de regering consolideert er annexaties mee. De manier waarop ze worden gebouwd bepaalt de markt, binnen de restricties die de staat aangeeft. De overheid houdt bovendien controle doordat slechts een paar grote concerns het recht krijgen de locaties te ontwikkelen. En dat werkt standaardisatie in de hand, constateert Schwake. Want eenvormigheid is voor de marktpartijen de makkelijkste manier om winst te maken. “Het is dezelfde methode die producenten van spijkerbroeken gebruiken om hun product wereldwijd te verkopen.” Eenvormigheid wordt in Israel makkelijk geaccepteerd omdat een nationale stijl van bouwen ontbreekt. Het is immers een immigrantenland zonder een door de eeuwen heen gegroeide cultuur. 

Fragmentatie

Is het dus een typisch Israëlisch probleem? Zeker niet. Een rijtjeshuis in Nederland verschilt weliswaar van dat in Duitsland, maar het 'thuis' van een doorsnee burger van een land ziet er precies hetzelfde als die 'veilige haven' waar medeburgers in wonen. Kijk naar de VINEX-wijken.
Volgens Schwake zal er alleen iets veranderen aan de deprimerende saaiheid in de woningbouw als beleidsmakers het monopolie van de grote marktpartijen breken. Dus: de gronduitgifte fragmenteren en actief de toetreding van kleine ontwikkelaars bevorderen die de wensen van de woonconsument centraal stellen. “Als je één partij duizend woningen laat bouwen, zullen ze er alle duizend min of meer hetzelfde uitzien. Honderd ontwikkelaars leveren honderd verschillende woningtypen en zorgen voor werkelijke keuzemogelijkheden. Dát is sociaal duurzaam ontwikkelen.”