Nieuws

December 2016

Promotie Frederika Welle Donker: Open data nog vaak moeilijk te traceren

Open data - door overheden vrij beschikbaar gestelde gegevens - zijn vaak te lastig vindbaar en dragen daardoor minder bij aan de economie dan verwacht. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Frederika Welle Donker. Volgens haar moet de overheid haar eigen gegevens beter ordenen en bij het beschikbaar stellen ervan nauwer samenwerken met het bedrijfsleven. Lees verder

Augustus 2016

Kenniscentrum onderzoekt high valua-data in opdracht van ministerie van BZK

Het ministerie van BZK heeft het Kenniscentrum Open Data een onderzoek gegund naar de maatschappelijke kosten en baten van het beschikbaar stellen van high value-data op verschillende kwaliteitsniveaus. Naast een internationaal vergelijkend literatuuronderzoek over de kosten (ontsluitingskosten, infrastructuurkosten en operationele kosten) en baten (maatschappelijke en economische impact) zal een maatschappelijke kosten-batenanalyse worden gemaakt van een aantal high value-datasets.

Het kabinet heeft de ambitie om zoveel mogelijk overheidsgegevens die zich daarvoor lenen, als open data beschikbaar te stellen. Daarbij geeft het kabinet prioriteit aan 'high value'-datasets (datasets met hoge waarde voor de samenleving, zoals de Basisregistratie Adressen Gebouwen, en de kadastrale kaart). Bij het beschikbaar stellen van data wordt prioriteit gegeven aan de ontsluiting van deze datasets.

Juli 2016

Uitbreiding Kenniscentrum Open Data

 

Glenn Vancauwenberghe is per 1 juli gestart als nieuwe medewerker van het Kenniscentrum Open Data. Vancauwenberghe en het Kenniscentrum Open Data hebben van de Europese Unie een Marie Curiebeurs toegekend gekregen van € 165.000. Dit bedrag is beschikbaar voor een tweejarig onderzoek naar de impact van uiteenlopende governancemodellen voor het beschikbaar stellen van open geo-data in Europa. Het gratis beschikbaar stellen van door de overheid verzamelde geografische data aan bedrijven en particulieren is onderdeel van de Digitale Agenda van de EU en uitgewerkt in de Richtlijn INSPIRE (Infrastructure for Spatial Information in the European Community). Er is echter nog weinig inzicht in het effect van opendata-initiatieven, wat verdere implementatie van opendatabeleid beperkt.

In twee landen waar open data al in vergaande vorm beschikbaar zijn, maar daarbij een uiteenlopende aanpak hanteren – Nederland en Groot-Brittannië – zal Vancauwenberghe enkele casestudy’s uitvoeren. Daarbij zal hij nauw samenwerken met het ministerie van BZK en het Britse Open Data Institute (OID) in Londen. Met de resultaten zouden overheidsinstellingen de maatschappelijke voordelen van hun opendatabeleid moeten kunnen vergroten.

Vancauwenberghe is geen onbekende in de opendata-onderzoekssector: hij heeft diverse wetenschappelijke publicaties over open data en opendatabeleid op zijn naam staan. In 2013 promoveerde hij op het onderwerp coördinatie binnen de geografische data-infrastructuur.

Scheepvaartgegevens RWS binnenkort open data?

Het Kenniscentrum Open Data (Bastiaan van Loenen en Hendrik Ploeger – Sectie GiGb)) start samen met het Geo-Database Management Centre (Wilko Quak (projectleider) en Peter van Oosterom – Sectie GISt) met een onderzoek in opdracht van Rijkswaterstaat naar het gebruik van scheepvaartdata voor andere doelen dan waar ze oorspronkelijk voor verzameld worden, zoals voor onderzoek, statistieken of modellen. Daarmee zouden deze gegevens ook voor derden beschikbaar komen. Het gaat om data die sinds 2003 gegenereerd worden door het Automatic Identification System (AIS), gebaseerd op transpondertechnologie: schepen hebben voor hun veiligheid onderling en met de wal via dit systeem contact.

Breder gebruik van deze gegevens vereist voldoende anonimisering in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de nieuwe Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Knelpunten zijn echter dat met aanvullende gegevens de data misschien toch nog door derden te de-anonimiseren zijn. Anderzijds zijn de data na vergaand anonimiseren en versleutelen (pseudonimiseren) voor RWS en andere geïnteresseerden waarschijnlijk niet voldoende bruikbaar. Het doel van het onderzoek is dan ook om inzicht te krijgen in hoeverre de data geanonimiseerd kunnen worden en hoe bruikbaar ze dan nog zijn voor verder gebruik. Verschillende manieren van anonimiseren en pseudonimiseren zullen worden getest. Ook het juridisch kader waarin het anonimiseren en het eventueel publiceren van de gegevens plaatsvindt, wordt geïnventariseerd.

Toekomst voor elektronisch afhandelen vastgoedtransacties

Onlangs is de sectie Geo-informatie en Grondbeleid samen met de Rijksuniversiteit Leiden gestart met onderzoek naar de stand van zaken rond digitalisering van kadasters en openbare registers in lidstaten van de Europese Unie. Het Centre for Safety and Security van de Strategische Alliantie Leiden-Delft-Erasmus heeft daarvoor in 2015 subsidie toegekend.

Digitalisering van systemen van kadasters en openbare registers maakt een volledig elektronische afhandeling van vastgoedtransacties mogelijk. Deze ‘e-conveyancing’ biedt veelbelovende perspectieven voor het faciliteren van de grensoverschrijdende vastgoedmarkt. Naast voordelen als kostenbesparing en een versnelling van het rechtsverkeer van registergoederen, zijn er ook risico´s zoals fraude, die tot een minimum beperkt moeten worden.

Momenteel wordt de stand van zaken van e-conveyancing binnen de EU geïnventariseerd alsmede de vraagstukken op het gebied van cyber security. De tweede fase zal een verdiepend karakter hebben, als basis voor een nader uit te werken promotieonderzoek.

Sector moet juridische beveiliging open data zelf oppakken

Onder leiding van Damian Clifford van de KU Leuven vond op het Computers, Privacy and Data Protection (CPDP) congres in januari in Brussel de goed bezochte panelbijeenkomst ‘Data protection and open data in the smart city environment’ plaats, het onderzoeksthema van PhD Lorenzo dalla Corte (Kenniscentrum Open Data). Hij was dan ook de initiatiefnemer van dit panel. Ook drie andere panelleden (Rosana Lemut Strle, Fidel Santiago and Paolo Balboni) verzorgden een presentatie. Het CPDP is het grootste congres op het gebied van databeveiliging.

In hun presentaties wezen de panelleden op de gevaren van grootschalige smart technologies, dat systeemontwerpen die daar voldoende tegen bestand moeten zijn en dat de sector zelf actief een gedegen juridisch kader zal moeten afdwingen. De panelleden benadrukten in hun presentaties het probleem dat er nog steeds geen eenduidige oplossing is voor het in balans houden van de belangen van het vrij beschikbaar stellen van data enerzijds en het recht op privacy en het beschermen van persoonsgebonden data anderzijds. De discussie leidde tot de oproep om af te stappen van het zo maar vrijgeven van data zonder er meer naar om te kijken en over te stappen op een systeem dat ongewenste identificatie en misbruik in ieder geval verkleint.

Bastiaan van Loenen: “Nederland leidend in de wereld met open geo-data”

In de digitale nieuwsbrief ‘Open data in perspectief - Resultaten van samenwerking’ naar aanleiding van het opheffen van het Doorbraakproject Open Data komt Bastiaan van Loenen aan het woord over open data versus privacy. Van Loenen (Kenniscentrum Open Data TU Delft) was lid van het Doorbraakproject. “Nederland is nu leidend in de wereld als het gaat om open geo-data, zowel qua actualiteit, volledigheid als dichtheid. We hebben willen voorkomen dat het opendatabeleid aanbodgedreven zou blijven. De gebruikersgroep is zeker groter geworden. Ook steeds meer burgers blijken raad te weten met opendatabestanden.”….“Door de enorm toegenomen computerkracht, de datamining-technieken en de steeds grotere hoeveelheid open data kunnen er combinaties gemaakt worden die echter inbreuken op de privacy opleveren. Dit heeft gevolgen, zelfs voor de geodata en er dreigt onverenigbaarheid van privacy en open data.”

Van Loenen ziet wel degelijk mogelijkheden om uit dit dilemma te komen. In een onlangs gepubliceerd artikel in het blad Government Information Quarterly pleit hij samen met Stefan Kuik en Hendrik Ploeger voor ofwel het categoriseren van soorten Open Data, ofwel het leggen van de verantwoordelijkheid voor het beschermen van de privacy bij de (her)gebruiker. “Bijkomend voordeel van dit principe is dat de mogelijke reserves die hier of daar nog bestaan bij de overheid tegen het openstellen van datasets, weggenomen worden.”

http://emagazine.doorbraakmetopendata.nl/open-data-in-perspectief     

Drempelvrij aanbod Handelsregister

Minister Kamp van Economische Zaken wil binnen een jaar invulling geven aan het meer drempelvrij aanbieden van informatie uit het Handelsregister. Aangezien de informatieproducten van de Kamer van Koophandel jaarlijks ongeveer € 50 miljoen aan omzet opleveren, vergt het aanbieden van deze data volgens de minister wel “primair een discussie hoe we het Handelsregister, en breder, de basisregistraties in Nederland willen financieren”. Op een later tijdstip kan volgens de brief van de minister aan de Tweede Kamer “een goed onderbouwde, meer fundamentele discussie worden gevoerd over hoe we in Nederland de basisregistraties willen financieren en hoe open data en privacy zich tot elkaar zouden moeten verhouden”.

De wens van de minister is gebaseerd op het onderzoeksrapport Ontsluiten handelsregister met open data nader belicht (2016), opgesteld door het Kenniscentrum Open Data in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, dat op 4 juli door de minister is aangeboden aan de Tweede Kamer. Het rapport van het Kenniscentrum is een uitgebreide second opinion van het rapport van de Kamer van Koophandel ‘Verkenning naar de mogelijkheden om openbare gegevens uit het Handelsregister als open data beschikbaar te stellen’. Het rapport van het Kenniscentrum belicht een aantal aannames, vergelijkt een aantal varianten van opendata-aanbod en licht de aanpak van een aantal handelsregisters in andere landen toe.
2016 Eindrapport Ontsluiten handelsregister

Kenniscentrum Open Data ontwikkelt beslisboom voor RIVM

In opdracht van het RIVM heeft het Kenniscentrum Open Data een Beslisboom open data en de daaraan gekoppelde ontsluitingsstrategieën beschreven. Aan de hand van deze beslisboom is juridisch af te wegen welke gegevens uit de organisatie als open data beschikbaar gesteld kunnen worden. De beslisboom vormt een onderdeel van de samenhangende afwegingskaders, processen en een raamwerk voor datamanagement, weergegeven in het rapport RIVM open data (2016).

Het RIVM heeft een brede publieke taak en genereert een grote hoeveelheid uiteenlopende informatie op het gebied van volksgezondheid, infectieziekten, het milieu en genetische bronnen. De nieuwe Wet hergebruik overheidsinformatie (Who) die in 2015 in werking is getreden, stelt weliswaar een minimumpakket aan voorschriften vast voor het hergebruik van overheidsinformatie, maar is niet van toepassing op onderzoeksinstellingen, zoals het RIVM.

Het rapport van het Kenniscentrum bevat een gedegen analyse van het juridisch kader voor vrijgeven van persoonsgebonden gegevens, en gaat daarmee verder dan de Handleiding open data van het Ministerie van BZK. Zo zal voor hergebruik van RIVM-data geen speciaal verzoek aan de organisatie nodig hoeven zijn, maar moeten de bestanden op een algemeen toegankelijke plaats voor iedereen beschikbaar zijn. Eventuele gronden voor het niet beschikbaar te stellen moeten actief kenbaar worden gemaakt. Gebruikers moeten fouten kunnen terugmelden.

De beslisboom houdt rekening met al deze factoren en biedt een kader met criteria om te bepalen of sprake is van intellectuele eigendomsrechten van derden of dat derden onevenredig in hun belangen worden geschaad door het beschikbaar stellen van RIVM-data. Als hoofdregel geldt dat als een bestand persoonsgegevens bevat, er geen sprake kan zijn van open data.

Naast de juridische toets zijn ook specifieke technische eisen en mogelijke diensten beoordeeld, de formaten waarin en niveaus waarop data beschikbaar worden gesteld en de transactiekosten van het actief beschikbaar stellen van open data op verschillende niveaus.
RIVM Open Data

Aanbevelingen voor een beter opendataproces

Vergeleken met onderzoek uit 2014 scoren de 20 meest bezochte datasets dit jaar beter, zo blijkt uit het rapport Stand in open dataland 2016 van het Kenniscentrum Open Data. Een groot deel van de aanbevelingen die in 2014 zijn gedaan, gelden echter ook nog in 2016. Enkele daarvan zijn:

  • Input en betrokkenheid van gebruikers genereren op alle niveaus (variërend van een gebruikersgroep of opendataplatform tot het faciliteren van feedback op kwaliteit van data).
  • Het gebruik ondersteunen door het aanbieden van aanvullende informatie, helpdesks, apps en filmpjes.
  • Het aanstellen van een Nationaal Coördinator Open Data (NCO) als nationaal beleidsverantwoordelijke voor de gehele overheid, met voldoende mandaat en middelen.
  • Vergroten van de bekendheid van beschikbare overheidsdata door in de catalogus data.overheid.nl alle bij de overheid aanwezige datasets (ook de niet-open data) proactief worden gepubliceerd met goede metadata.
  • Uitbreiden van opendatawetgeving naar sensorgegevens(denk aan luchtkwaliteitsmeting, KNMI-metingen van de staat van de atmosfeer, detectielusgegevens van RWS over verkeersstromen).
  • Zorgdragen voor een duurzame toegankelijkheid van beschikbare open data. Dit kan door de bron vanwaar de dataset beschikbaar wordt gesteld niet te wijzigen maar duurzaam vast te leggen (bijvoorbeeld via een URI-strategie) zodat ook historische versies beschikbaar blijven.
  • Licenties en eventuele beperkingen duidelijk kenbaar maken. Het ontbreken of het verbergen daarvan in een disclaimer schept onduidelijkheid voor gebruikers.
  • Evaluatie van de verstrekkingskosten van de BAG.
  • Metadata verder verbeteren (zoals machineleesbaar maken) door afspraken te maken over de wijze waarop de metadata gestandaardiseerd ingevuld moeten worden.
  • Meten van het gebruik van open data. Een eerste stap is het bijhouden van webstatistieken.

RIVM Open Data 2016

Privacy en open bedrijfsdata onderwerpen wetenschappelijke publicaties

Recent zijn twee wetenschappelijke artikelen verschenen van de hand van enkele onderzoekers van het Kenniscentrum Open Data, één over de privacyregels die opendatagebruik bedreigen en één over het resultaat van het vrijgeven van bedrijfsdata.       

Privacyregels bedreigen opendatagebruik

Het opendatabeleid van de Europese Unie is gericht op het stimuleren van hergebruik van overheidsdata door bedrijven, organisaties en particulieren voor commerciële producten en diensten. Combinaties van data met een ruimtelijke component kunnen onbedoeld persoonlijke gegevens blootleggen. Dat de privacy niet in het geding mag komen, is vastgelegd in de EU-richtlijn Hergebruik overheidsinformatie. Dat laatste is echter met ruimtelijke data vaak wel het geval, waardoor privacy een serieuzere beperking in het beschikbaar stellen van open data vormt dan tot nu toe gedacht. Het kan zelfs leiden tot het niet beschikbaar stellen van data.

Twee opties zijn volgens de auteurs denkbaar om data openbaar te houden: minder strikte regelgeving op het gebied van datagebruik of de verantwoordelijkheid op het gebied van privacybescherming bij de datagebruiker leggen. Wellicht kan tussen deze twee opties een middenweg gevonden worden. Hoe dan ook vraagt het concept ‘persoonlijke data’ om een aanpassing, ook binnen ruimtelijke data.

(Bastiaan van Loenen, Stefan Kulk & Hendrik Ploeger, Data protection legislation: A very hungry caterpillar: The case of mapping data in the European Union, in Government Information Quarterly, online sinds 30 april.)

Voordelen van open bedrijfsdata

Meer en meer overheden stellen hun onderzoeksdata als open data gratis beschikbaar op internet. Dat moet resulteren in meer transparantie van bestuur en in maatschappelijk en economische voordelen voor de samenleving dankzij hergebruik voor nieuwe doeleinden. Naast overheden bieden ook enkele bedrijven inmiddels hun data gratis aan, vaak met als doel het verlagen van bedrijfsproceskosten en het genereren van feedback van afnemers op hun diensten een rol.

Het vrijgeven van data zou in eerste instantie tot meer downloads, meer bezoek aan de website van de aanbieder, meer communicatie tussen de verstrekker en de gebruikers van de data en meer communicatie tussen de gebruikers onderling moeten leiden.

Voor energiebedrijf Liander heeft het vrijgeven geleid tot lagere transactiekosten voor zowel klanten als het bedrijf zelf. Ook lijkt het erop dat de open data door klanten gebruikt worden om het eigen energiegebruik te volgen en heeft de eerste opendataset geleid tot de vraag naar geaggregeerde energieconsumptiedata en data over energieproductie van windmolens en pv-panelen. Tot meer communicatie met en tussen afnemers heeft het vrijgeven echter nog niet noemenswaardig geleid: er zijn geen nieuwe gebruikersgroepen opgericht en het beroep op de helpdesk is niet gedaald.

 

(Frederika Welle Donker, Bastiaan van Loenen & Arnold Bregt, Open Data and Beyond, International Journal of Geo-Information 5 (4), 2016.)

November 2015

Onderzoeksprogramma SPOW van start

De TU Delft en Tilburg University zijn samen met elf partners uit het bedrijfsleven en de publieke sector gestart met het onderzoeksprogramma Safeguarding data Protection in an Open data World (SPOW), een van de projecten van het Maps4Society-programma. SPOW gaat op zoek naar de balans tussen privacy en het beschikbaar stellen van open overheidsdata op het terrein van transport, energie en gezondheid, specifiek in het kader van smart cities.

Het EU-opendatabeleid is gericht op het stimuleren van hergebruik van door de overheid verzamelde data, waaronder veel data met een ruimtelijke component. Het sterk groeiend aantal open databestanden, geavanceerde analysetechnieken en krachtiger computers vergroten in snel tempo de kans dat open data privacygevoelige gegevens worden. Gezien het belang van open data voor de ontwikkeling van smart cities, moeten beschikbaarheid van open data en privacygaranties van personen in samenhang juridisch geregeld worden, ook onder zich snel ontwikkelende technologische verbeteringen.

Meer informatie: www.bk.tudelft.nl/spow

September 2015

Inzicht in opendata-licenties wereldwijd

De Legal and Socioeconomic Committee, onderdeel van de Global Spatial Data Infrastructure Association, onderzoekt de mogelijkheden voor onbelemmerde internationale uitwisseling van geo-data. Als onderdeel daarvan probeert de werkgroep een beeld te krijgen van beleid en wetgeving alsmede economische kaders in afzonderlijke landen en groepen van landen, die de ontwikkeling van een wereldomspannende geo-data infrastructuur op enigerlei wijze beïnvloeden.

Bastiaan van Loenen en Joep Crompvoets zijn voorzitter van dit comité, dat een dialoog op gang wil brengen over het nu uiteenlopende beleid en juridische benadering van nationale overheden. Als eerste stap heeft het comité de Global Legal Interoperability Map of the world (GLIM) gemaakt, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke verschillende opendata-licenties voor geo-informatie er wereldwijd worden gebruikt. In 2015 zal de groep werken aan een overzicht van geoportalen en zal een wereldwijd overzicht worden gepresenteerd van de wijze waarop geo-informatie en privacywet- en regelgeving elkaar raken.

Meer informatie: http://www.gsdi.org/standingcomm/legal

Juni 2015

Wettelijke evaluatie Kadaster

Elke vijf jaar informeert het ministerie van IenM de Eerste en Tweede Kamer over het functioneren van het Kadaster conform de wettelijke evaluatie Kadaster. Het Kenniscentrum Open Data ondersteunt dit jaar voor een periode van zes maanden Andersson Elffers Felix Organisatie en Informatica Adviseurs die met de voorbereiding van deze ministeriële taak is belast. De werkzaamheden van het Kenniscentrum bestaan onder meer uit het becommentariëren van conceptdocumenten en het fungeren als klankbord voor de uitkomsten van het onderzoek.

April 2015

Bas Kok - In Memoriam

Op 23 april 2015 is onze gewaardeerde collega Bas Kok overleden. Als universitair hoofddocent, verbonden aan de afdeling OTB, was Bas de inspirator, drijvende kracht en directeur van het Kenniscentrum Open Data. Wij zullen hem en zijn enthousiasmerende inbreng erg missen.

Mr. ing. Bas Kok (17 juni 1946 - 23 april 2015)

Met het overlijden van Bas Kok heeft de geo-informatiesector, in Nederland en daarbuiten, een van zijn drijvende krachten verloren.

Bas begon zijn carrière bij het Kadaster, waar hij onder meer als projectingenieur aan ruilverkavelings- en herinrichtingsprojecten werkte. Als directeur van de Raad voor de vastgoedinformatie (Ravi) legde hij het fundament voor de wijze waarop de huidige informatievoorziening in Nederland is georganiseerd. Bij de Ravi organiseerde Bas het commitment voor de totstandkoming van de Structuurschets vastgoedinformatie in 1992. Zes kernregistraties werden geïdentificeerd die het hart vormen van wat we tegenwoordig het stelsel van basisregistraties noemen. De Ravi met Bas als directeur bleef gedurende de jaren negentig van grote invloed op de geo-informatievoorziening in Nederland. Bas vertegenwoordigde de sector in velerlei interdepartementale werkgroepen, onder meer op het gebied van e-overheid en authentieke registraties, initieerde beleid en onderzoek op het gebied van publiekrechtelijke beperkingen, kabel- en leidingenregistraties, en registratie van bodemverontreiniging. Het populaire vakblad VI matrix komt uit Bas’ koker, hij haalde het grootste internationale geo-informatiecongres naar Nederland en was een van de drijvende krachten achter het grootste kennisinnovatieprogramma dat de sector heeft gekend.

Bas acteerde niet alleen in Nederland maar besefte vroeg dat een goede geo-informatie infrastructuur (SDI) niet bij de landsgrens ophoudt. De toenemende invloed van ‘Europa’ onderkende hij met internationale vakgenoten en samen richtten zij in 1994 de European Umbrella Organisation for Geographic Information (EUROGI) op. Het was deze groep die aan de basis stond van wat uiteindelijk uitmondde in de Europese richtlijn INSPIRE: alom gezien als een best practice geo-informatievoorziening.  Mondiaal was Bas nauw betrokken bij de oprichting van de Global Spatial Data Infrastructure association (GSDI) waarvan hij van 2008 tot 2010 president was. Het jaarlijkse GSDI-congres is jarenlang het toonaangevende geo-evenement geweest waar vooral kennisuitwisseling over de governance van een SDI centraal stond.

De behoefte van Bas om ook kennis uit te wisselen met jonge talenten werd in 1998 geformaliseerd met een deeltijdaanstelling als universitair hoofddocent aan de Technische Universiteit Delft. De colleges Spatial data infrastructures, internationale ontwikkelingen op geo-informatiegebied, en de beoordeling van het succes van SDIs, heeft hij vijftien jaar lang met veel plezier en interactie verzorgd.

In 2010 begon Bas aan een nieuw avontuur: het Kenniscentrum Open Data waarin met acht partnerorganisaties wordt gewerkt aan kennisvraagstukken op het gebied van de governance van (open) geo-informatie. De startconferentie van het Kenniscentrum in 2014 kon hij tot zijn verdriet niet bijwonen. Zijn ziekte belemmerde hem echter niet om op de achtergrond de lijnen uit te zetten.

Na een voorspoedig genezingsproces stond Bas begin 2015 klaar om zijn oude leven weer op te pakken. De ziekte sloeg echter, tot verbijstering van Bas en iedereen die hem liefheeft, opnieuw toe.
Bas Kok overleed op 23 april in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam. Hij werd 68 jaar. 

De uitvaart is op vrijdag 1 mei om 13:30 bij de Nieuwe Oosterbegraafplaats, Kruislaan 126, 1097 GA Amsterdam.  

Maart 2015

Privacyaspect van open geografische data nog onderbelicht

Sinds de vaststelling van de EU Digitale Agenda in 2010 dienen overheden te werken aan het beschikbaar stellen van overheidsdata als open data zonder gebruiksbeperkingen, bij voorkeur gratis. Dit 'Open data, tenzij'-beleid zou voor alle overheidsdata gelden die geen persoonsgegevens bevatten. EU-richtlijn 95/46/EC definieert persoonsgegevens als "informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon". Deze richtlijn bepaalt ook dat persoonsgegevens alleen kunnen worden verzameld voor “welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden”. Aangezien bij open data een dergelijk expliciet en gespecificeerd doel ontbreekt, zijn persoonsgegevens per definitie niet als open data beschikbaar. Dat is de conclusie van het Kenniscentrum Open Data die Frederika Welle Donker presenteerde tijdens een workshop over de juridische consequenties voor het European Location Framework ELF in Warschau in februari 2015. Het bepalen welke data als persoonsgegevens beschouwd kunnen worden en welke niet, wordt volgens haar de belangrijkste uitdaging. “Aan de ene kant heeft de EU een prioriteitenlijst van potentiële opendatasets ontwikkeld, met name in het ruimtelijk domein en het aardobservatie- en milieudomein, terwijl de meeste van deze data als persoonsgegevens beschouwd kunnen worden. Zelfs als deze data geanonimiseerd of samengevoegd worden, zouden door een combinatie met andere data alsnog natuurlijke personen te identificeren zijn. Misschien nu nog niet, maar wel in de nabije toekomst.”

Ook big data, onder meer van belang voor het ontwikkelen van smart cities, kunnen onder die beperkingen lijden. Dat stelde Bastiaan van Loenen tijdens zijn presentatie op het Making sense for Society-congres in februari over de privacyaspecten van open data en de gevolgen voor smart cities. “Zelfs luchtfoto’s van gebouwen en landgebruikkaarten kunnen daardoor niet als open data worden gebruikt, tenzij een zeker aggregatieniveau wordt aangehouden, hoewel ook dat geen anonimiteit garandeert.” Van Loenen adviseert overheden om welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven legitieme doelen te formuleren om de richtlijn hanteerbaar te maken.

 

Het European Location Framework is een driejarig EU-programma en heeft het internationaal harmoniseren van open data als doel. Making sense for Society is een Living Lab dat een platform biedt aan bedrijven, kennisinstellingen en overheidsorganisaties die met sensoren en sensorweb werken of willen werken. Het lab is een initiatief van Geonovum.

 

 

Februari 2015

Duurzame businessmodellen voor open data

Voor publieke organisaties hoeft het beschikbaar stellen van open data geen negatief effect te hebben op de betaalde dienstverlening en producten. In een aantal gevallen zijn inkomsten uit betaalde diensten juist omhoog gegaan. De oorzaken van het uitblijven van een negatief effect zijn zeer divers. Dat blijkt uit onderzoek naar enkele bestaande verdienmodellen van vier overheidsdiensten en uitgevers. Inkomsten van uitgevers zijn gedaald, maar dat is niet eenzijdig toe te schrijven aan gratis data. Zowel van de publieke als de private organisaties verschuift de rol van dataverzamelaar naar aanbieder van kennis van de data en het ontwikkelen van tools om gebruikers beter te faciliteren bij het gebruik van de data. Een gegarandeerde inkomstenbron is echter wel een voorwaarde om open data duurzaam te kunnen aanbieden. Lees het rapport.
Lees het artikel 'Rol overheidsdiensten in aanbod van geo-data', OTB & Omgeving, kwartaal 1-2015