Distinguished Professor Smart Urban Mobility Serge Hoogendoorn droomde al jaren van een sensornetwerk voor onderzoek naar verkeersstromen. Dat het op de Delftse campus zelf zou komen, kwam niet in die droom voor. Een typisch geval van ‘never waste a good crisis’.

In januari 2007 staan Henk van Zuylen, Hans van Lint en Serge Hoogendoorn voor de ingang van een Sheraton Hotel een luchtje te scheppen. Ze zijn in Washington voor de 86e jaarlijkse bijeenkomst van de Transportation Research Board. Ze laten hun fantasie de vrije loop en filosoferen over de enorme mogelijkheden van een systeem waarin verkeersdata en verkeersmodellen samen komen in een virtuele 3D-omgeving. ‘Heel Nederland in een petrischaaltje’ grapt Van Lint, hoogleraar Traffic Simulation & Computing. ‘Kunnen we uitproberen wat innovaties op het gebied van verkeer en vervoer kunnen betekenen in onze strijd tegen files en het verbeteren van duurzaamheid en leefbaarheid’ roept Hoogendoorn Distinguished Professor Smart Urban Mobility. ‘Leuk plan’, zegt hoogleraar dynamisch verkeersmanagement Van Zuylen, ‘maar daarvoor hebben we simpelweg de sensortechnologie nog niet beschikbaar.’ 

Crowd Monitoring System

Daar wordt echter aan gewerkt. In 2015 ontvangt Hoogendoorn een ERC Advanced Grant voor vijfjarig onderzoek naar een verkeerstheorie voor voetgangers en fietsers. Het gedrag van langzaam verkeer blijkt veel complexer dan van snel verkeer. Het project heet ALLEGRO, een onorthodoxe afkorting van unrAvelLing sLow modE travelinG and tRaffic – with innOvative data. Dataverzameling is essentieel voor het project. Samen met onderzoekers Winnie Daamen, Dorine Duives en Alessandro Bozzon ontwikkelt Hoogendoorn een Crowd Monitoring Systeem, dat ze later dat jaar aan burgemeester Van der Laan presenteren tijdens SAIL, het maritieme evenement dat elke vijf jaar in Amsterdam plaatsvindt.

Met behulp van verschillende dataverzamelingstechnieken, zoals telcamera's of wifi-sensoren, krijgen ze inzicht in het publiek: wat de looptijden van de bezoekers zijn als ze van de ene locatie naar de andere lopen, waar het druk is en hoe de mensen zich over het terrein verspreiden. Maar ook hoe je social data kunt gebruiken om analyses te doen over het sentiment tijdens het evenement. “Big Brother is watching Sail” kopt het Noord-Hollands Dagblad. De burgemeester is enthousiast en ziet de mogelijkheden voor de brede inzet van een dergelijk systeem bij het beheersen van evenementen in de stad: ‘Hoe mooi zou het zijn als we ook andere verkeers- en vervoersstromen zouden kunnen visualiseren en relaties tussen de verschillende stromen leggen’, zegt hij. ‘Of als we dat een half uur of een dag vooruit zouden kunnen voorspellen zodat je preventief kunt ingrijpen’, vult Hoogendoorn aan.

Dat is precies waar anno 2020 behoefte aan is tijdens de coronacrisis. Het Campus Mobility Dashboard (CMD), waar eind augustus de laatste sensor voor wordt opgehangen, verschaft inzicht in de drukte op de campus. ‘Behalve de drukte op de verschillende bushaltes en op een aantal hotspots op de campus, meten we de drukte op de fietspaden, de locaties van alle bussen en treinen, de drukte op de belangrijkste autowegen, hoeveel mensen er in gebouwen zijn, enz. Deze gegevens maken het mogelijk om belangrijke real-time inzichten en managementinformatie te geven die de heropening van de campus kunnen ondersteunen: waar is het te druk? Waar houden mensen zich niet aan de anderhalvemetermaatregel? Hoe verloopt de bezetting van de campus over de collegeperiode? Hebben de maatregelen die door Den Haag worden afgekondigd een effect op wat we op de campus zien?’

Het Campus Mobility Dashboard combineert geavanceerde sensortechnologie met data-analyse en datavisualisatie. Het project is in meerdere opzichten uniek te noemen: wereldwijd is er geen universiteit die zo’n goed beeld heeft van wat er op haar campus gebeurt, en dat conform de heersende privacyregelgeving . Dat gaat niet alleen over veranderingen in mobiliteitspatronen op macroniveau (hoeveel medewerkers werken thuis, hoeveel studenten komen met het OV naar de campus), maar ook over microgedrag (hoe gedragen voetgangers en fietsers zich in de verschillende fases van de crisis, houden ze voldoende afstand, treedt er gewenning op, hoe schaalt dit en wat leert dit ons over besmettingsrisico’s). Dit is natuurlijk belangrijk voor nu, maar er zijn ook ruimschoots mogelijkheden na de pandemie. Hoogendoorn: ‘Het CMD biedt TU Delft de digitale infrastructuur om tal van innovaties op mobiliteitsgebied te ontwikkelen en te toetsen. Van het aanbieden van micromobiliteit op bushaltes, tot Mobility-as-a-Service, tot high-speed shuttles die station Delft Campus ontsluiten.’

"Het Campus Mobility Dashboard geeft ons de digitale infrastructuur om tal van innovaties op mobiliteitsgebied te ontwikkelen en te toetsen"

‘De voorspellingen waar we het vijf jaar geleden over hadden, daar hebben we inmiddels de algoritmiek voor klaarstaan. Een kwartier vooruit, een dag vooruit, met de gegevens die we nu verzamelen en de AI-technieken die we hebben ontwikkeld, blijkt dat behoorlijk nauwkeurig te lukken. Dit biedt weer talrijke kansen voor usecases op het gebied van real-time control van verkeer en vervoer, planning van mobiliteitsdiensten of het ontwerp van transportnetwerken. Er lopen al verschillende initiatieven voor pilots en we zijn bezig met een aantal onderzoeksvoorstellen, onder andere op het gebied van het fietsverkeersmanagement, multimodale hubs, voorspellende informatie voor reizigers naar de campus en het sturen van loopstromen.’ Het CMD wordt daarmee veel meer dan een systeem ter ondersteuning van de heropening van de campus: het is de digitale backbone voor de meest innovatieve campus waar het mobiliteit betreft. 

‘Daarmee laat we als TU Delft zien hoe we iets ingrijpends als Covid-19 weten om te buigen naar aansprekende innovaties en wetenschappelijk onderzoek van internationaal topniveau. Innovaties die worden bewerkstelligd omdat verschillende faculteiten de krachten bundelen, ondersteund door het CvB en de relevante diensten waaronder CRE, FM en ICT. Een oplossing voor nu, die kansen biedt voor de toekomst. “Never waste a good crisis” – het is inmiddels een sleetse uitspraak geworden, maar in dit geval is hij wel heel toepasselijk.’

‘Meedenken en -werken aan manieren hoe om te gaan met de pandemie past ook goed bij de wijze waarop ik persoonlijk met tegenslagen omga, namelijk altijd op zoek naar een handelingsperspectief, soms zelfs tegen beter weten in. Altijd op zoek naar de silver lining en purpose. En vaak kom je er dan ook beter uit dan dat je erin gegaan bent. Niet altijd, maak vaak wel. Dat probeer ik ook binnen mijn afdeling uit te dragen, door mijn eigen teleurstellingen en tegenslagen te delen, maar ook hoe ik daarmee probeer om te gaan. Veel collega’s – en dan met name de promovendi, postdocs en studenten –  hebben het moeilijk in deze periode. Ik hoop dat door hen te betrekken bij initiatieven als deze, door het bieden van handelingsperspectief, medewerkers niet alleen kunnen bijdragen aan het oplossen van concrete problemen, maar zich ook minder machteloos voelen en zo misschien iets makkelijker met de situatie kunnen omgaan. Het is geen panacee natuurlijk, maar alle beetjes helpen.’

"De voorspellingen waar we het vijf jaar geleden over hadden, daar hebben we inmiddels de algoritmiek voor klaarstaan"

‘Natuurlijk kijk ik er ook naar uit weer persoonlijk contact te hebben met mijn promovendi en andere collega’s. Maar ik besef ook dat ik bevoorrecht ben. Thuiswerken leidt bij ons thuis nauwelijks tot problemen, het werk biedt voldoende uitdagingen en ik bevind me in de unieke situatie dat ik samen met mijn echtgenote Sascha Hoogendoorn-Lanser aan nieuwe initiatieven zoals het CMD kan werken. Op die manier kan ik een bijzondere bijdrage leveren en iets nieuws opzetten waarvan ik overtuigd ben dat TU Delft er hoge ogen mee kan gooien.’
‘Het is nu gelukt om de campus uit te rusten met een digitale infrastructuur die kan worden ingezet voor een reeks innovaties. Uitbreidingen naar de stad en naar de regio liggen voor de hand.  Dat “Nederland in een petrischaaltje” bleek uiteindelijk toch niet zo’n heel vergezocht idee.’ 

Gepubliceerd: januari 2021