Dar es Salaam, een snelgroeiende stad aan de kust van Tanzania, kampt regelmatig met overstromingen. Hydroloog Hessel Winsemius onderzoekt met slimme sensoren, lokale mensen en lokale middelen de overstromingsrisico’s.

Mijn doel is kennis die gebruikt kan worden. Zodat een busmaatschappij alle bussen uit een overstromingsgebied kan rijden voordat het water eraan komt. En het Rode Kruis al voor de overstroming ter plaatse kan zijn.

― Hessel Winsemius

“Het is eigenlijk maar een heel klein riviertje dat al deze ellende veroorzaakt,” vertelt Winsemius. Het gebied waar de rivier doorheen stroomt voordat ze de stad bereikt – een klein gebied, maar een paar honderd vierkante kilometer – is door verstedelijking meer en meer ontbost. “Zand dat door boomwortels op hun plek werden gehouden, komen los.” Tijdens hevige regenbuien stroomt dat dus allemaal met de rivier mee naar beneden, richting de stad. Daar komt er ook nog eens een heleboel straatafval bij, vooral plastic. “Al dat plastic en zand hoopt zich op bij bruggen en in de afvoergoten langs de kant van de weg. Alles raakt verstopt, het water kan niet weg. Dat veroorzaakt nog meer overstromingen.”

Verstedelijking

De kwetsbare wijken, direct aan de oevers van de rivier, worden het zwaarst getroffen. Het zijn de plekken waar de afgelopen jaren juist steeds meer mensen zijn komen wonen. “Veel steden in Afrika en Zuidoost-Azië groeien explosief. Mensen hebben weinig kansen op het platteland. Ze trekken massaal naar de stad en vestigen zich op nog open plekken. Maar die plekken waren open met een reden: het is niet veilig om daar te wonen.”

Overstromingsrisico’s

Als hydroloog probeert Winsemius meer inzicht te krijgen in de overstromingsrisico’s. Zijn grootste uitdaging is het verzamelen van data. En dan het liefst werkbare informatie die met lokale mensen en middelen verzameld kan worden. Informatie waarmee een medewerker van het Rode Kruis bijvoorbeeld op tijd hulpverlening in gang kan zetten, nog voordat een gebied overstroomt.

“We willen weten wat de impact is van verstopte afvoerkanalen op de overstromingskansen. Maar dan moet je wel eerst weten waar zo’n kanaal langs de weg loopt, hoe diep hij is en welke vorm hij heeft. Wat is de staat van onderhoud? Hoe erg is de verstopping? Waar is hij hoog en waar laag, oftewel: welke kant stroomt het water op?”

Lokaal data verzamelen met een slimme sensor en een smartphone

Voor al deze metingen bestaat professionele apparatuur, maar die is heel duur en moeilijk om langs de douane te krijgen. Bovendien kunnen mensen er zelf lokaal niet mee werken, een expert is nodig. “Zoiets kost in totaal al snel 1000 dollar per dag. Wat als iemand het ter plekke zelf kan doen met een slimme sensor op een smartphone, voor 10 dollar per dag?” Daarom werkt Winsemius met goedkope sensoren waar je met zeer hoge precisie GPS metingen kunt doen.

Winsemius werkt samen met het Humanitarian Open Street Map team, dat zorgt dat mensen zelf lokaal data kunnen verzamelen, met smartphone-apps. “Het is essentieel dat je informatie verzamelt met lokale mensen en lokale middelen. Met een flinke zak geld kun je iemand inhuren die prachtige modellen maakt. Maar na een paar jaar is de situatie alweer veranderd. Als je zorgt dat mensen het lokaal zelf kunnen doen, dan kan iemand ook even opnieuw gaan meten als er weer ergens iets nieuws is gebouwd. Of ieder jaar zelf kijken hoe het staat met de ophoping van afval in afvoerkanalen, voordat het regenseizoen begint. Betaalbare, up-to-date informatie, daar gaat het om.”

Op tijd de bussen wegrijden

Met al die informatie kun je de overstromingsrisico’s beter inschatten, en mensen vooraf gericht gaan waarschuwen. “De Dar Rapid Transport Agency, een lokaal transportagentschap, stalt bijvoorbeeld zijn bussen een in de uiterwaarden, het laagliggende gebied naast de rivier dat als eerste onder water komt te staan. Als ze van tevoren weten dat het water eraan komt, dan kunnen ze die bussen op tijd weghalen.”

Tijdens een lokaal georganiseerde workshop, in samenwerking met de Wereldbank, Deltares, Trans-African HydroMeteorological Observatory, FloodTags en het Tanzaniaanse Rode Kruis, probeerde Winsemius antwoord te krijgen op de vraag: hoe lang van tevoren moet iemand iets weten om nog op tijd in actie te komen? En wat moet je dan precies weten, en waar? “Met de lokaal verzamelde informatie kun je hier antwoord op geven. We maken nu een dashboard dat precies die informatie geeft die nodig is voor een beslissing. Het transportagentschap krijgt dan een eigen login, die alleen informatie geeft die voor hen relevant is: de waterstand bij de brug waar hun depot is, en welk deel van hun depot de komende uren onder water zal komen te staan.”

Het Rode Kruis heeft weer hele andere informatie nodig. “Hulpverleners willen op wijkniveau weten hoeveel huishoudens er hulp nodig gaan hebben. En dat moeten ze minimaal 6 uur van tevoren weten om nog hulpverlening in gang te kunnen zetten. Iemand krijgt de informatie, en moet contact opnemen met iemand die vervolgens een beslissing kan nemen. Daarna moeten er mensen gemobiliseerd worden. Dat kost tijd.”

Waarom Tanzania?

Winsemius ziet zichzelf als hydroloog veel meer impact hebben in een stad als Dar es Salaam dan in een land als Nederland. “Er is daar enorm veel te doen, en te winnen. Het gaat niet om centimeters, maar om meters hoger water. En om miljoenen mensen. Er liggen ook veel uitdagingen in accepteren dat je op een andere manier meet. Iets minder nauwkeurig, maar wel werkend binnen de context. Je moet lokaal capaciteit opbouwen, anders los je het niet op. Slimme sensoren, data verzamelen, dashboards inrichten… het zijn allemaal kleine puzzelstukjes waarmee we een steentje  kunnen bijdragen aan een veiligere situatie.”

Gepubliceerd: januari 2020