De zelfrijdende auto komt er. Of is er eigenlijk al. In juni 2017 opende verkeersminister Schultz van Haegen het Researchlab Automated Driving Delft (RADD) op de campus van de TU Delft. Onder leiding van hoogleraren Bart van Arem en Dariu Gavrila wordt hier geëxperimenteerd met automatisch rijden.

In 2011 waren er naar schatting één miljard auto’s op aarde; verwacht wordt dat het er in 2035 zelfs twee keer zo veel zijn. In die enorme aantallen zit gelijk een aantal redenen besloten waarom je het rijden zou willen automatiseren. Om te beginnen de veiligheid. Jaarlijks vallen er wereldwijd 1,2 miljoen verkeersdoden, waar het grootste gedeelte van is terug te voeren op bestuurdersfouten. “Er gaat dus nog wel eens wat mis achter het stuur,” aldus professor Dariu Gavrila, hoogleraar Intelligent Vehicles bij de faculteit Werktuigbouwkunde, Maritieme Techniek & Technische Materiaalwetenschappen (3mE).  Dan zijn er nog de overvolle wegen en de dichtslibbende binnensteden. “Heel veel steden hebben interesse in een combinatie van autodelen en automatisch rijden om de binnenstad meer leefbaar te maken,” zegt professor Bart van Arem, hoogleraar Transport Modelling bij de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen (CiTG). 

Wanneer het zover is, is nog maar de vraag. Eerder dan een revolutie zal het hier gaan om een evolutie, die bovendien voor een deel al aan de gang is. “Lang niet iedereen realiseert zich dat er al automatische systemen voor je auto zijn,” vertelt Van Arem. “Je hebt bijvoorbeeld adaptive cruise control waarmee je auto voldoende afstand houdt tot je voorganger. Dat werd al in 1999 door Mercedes en Jaguar geïntroduceerd, maar nog steeds heeft slechts tien procent van de nieuwe auto’s het. We verwachten wel dat de invoer van zulke systemen gaat versnellen, onder meer omdat verzekeraars zien dat de ongevalsbetrokkenheid en de schades ermee afnemen.” 

Ook Gavrila heeft geen pasklaar antwoord, al schat hij dat het nog tien à vijftien jaar duurt voor zelfrijdende auto’s echt impact hebben op het verkeer: “Daarvoor moet de penetratiegraad eerst hoog genoeg zijn.” Uiteindelijk zal de zelfrijdende auto wel veel beter worden dan de menselijke bestuurder. “Als dat straks honderd keer beter is, kun je je afvragen of het nog wel sociaal is om zelf te willen blijven rijden,” stelt hij. Gavrila verwacht dat het manueel rijden eenzelfde toekomst beschoren is als eerder het roken. “Roken was vroeger sexy en een symbool van vrijheid. Later kwamen we erachter dat het ongezond was, voor jezelf en je omgeving. Toen werd het steeds zwaarder belast en uiteindelijk op veel plaatsen verboden. Ook voor zelf autorijden komt er zo’n kantelpunt.”

Er wordt in het Delftse in ieder geval hard aan gewerkt om het automatisch rijden mogelijk te maken. Van Arem, doet dat op het niveau van het hele transportsysteem: “Wij kijken hoe automatische voertuigen zich binnen het huidige systeem kunnen ontwikkelen. Wat zal hun invloed zijn op files, bijvoorbeeld,” zegt Van Arem.  Gavrila richt zich op het vervolmaken van het voertuig zelf. “Op dit moment zijn mensen nog beter dan voertuigen in het inschatten van situaties,” vertelt hij. “Machines moeten leren anticiperen in plaats van reageren.

Hun onderzoekslijnen komen samen in het Researchlab Automated Driving Delft (RADD) op de Delftse campus, waar wordt geëxperimenteerd met automatisch vervoer in levensechte situaties. “Er is nu eenmaal een grens aan wat je op je computer kunt doen,” zegt Van Arem, én van de initiatiefnemers van het lab. Het RADD heeft twee Toyota’s Prius tot zijn beschikking en een WEpod shuttlevoertuig van de Provincie Gelderland. Behalve in het afgesloten testterrein op de campus komen er ook pilotprojecten op de openbare wegen en rond en op de campus. “Daar kunnen we bijvoorbeeld kijken hoe de interactie van voertuigen met fietsers en voetgangers is.” Ook wordt de campus uitgerust met sensoren waarmee de communicatie tussen voertuigen en infrastructuur kan worden getest.

Lees het uitgebreide interview ‘Zelf je auto besturen wordt het nieuwe roken’ in de Portraits of Science uitgave van de TU Delft (januari 2018)

Gepubliceerd: januari 2018

/* */