Stijgend water, Droge voeten

Een huis aan het water, dat wil bijna iedereen. Maar dat water moet wet buiten de deur blijven. Oud-studente civiele techniek Aline Arends adviseert over de inrichting van de Nederlandse kustgebieden.

uit: Delta, Jaargang 35 nr.4
door: Tonie Mudde

De waterstand in Delfzijl is vandaag 131 centimeter boven Nieuw Amsterdams Peil. Geen reden tot alarm: het waarschuwingspeil is vastgesteld op driehonderd centimeter. Op een scherm in de ontvangsthal van het Rijksinstituut voor Kust en Zee (Rikz) worden de actuele waterstanden van de Nederlandse kustplaatsen weergegeven. De zeespiegel stijgt, dus in de loop der jaren zal de gemiddelde waterstand in Delfzijl langzaam oplopen. Of, wanneer en hoe er moet worden ingegrepen wordt vormgegeven door Aline Arends, projectleider Nederlands kustbeleid bij het Rikz. "De zeespiegel is de afgelopen eeuw twintig centimeter gestegen", vertelt ze. „De verwachting voor de toekomst is een stijging van zestig tot tachtig centimeter per eeuw. Dat merk je op sommige plekken in het Land heel duidelijk. Neem de Oude Kerk in Katwijk. Die werd in de vijftiende eeuw in het centrum van de stad gebouwd. Nu staat hij op de boulevard. Bij het Rikz kijken we tot zo'n tweehonderd jaar vooruit. We onderzoeken waar de zwakke punten van de Nederlandse kustlijn zitten en adviseren het ministerie van Verkeer en Waterstaat hoe zij hier het beste op kan reageren." Aan dergelijk langetermijndenken op nationaal niveau wordt volgens Arends pas sinds de Watersnoodramp van 1953 gewerkt. In de nacht van 1 februari '53 liepen in enkele uren grote delen van de provincie Zeeland onder water. Dijken bezweken als natte kranten, ruim achttienhonderd mensen verloren het leven. Arends: ,Er werd toen besloten: dit nooit meer. Nederland begon met de bouw van de Deltawerken." Toen in 1987 de Oosterscheldedam gereed was, dacht de Nederlander eindelijk definitief beschermd te zijn tegen overstromingen. Het water laat zich echter niet makkelijk temmen: een paar jaar later kwam de bedreiging uit een andere hoek. In 1993 en 1995 traden de grote rivieren buiten hun oevers. Arends: ,Het kust- en rivierenbeleid kwam toen in een stroomversnelling.'' Er werd hierbij een nieuwe visie ontwikkeld: geef water de ruimte. ,Je kunt de dijken niet blijven ophogen en kanalen steeds dieper uitgraven. Het Rikz denkt erover om bepaalde gebieden aan te wijzen waar bij extreme weersomstandigheden overstromingen gecontroleerd kunnen plaatsvinden. Zo veroorzaken ze de minste overlast." 

Aline Arends:"De Oude Kerk in Katwijk werd in de vijftiende eeuw in het centrum van de stad gebouwd. Nu staat hij op de boulevard"

Romantisch

Voor het beschermen van de kust is gekozen voor flexibiliteit. Arends: „Op veel plaatsen in Nederland wordt zand uit de zee op het strand gespoten. We hebben daarbij voor het hele land richtlijnen gemaakt. Jaarlijks wordt de ligging van de kustlijn gemeten. Als blijkt dat de kustlijn zich ten opzichte van 1990 meer landwaarts heeft verplaatst, dan wordt overgegaan tot het aansterken van het strand met extra zand." Wie ruim tien jaar geleden aan Arends had gevraagd of civiele techniek iets voor haar was, had een volmondig 'nee' als antwoord gekregen. Arends: „Op het vwo gingen alle meisjes uit mijn klas naar de open dagen van de TU Delft. Alleen ik bleef thuis, want techniek leek me helemaal niets.- Toch was zij een paar jaar later het enige meisje uit haar klas dat naar Delft vertrok. De ommekeer kwam tijdens een jaar high school in de Verenigde Staten. ,Ik ontdekte dat ik de exacte vakken toch wel leuk vond. Ik liet folders naar de Verenigde Staten sturen en schreef me op het nippertje in voor civiele techniek. "Dat viel in eerste instantie tegen. ,Ik was aan de studie begonnen met een heel romantisch beeld van de Deltawerken en de strijd van de mens tegen het water.

Maar het eerste jaar bestond natuurlijk voornamelijk uit mechanica en wiskunde. Ik miste de maatschappelijke component en heb dan ook lang overwogen te stoppen en elders te gaan studeren. Pas in de specialisatiefase, toen ik mijn eigen vakken mocht kiezen, begon het leuk te worden." Minder rekenen en meer maatschappelijk raakvlak, dat was ook de reden waarom Arends voor het Rikz koos. "Het echte rekenwerk aan waterstanden en dijksterktes besteden we uit aan ingenieursbureaus. Op basis van die onderzoeksresultaten adviseren wij ministeries. Waar mag wet gebouwd worden? Waar absoluut niet? Welke gebieden kunnen als noodoverloopgebieden gebruikt worden? Als een overstroming onvermijdelijk is, dan wil je natuurlijk wel zelf bepalen waar het water mag stromen." Het moge duidelijk zijn: als Arends vandaag concludeert dat de duinen op de kop van Noord-Holland aan versterking toe zijn, dan staat niet volgende week een baggerbedrijf zand op te spuiten bij Callantsoog. Arends: „Ik houd me alleen bezig met beleidsadvies. Direct resultaat zie je dus niet. Dat is of en toe wel jammer aan dit werk. Besluitvorming is soms ook een langdurig proces. Inhoudelijk is men het vaak wel eens, maar kwesties als 'hoe liggen de verantwoordelijkheden' en 'wie betaalt wat' kunnen erg moeizaam verlopen." Saai? Zo zou Arends het werk zeker niet omschrijven. ,Mensen denken vaak dat werken bij de overheid saai is. Maar het is juist heel dynamisch en gevarieerd. Bij de besluitvorming spelen veel partijen met verschillende belangen een rol. Voor het ministerie van Verkeer en Waterstaat telt vooral veiligheid. Dat wil het liefst totaal niet in de buurt van de kust bouwen. ,In de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening wordt voor de periode van nu tot 2020-2030 vastgelegd hoe Nederland verder mag groeien. Een discussiepunt hierbij is in hoeverre steden zelf mogen bepalen hoe zij willen uitbreiden. Voor kustplaatsen adviseren wij een grote voorschrijvende rol van de rijksoverheid, waarbij de contouren van de stad strak om de bestaande bebouwing worden getrokken. Dit voorstel moet nog goedgekeurd worden, maar dat zal pas gebeuren als de nieuwe Kamer geinstalleerd is."

Toekomst

Nederland zal zich altijd tegen de gevaren van overstromingen moeten wapenen. Hoe lang Arends hierin actief blijft is onzeker. Arends: ,Ik wil niet te lang hetzelfde soort werk doen. Hoewel ik het hier prima naar mijn zin heb, denk ik niet dat ik over vijf jaar nog bij het Rikz werk." Waar dan wel? Arends: „Misschien bij een adviesbureau. Ik wil toch ook een tijdje voor een bedrijf hebben gewerkt. Wet ben ik bang dat de focus daar wat nauwer ligt. Bedrijven zijn natuurlijk vaak praktischer ingesteld. Er zullen minder maatschappelijke raakvlakken zijn." Verder carriere maken bij de rijksoverheid is daarom ook nog een optie. ,Eigenlijk maakt het me niet uit bij welk ministerie. Als ik maar kan werken aan grote maatschappelijke vraagstukken. Hoort bij die carriere ook een mooi huisje met uitzicht op zee? Arends moet inmiddels toch wel weten waar je het beste aan het water kunt wonen in Nederland. ,Ik woon nu in Den Haag, op tien minuten fietsen van de zee. Dichterbij hoeft wat mij betreft niet. Eigenlijk ben ik helemaal niet zo'n strandliefhebber. Al dat zand tussen je tenen, verschrikkelijk."