Biography

Op 2 februari 1931 werd ten kantore van notaris Post Uiterweer te Delft de Stichting Molengraaff Fonds opgericht "door het afzonderen van een kapitaal groot negen en twintig duizend gulden, teneinde ter herinnering aan de werkzaamheid van Doctor Gustaaf Adolf Frederik Molengraaff als geoloog en als hoogleraar aan de Technische Hoogeschool een blijvend fonds te stichten", welk kapitaal voor dat doel werd bijeengebracht door vrienden en vakgenoten van Professor Molengraaff voornoemd."

Professor Molengraaff was in de eerste plaats veldgeoloog, die graag en veel reisde. Hij heeft veel geologisch pionierswerk verricht zowel in de voormalige Nederlandse koloniën Oost- en West-Indie, als in Zuid-Afrika, waar hij de Geologische Dienst van Transvaal oprichtte. Hij leidde een aantal belangrijke grote wetenschappelijke expedities naar Borneo, Celebes en Timor. Bij zijn afscheid als hoogleraar in 1930 typeerde prof. H.A. Brouwer, hoogleraar geologie in Amsterdam en voormalig assistent van Molengraaff in Delft, zijn leermeester met een citaat van Paul Termier: 'Et plus il est errand et vagabond, plus il devient géologue'.

Omdat hij het belang van waarnemingen in het veld altijd benadrukte, heeft Molengraaff als doel van de Stichting het subsidiëren van extra-curriculair geologisch veldonderzoek aangewezen.
In het bestuur van de stichting hebben tenminste drie hoogleraren Technische Aardwetenschappen uit Delft en twee geologen verbonden aan andere universiteiten zitting.

Elk jaar komt het bestuur bijeen in de historische, van koperen kroonluchters, schilderijen van oud-hoogleraren en een beeldje van de Heilige Barbara - schutspatrones van geologen en mijnbouwers - voorziene, grote vergaderzaal van het in 1912 naar plannen van Molengraaff gebouwde Instituut der Mijnbouwkunde om de subsidieaanvragen te beoordelen. Dit gebeurt onder toeziend oog van het geschilderde portret van Gustaaf Molengraaff. Met serieuze blik kijkt de met grote snor en puntbaard gesierde hooggeleerde, gezeten aan zijn bureau, waarop een globe en microscoop opgesteld staan, op de vergadertafel neer. Op het schilderij is als achtergrond een geologische wandkaart van de Archipel en een welgevulde boekenkast te bewonderen.

Korte levensschets van Molengraaff

Gustaaf Molengraaff werd in 1860 in Nijmegen geboren. Hij studeerde van 1877-1886 natuurwetenschappen in Leiden en Utrecht en promoveerde in 1888 op een proefschrift 'De geologie van het eiland St. Eustatius'. Diezelfde dag verwierf hij de graad van doctor in de plant- en dierkunde op 27 Stellingen. Na een aanvullend studiejaar in München kreeg hij een aanstelling als privaat docent en later buitengewoon hoogleraar in de geologie, mineralogie en paleontologie aan de Universiteit van Amsterdam (1888-1897). In 1894 leidde hij een geheel jaar durende expeditie naar het toen nog vrijwel onbekende binnenland van Centraal Borneo. Van deze reis werd een rijk geïllustreerd verslag met grote kaartatlas gepubliceerd.

In 1897 vertrok Molengraaff als Staatsgeoloog naar Transvaal, waar hij als sinds 1890 tijdens een aantal korte bezoeken de goudvelden van het Hoogeveld had bestudeerd. Nu werd hem gevraagd een Geologische Dienst in Pretoria op te richten. Te paard en per ossewagen bereisde hij het gehele Hoogeveld en publiceerde in 1902 een voortreffelijke overzichtskaart van Transvaal.
In 1890 raakte Molengraaff betrokken bij de Boerenoorlog en werd gedwongen zijn veldonderzoek te onderbreken. Hij werd aangesteld als organisator van het Identiteitsbureau, dat gegevens uitwisselde over gevangenen, gewonden en gesneuvelden van beide oorlogvoerende partijen. Hij bedacht het identiteitsplaatje voor soldaten, dat sindsdien in algemeen gebruik geraakt is. Van 1902-1906 werkte Molengraaff als consulterend geoloog in Johannesburg, waar hij zulk een reputatie had opgebouwd, dat hem in 1905 verzocht werd om in de kluizen van de Centrale Bank de beroemde Cullinandiamant - de grootste ooit gevonden - te beschrijven voordat deze naar Amsterdam werd gezonden om gekloofd en geslepen te worden. In 1906 werd Molengraaff in Delft benoemd tot de eerste hoogleraar in Nederland die zich geheel aan de algemene en practische geologie kon wijden. Hier heeft hij zijn stempel op het vroege geologische onderzoek in Nederland en de koloniën gedrukt en vele later bekend geworden Nederlandse geologen opgeleid.
Van 1910-1912 organiseerde hij de grote Timor expeditie, die naast nieuwe inzichten in de tectoniek een schat aan Permische fossielen en gesteentemateriaal opleverde. Deze Timor collectie geniet nog altijd internationale belangstelling wegens de vele 'unica' (type exemplaren) en is op afspraak te bezichtigen bij de afdeling Technische Aardwetenschappen TU Delft, tel 015-278 6021.
In 1922 nam Molengraaff deel aan de door Harvard University georganiseerde Shaler Memorial Expeditie naar de hem sinds 1890 bekende, gedeeltelijk in het Bushveld van Transvaal en Oranje Vrijstaat gelegen Vredefort Dome. Molengraaff was een vroege aanhanger van Wegeners continentenverschuivingstheorie, een levendig onderwerp van discussie tijdens de expeditie met Daly en Du Toit. Zijn laatste grote reis ging in 1929 wederom naar Zuid-Afrika waar hij het Internationale Geologische Congres in Pretoria bijwoonde. Bij deze gelegenheid verkreeg Molengraaff, die reeds ereburger van Transvaal was, het eredoctoraat van de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg. Zijn in 1926 in Wassenaar gebouwde woning doopte hij 'Vredefort', het gebied waarnaar gedurende zijn gehele werkzame leven zijn belangstelling was uitgegaan.
Molengraaff was drager van een aantal belangrijke onderscheidingen en lid, erelid of corresponderend lid van een groot aantal binnen- en buitenlandse wetenschappelijke gezelschappen.
Hij overleed op 82-jarige leeftijd te Wassenaar en werd bijgezet in het familiegraf op de begraafplaats van de Witte Kerk te Ubbergen, gelegen aan de voet van de Nijmeegse stuwwal.