Introductie

Geschiedenis

Bouwkunde is in 1904 als zelfstandige afdeling voortgekomen uit de afdeling Civiele Techniek van de Technische Hogeschool Delft (TH Delft) en verzorgde onder die naam de opleiding tot architect. In 1948 ontstaat naast de afstudeerrichting Architectuur ook de afstudeerrichting Stedenbouwkunde en later Volkshuisvesting. In 1986 kregen de Nederlandse Hogescholen van Delft, Eindhoven en Enschede een nieuwe naam: Technische Universiteit. De naam van de afdeling Bouwkunde werd toen veranderd in faculteit Bouwkunde. In 1987 start naast de drie al bestaande afstudeerrichtingen de afstudeerrichting Bouwmanagement & Vastgoedbeheer, in 1989 gevolgd door de afstudeerrichting Bouwtechnologie. In 2010 komt de afstudeerrichting Landschapsarchitectuur erbij. Sinds 2011 maakt de Masteropleiding Geomatics ook deel uit van de faculteit Bouwkunde. In de afgelopen decennia heeft de faculteit zich ontwikkeld tot een instituut van naam. Zowel nationaal als internationaal werkt de faculteit samen met universiteiten, bedrijven en overheden; voor de twee laatst genoemde partners wordt bijvoorbeeld contractonderzoek verricht. Verder is er een omvangrijke uitwisseling van docenten en studenten met andere bouwkunde opleidingen, zowel in Nederland als daarbuiten. Studenten worden opgeleid tot bouwkundig ontwerpers, die enerzijds een bijdrage leveren aan de uitbreiding van wetenschappelijke kennis van bouwkundige vraagstukken en anderzijds in staat zijn werkzame oplossingen te ontwerpen om deze vraagstukken aan te pakken.

Doel van de Bacheloropleiding

De Bacheloropleiding Bouwkunde duurt drie jaar, bij een omvang van 180 studiepunten volgens het European Credit Transfer System (ECTS) en mondt uit in het Bachelor of Science diploma. De Bacheloropleiding is een brede ontwerpopleiding, met een wetenschappelijk en een technisch component en aandacht voor maatschappelijke en culturele aspecten. De Bacheloropleiding is eerst en vooral bedoeld als voorbereiding op de Masteropleiding Architecture, Urbanism & Building Sciences. 

Opbouw van de Bacheloropleiding

De Bacheloropleiding kent twee fasen: de Propedeutische fase en de Bachelorfase. De Propedeutische fase omvat het onderwijs van het eerste jaar, en heeft een oriënterende, selecterende en verwijzende functie. De Bachelorfase omvat het onderwijs van het tweede en derde jaar. De onderwijseenheden en tentamens zijn nader omschreven in de Digitale Studiegids Bouwkunde. In ieder semester (met uitzondering van de minor) staat een ontwerpproject centraal. De projecten nemen toe in complexiteit. Onderzoek en uitwerking van de ontwerpopgave vragen steeds meer specifieke kennis en een meer diepgaande analyse. Ontwerpvaardigheden worden geoefend in samenhang met kennis van techniek en het bouwproces.

Onderwijsconcept

De eindtermen (zie de Onderwijs- en Examenregeling van de Bacheloropleiding Bouwkunde, artikel 4) geven een overzicht van de onderwerpen waarmee de student tijdens de Bacheloropleiding in aanraking komt. De student doet hiervan grondige kennis op en past deze toe tijdens het (leren) ontwerpen. 

Zes leerlijnen

Alle studieonderdelen uit het curriculum zijn al naar gelang het vakgebied in zes leerlijnen geordend.

  • Ontwerpen (ON)
  • Technologie (TE)
  • Grondslagen (GR)
  • Maatschappij, Praktijk en Proces (MA)
  • Academische Vaardigheden (AC)
  • Overdracht en Vorm (OV)
Organisatie van het onderwijs
  • Werkvormen
    Zoals bij elke universitaire opleiding neemt zelfstudie bij de faculteit Bouwkunde een belangrijke plaats in. Uitgaande van 40 studieweken in een heel academisch jaar, besteedt de student per week gemiddeld 28 uur aan zelfstudie en volgt hij gemiddeld 14 uur onderwijs. Het rooster omvat een aantal gevarieerde werkvormen: ontwerpateliers, vakoefeningen, practica, werkgroepen, hoorcolleges, scriptiebegeleiding, enzovoort. Veel onderwijs vindt plaats in kleine groepen, waarin onder leiding van een docent studenten gezamenlijk en individueel werken aan vragen en opgaven en commentaar op elkaars werk leveren.
  • Projectonderwijs
    Het projectonderwijs (‘learning by doing’) is gericht op leren ontwerpen. Studenten onderzoeken een ontwerpopgave en maken een ontwerp. Tijdens het ontwerpproces wordt zowel gewerkt aan een methodische en systematische aanpak, als aan een creatieve en inventieve ontwerphouding.
  • Toetsing en Beoordeling
    Naast variatie in werkvormen, kent de opleiding ook uiteenlopende vormen van toetsing en beoordeling. Wanneer bijvoorbeeld een studieonderdeel hoofdzakelijk gericht is op kennisverwerving, wordt meestal een schriftelijk tentamen afgenomen. Is het hoofddoel leren ontwerpen, dan vindt doorgaans een beoordeling plaats van het ontwerpwerkstuk (tekeningen en maquettes) en de presentatie daarvan.
  • Structuur curriculum
    Het curriculum is opgebouwd uit 4 kwartalen (zie onderstaand figuur). Per kwartaal zijn er steeds twee of drie modulen. De modulen zijn de onderwijseenheden van het programma en alle modulen behoren tot een leerlijn. De leerdoelen worden geïntegreerd aangeboden, wat wil zeggen dat de studenten per module een samenhangend stelsel van leerinhoud, werkvormen en toetsvormen wordt aangeboden.