Promotie A.L. Ouwehand: wijken

11 juni 2018 15:00 - Locatie: Aula, TU Delft - Door: webredactie

Menging maakt verschil. Hoe bewoners buurt- en wijkverandering ervaren en waarderen ondanks en dankzij herstructurering. Promotor 1: Prof.dr. P.J. Boelhouwer (Bk); Promotor 2: Prof.dr. W.G.J. Duyvendak (U-Amsterdam).

Het mengen van wijken, het uitgangspunt dat mensen van verschillende klassen en van verschillende afkomst in eenzelfde wijk wonen in plaats van in aparte wijken, is een belangrijk ideaal in de stadontwikkeling en volkshuisvesting en was de hoeksteen van de wijkvernieuwing in de afgelopen decennia. Zowel in het maatschappelijke als het academische debat is het uitgangspunt echter ook zwaar bekritiseerd: de veronderstelde positieve effecten van menging voor de sociale samenhang en mobiliteit zouden beperkt of zelfs negatief zijn.

In dit proefschrift staat de vraag centraal hoe bewoners, oude en nieuwe, autochtone en allochtone, de veranderingen in hun wijk ervaren en waarderen. Het onderzoek in de vroeg-naoorlogse wijk Zuidwijk in Rotterdam richt zich zowel op de verandering door de normale verhuisprocessen in de bestaande voorraad sociale huurwoningen (de instroom), als op de gevolgen van sloop-nieuwbouw (de ingreep).

De overgrote meerderheid van de bewoners in Zuidwijk is positief over de eigen woning. De verhuizing naar deze wijk hebben ze vrijwel allemaal als een vooruitgang ervaren. Iedereen is positief over de groene en doorgaans rustige wijk, maar kritisch over de (schiet)incidenten die er in het verleden zijn geweest. Alle bewoners, autochtoon en allochtoon, hebben het beeld dat als er een bestaande sociale huurwoning leeg komt te staan, er alleen maar bewoners met een migratieachtergrond komen wonen. De autochtone bewoners zijn daar kritisch over vanwege het verlies aan decorum door verwaarloosde tuinen, lappen en kranten voor de ramen in sommige woningen en het gevaar van overlast. Ook de allochtone bewoners zijn daar kritisch over. Zij willen in een gemengde wijk wonen met mensen van Nederlandse afkomst omdat ze dat beter vinden voor de integratie van henzelf en hun kinderen.

Veel bewoners beoordelen wijkvernieuwing door oude huurwoningen te slopen en nieuwe koopwoningen te bouwen als positief. De huishoudens van oudere allochtone bewoners en van allochtone alleenstaande ouders met kinderen vormen daarop echter een uitzondering: de nieuwbouw is voor hen te duur. In de nieuwe koopwoningen zijn ook veel middenklasse allochtone gezinnen komen wonen, maar dat vinden de bewoners géén bezwaar. Dat zijn in hun ogen bewoners die werken, daardoor een geregeld leven leiden en geen overlast veroorzaken.

Menging maakt verschil: het is belangrijk dat in de bestaande sociale huurwoningen niet alleen maar instroom is van bewoners met een migratieachtergrond en met een laag inkomen. Het in het verleden vaak gehoorde verwijt dat ‘nieuwkomers’, daarmee doelend op allochtone bewoners, geen binding met de wijk zouden hebben is niet houdbaar: een deel van hen woont er van kinds af aan, zijn er opgegroeid en soms ook weer naar de wijk teruggekeerd vanwege hun binding met de wijk.

Etnische diversiteit in de wijk wordt deels gewoner door de toenemende woonduur in de wijk van allochtone bewoners en door de instroom van allochtone middenklassers. Daartegenover zorgt het voortgaande maatschappelijke debat over identiteit en integratie voor toenemende tegenstellingen. Gemeente en woningcorporatie hebben een belangrijke rol in het beheer en het bevorderen van onderling contact, maar lijken daar juist het afgelopen decennium sterk op te bezuinigen. 

Meer informatie?

Voor inzage in proefschriften van de promovendi kunt u kijken in de TU Delft Repository, de digitale vindplaats van openbare publicaties van de TU Delft. Proefschriften zullen binnen een paar weken na de desbetreffende promotie in de Repository te vinden zijn.