Ank Voets

Ze is inmiddels 44 jaar in dienst van de TU Delft en wordt ook wel ‘het geheugen van de faculteit’ genoemd. Ook is zij nog geregeld, tot in de late uurtjes, in de /Pub te vinden. Jawel, deze Humans of EEMCS staat in het teken van – niemand minder dan – Ank Voets, secretaresse van de huidige decaan John Schmitz. Ze vertelt over de grootste uitdagingen binnen EWI, het werken met carbonpapier én een ontvoering. ‘De uren verstreken en de paniek nam alsmaar toe! Mijn telefoon stond roodgloeiend…’

Ank, je werkt al 44 jaar op de TU Delft. Vertel eens, hoe is dat zo gekomen?

Haha! Heel eenvoudig eigenlijk. Ik zag twee vacatures voor de functie van secretaresse voorbijkomen. Eentje bij Wiskunde en eentje bij Scheikunde. In een vlaag van enthousiasme heb ik op beide vacatures gesolliciteerd. Bij Wiskunde werd ik direct uitgenodigd. Op het antwoord van Scheikunde wacht ik, vandaag de dag, nog steeds.

Hoe waren je eerste jaren op de Wiskundefaculteit?

De eerste drie jaar heb ik hoofdzakelijk op de afdeling gewerkt. Dat heette toen nog vakgroep. Hoewel ik het bij de vakgroep prima naar m’n zin had, kwam er een plekje bij de decaan vrij. Of ik voor hem wilde komen werken. Daarop heb ik ‘ja’ gezegd. Weet wel dat alles toen écht wel eventjes anders was dan nu. Zo was er bijvoorbeeld sprake van een gekozen decaan. Een decaan die voor een periode van drie jaar werd aangesteld om vervolgens terug te keren naar zijn oude werkplek. Eigenlijk is er pas sinds 2000 sprake van een professionele decaan met een eenhoofdig bestuur. Hiermee hoopte men de slagvaardigheid te kunnen verbeteren.

 

Toch nog even terug naar die beginjaren. Hoe anders was het wérkelijk?

Tegenwoordig is alles digitaal terug te vinden, maar in m’n beginjaren liep ik nog met van die grote multomappen over de gang. Ik sorteerde de post, typte de tentamens uit en zorgde ervoor dat alle belangrijke stukken gekopieerd werden en in het archief terechtkwamen. Dat werd toen nog met carbonpapier gedaan – papier dat aan één kant zwart is vanwege het laagje droge inkt dat erop zit. Die inkt is vermengd met wax waardoor het geschrevene makkelijker op papier blijft kleven. Door met je pen op het bovenste vel te schrijven, maakte je direct een kopie voor in het archief. Klinkt ouderwets hè? Tja, het is ook wel lang geleden hoor.

Ank, je wordt ‘het geheugen van de faculteit’ genoemd. Vanwaar die bijnaam?

Ik heb zó veel veranderingen meegemaakt. En lang niet alle informatie is gedocumenteerd of bewaard gebleven. Die informatie is nergens meer terug te vinden. Behalve in mijn koppie.

Wat is het meest idiote dat je ooit op de faculteit hebt meegemaakt?

Ik had altijd een hele fijne klik met professor Herman Duparc. Studenten noemden hem altijd ome Herman, maar achter al die joligheid ging een pijnlijke geschiedenis schuil. Na een verblijf in diverse kampen op Java werd Herman, in 1943, op transport gezet naar Singapore waar hij aan de beruchte Birmaspoorweg heeft moeten werken. Het frappante was: Duparc was altijd óveral voor in. Het kon hem niet gek genoeg! Begin jaren ’80 zette hij – samen met een groepje studenten – een nepontvoering in scene. ‘Een onbekende studentenaktiegroep, het Anti-Tweefasencommando, heeft vannacht de Delftse professor Duparc ontvoerd en gegijzeld,’ kopten verschillende kranten. Hoewel het om een ludieke actie ging, nam de politie de zaak uiterst serieus. Want het lukte niemand meer om in contact te komen met Duparc. De uren verstreken en de paniek nam alsmaar toe! Want wat als het toch om een échte ontvoering ging? In die tijd bestond er nog niet zoiets als persvoorlichting, dus mijn telefoon stond roodgloeiend. Ruim een halve dag later kwam er toch een teken van leven: Duparc was in slaap gevallen. Iedereen opgelucht natuurlijk, maar ook veel excuses. Want het College van Bestuur had inmiddels al een eerste crisisoverleg belegd en achter de rug.

Krankzinnig verhaal. Was zo’n actie typisch iets voor Wiskunde en Informatica?

Ik geloof niet dat het een typisch EWI-dingetje was, om het zo maar even te noemen. Het kwam meer voort uit de kleurrijke persoonlijkheid van Duparc. Nou ja, zo’n verhaal zegt misschien toch wél iets over EWI: dat het een faculteit is waar hele open, toegankelijke mensen rondlopen. Dat heeft mij altijd aangetrokken. Tot mijn dertigste haalde ik regelmatig nachtjes door, met de studenten. Feestje, borreltje, dingetje-dangetje. Dan liep het feestje een beetje uit en kwam ik weleens om 06.00 uur het terrein van de campus opgelopen. Om de kater en de vermoeidheid te verhullen, deed ik dan allemaal loopklusjes. Ik haalde de post op, bracht de post weer weg, wandelde van kamertje naar kamertje om afspraken bevestigd te krijgen en haalde bij de portiers de nodige scheuten cafeïne. Nu doe ik dat niet meer hoor.

Toch ben je nog regelmatig in de /Pub te vinden...

Haha, ja… drie keer in de week zelfs. Tot voor kort was ik zelfs nog voorzitter van de Pubcommissie. Na dat meer dan veertig jaar gedaan te hebben, ben ik gestopt. Toen de /Pub een stichting werd, kwam voor mij het moment om afscheid te nemen. Want eerlijk is eerlijk, inmiddels ben ik ouder dan de meeste ouders van de studenten die er op onze faculteit rondlopen.

Hoe zien jouw avonden eruit als je niet in de /Pub te vinden bent?

Dan drink ik een neutje, kook ik wat of hang ik op de bank. Maar weet je, eigenlijk ben ik nooit thuis. Er is namelijk altijd wel iets te doen, buitenshuis. Een borrel of bijvoorbeeld een pubquiz. En vergeet niet dat er ook gewoon boodschappen gedaan moeten worden. En wat te denken van het draaien van wasjes of de schoonmaak? Daar gaan mijn weekenduren meestal aan op. Ik heb bewust geen huisdieren. Als dochter van een boerenfamilie weet ik hoe belangrijk het is om die beestjes tijd en aandacht te geven. Wij woonden trouwens aan de overkant van de Schie en konden enkel bij ons huis komen met een bootje. Klinkt natuurlijk hartstikke romantisch, maar dat was het niet. Stond er windkracht 10, dan konden wij met geen mogelijkheid onze kisten rabarber aan de overkant krijgen. Dat waren helse momenten.

Terug naar de faculteit. En direct de laatste vraag. Wat heeft – in al die jaren – het meeste indruk op jou gemaakt?

Poeh, dat vind ik een heel moeilijke vraag. Er is zó veel gebeurd, zó veel veranderd. Het samenbrengen van de verschillende faculteiten – Wiskunde & Informatica en Elektro – vond ik ongelooflijk spannend. ‘Hoe gaan we dat in vredesnaam doen?’ dacht ik bij mezelf. Met name organisatorisch. Er heerste toen toch wel een beetje een wij-zij-cultuur. Het voelde een beetje alsof je Ajax, Feyenoord en PSV in hetzelfde stadion onderbracht. Iedereen hield er z’n eigen manier van werken op na, z’n eigen manier van budgetteren enzovoorts. En toch is het allemaal goed gekomen. Kijk waar de faculteit nú staat. Daar ben ik hartstikke trots op.

/* */