Moritz Fieback

Onderzoeker

Ik wilde mijn PhD afmaken voor het afgelopen zomerreces. Dat leidde tot een beetje druk, want er waren wat administratieve deadlines te halen en daarbij kreeg ik ook nog COVID. Toch is het me gelukt. Maar om eerlijk te zijn zou het geen groot verschil in mijn leven hebben gemaakt als ik mijn proefschrift twee maanden later had verdedigd. Ik denk dat het belangrijk is om dat in gedachten te houden als je voor een stressvolle situatie staat.

Nu, als onderzoeker, doe ik meer supervisie- en managementtaken, maar die vind ik niet stressvol. Ik hou van de discussies met studenten over de aanpak van hun onderzoek. In onze groep lijken onze feedbacksessies op een brainstorm, waarbij allerlei ideeën de revue passeren. Om ervoor te zorgen dat studenten niet overweldigd zouden raken, doe ik mijn best om gestructureerde feedback te geven over wat ze moeten doen en wat niet. Bovendien ben ik erg dankbaar dat zij een deel van het vervelendere werk doen, zoals het dagenlang debuggen van simulatiesoftware. Eerlijk gezegd mis ik dat niet.

Ik doe ook heel graag zelf onderzoek, omdat ik dan volledige controle en vrijheid heb. De grootste moeilijkheid is dat in de wetenschap een bepaalde hoeveelheid bestede tijd zich niet altijd vertaalt in een bepaalde hoeveelheid output. Je hebt goede en slechte dagen. Het hangt een beetje af van de omstandigheden, zoals een goede nachtrust en weinig onderbrekingen. Anderzijds kan ik ook in een flow zitten na een verschrikkelijke nacht, en bijvoorbeeld nauwelijks merken dat alweer het half zeven is als ik nog steeds lekker doorwerk.

Maar als ik merk dat ik een slechte dag heb, maak ik een korte wandeling over de campus, of ga ik koffie drinken. Ik vind de slechte dagen niet erg, ze horen erbij als wetenschapper, maar ze moeten niet oplopen. Als ik er last van krijg, praat ik met mijn supervisor of mijn vriendin, of ga ik hardlopen. Dat helpt om mijn hoofd leeg te maken en nieuwe ideeën op te doen. Tijdens COVID, toen ik vanuit huis werkte, ging ik ook overdag hardlopen en verschoof ik mijn werktijden. Maar nu, terug op de universiteit, vind ik dat niet echt gepast.

We hebben natuurlijk een universitaire hiërarchie. Dus sommige delen van mijn agenda heb ik niet zelf in de hand. Maar verder beheer ik mijn eigen werklast. Voor sommige mensen is het een levensstijl om 24/7 bereikbaar te zijn, maar dat geldt niet voor mij. Na het eerste jaar van mijn doctoraat besloot ik de e-mails op mijn telefoon uit te schakelen. Ik lees ze nu alleen als ik aan het werk ben, dus het kan zijn dat het moet wachten tot maandag of tot na mijn vakantie. Als het iets superkritieks is, kunnen ze me altijd bellen of WhatsAppen, toch?

Je ziet het in de maatschappij in het algemeen, die trend om altijd bereikbaar en responsief te zijn, maar hier op de afdeling is het zeker erger. Ik denk dat mensen zich wat meer moeten richten op het scheiden van werk en leven. Voor mij betekent vakantie dat ik absoluut niet werk!

/* */