Pradeep Murukannaiah

Universitair Docent

Eerlijk gezegd probeer ik 'werk' en 'privé' niet teveel van elkaar te scheiden. In plaats daarvan probeer ik belangrijke activiteiten te scheiden van minder belangrijke activiteiten, en activiteiten die ik leuk vind van activiteiten die ik niet leuk vind. Gelukkig zijn veel activiteiten waar ik van geniet ook belangrijk voor mijn werk. Ik geniet bijvoorbeeld van mijn werk als docent en onderzoeker. Dus waarom zou ik dat mentaal scheiden van de rest van mijn leven?

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen momenten zijn waarop mijn werkdruk een beetje te hoog is, of dat ik nooit gestrest ben. Integendeel: elke werkgerelateerde beslissing die ik neem, beslis ik alsof het een belangrijke beslissing voor mijn leven is. Hoewel ik veel plezier heb in mijn werk, vind ik niet dat dit ten koste mag gaan van andere dingen waar ik plezier aan beleef. Bijvoorbeeld sport: Ik speel vier keer per week tennis en badminton, wat betekent dat ik op die dagen altijd voor zes uur stop omdat ik op tijd moet eten.

Tijdens mijn promotie was mijn leven heel anders. Ik had minder verantwoordelijkheden en wilde meestal niet stoppen met werken voordat ik helemaal tevreden was met mijn werk. Die neiging tot perfectionisme heb ik nog altijd, maar dingen zijn nooit perfect. Nu, als ik weet dat ik andere belangrijke of dringende dingen te doen heb, bijvoorbeeld 's avonds sporten, zorg ik ervoor dat ik ander werk op tijd af heb – en eerlijk gezegd heeft dat zelden invloed op de kwaliteit.

De meeste werkgerelateerde stress ervaar ik bij het managen van andermans verwachtingen. Vragen van studenten beantwoorden, artikelen beoordelen of e-mails van collega's beantwoorden – dat soort werk kan snel te veel worden in de academische wereld. Ik weet niet zeker of er een perfecte manier is om met die druk om te gaan, maar wat voor mij werkt is duidelijk beslissen welk werk ik wel of niet kan doen, en prioriteit geven aan wat mogelijk is. Vervolgens probeer ik iedereen te informeren wiens vragen of verzoeken vertraging oplopen. Soms kunnen mijn beslissingen anderen teleurstellen, maar vaak weten ze dat ik uiteindelijk altijd zal leveren, en dat ik mijn werk goed zal doen.

Beslissen of prioriteiten stellen is echter niet gemakkelijk. Ik denk dat de universiteit voor veel druk van bovenaf kan zorgen. Vaak hoor ik senior collega's zeggen dat 'iemand het moet doen!' Soms vraag ik mij af of dit de beste manier is voor een universiteit om te functioneren: goede wetenschap heeft veel mentale ruimte nodig waarin creatieve oplossingen zich kunnen ontwikkelen. Misschien zouden we collectief creatiever zijn als we die ruimte inderdaad toestaan, door elkaars rusttijd te honoreren? En is het niet een beetje vreemd dat hoe hoger je komt op een universiteit, hoe meer je geselecteerd wordt op je capaciteiten als manager? Want bij elke stap daarvoor hebben we mensen geselecteerd op hun academische kwaliteiten: hoe goed is hun onderzoek, en hoe goed kunnen ze lesgeven. Die kwaliteiten verdienen meer aandacht, niet of iemand goed is in het beheren van een overstromende mailbox.

Hoe dan ook, telkens als ik aan mezelf of aan mijn carrière twijfel, denk ik aan waar ik vandaan kom. Ik ben geboren in een eenvoudig plattelandsdorpje in India. Ik was de enige van mijn middelbare school die in de stad ging studeren, laat staan in het buitenland. Ik ben tevreden met wat ik bereikt heb. Dit betekent niet dat ik niet meer ambitieus ben. Natuurlijk wil ik nog steeds uitblinken, maar als ik mezelf herinner aan wat ik al bereikt heb in mijn leven, verlicht dat de druk.

/* */