Verslag 3 december 2019

Satellietdata sterk groeiende goudmijn voor beleid, uitvoering en handhaving

Ruimtevaart associëren we met de man op de maan en missies naar Mars. Maar minstens zo belangrijk voor ons dagelijks leven zijn de satellieten in de atmosfeer en de data die zij leveren. In beleid, uitvoering en handhaving worden ze steeds meer gebruikt. Er komen nog meer kansen als we data mining-technieken via AI en machine learning gaan inzetten, aldus Pieternel Levelt. Een vraag daarbij is wel hoe het innovatieve klimaat rond ‘value added’ producten gebaseerd op satellietdata in stand kan blijven. Want de overheid lijkt kleine bedrijven de markt uit te drukken, waarschuwde Ramon Hanssen. Beide TUD-hoogleraren waren spreker op de masterclass (special issue!) op 3 december 2019.

Elize de Kock heette namens de directie KIS (‘we brengen kennis in het hart van beleid’) iedereen welkom. ‘We hebben vandaag een bijzondere masterclass, want er zijn niet alleen sprekers uit de wetenschap, maar ook experts van NLR (Netherlands Aerospace Centre) en NSO (Netherlands Space Office).’ Arjan van Vliet van de Unit Innovatie (DGMO) nam vervolgens het stokje over als dagvoorzitter, bij ontstentenis van Vincent Marchau van de TUD, met wie KIS de masterclasses altijd organiseert. De masterclass kwam deze keer mede op initiatief van de Unit Innovatie tot stand. Van Vliet: ‘Ik ben zelf een veelgebruiker van satellietdata: als ik sport, als ik reis en zelfs als ik informatie wil over de luchtkwaliteit in mijn eigen straat. Maar als beleidsmaker gebruik ik ze eigenlijk nog niet. Ons doel vandaag is om met elkaar te ontdekken wat er wel niet allemaal mogelijk is op dat vlak.

Pieter Diez

Pieternel Levelt

Ramon Hanssen

Een internationale kwestie
Peter Díez, directeur International Affairs, lichtte vervolgens toe hoe het eigenlijk zit met satellietdata, want viel ruimtevaart immers niet allang onder EZK? ‘Het is als in Asterix en Obelix: niet heel Gallië is overgenomen door de Romeinen; er is nog één klein dorpje…! En dat spreekwoordelijke dorpje zijn de satellietdata: daar gaan wij als IenW over. International Affairs is onder meer opdrachtgever van NSO, het ruimtevaartagentschap van de overheid. Satellieten zijn kostbare internationale instrumenten. Vele landen investeren hier gezamenlijk diverse miljarden in. We weten dat als beleidsmakers niet altijd, want zoiets als investeren in data valt in het kwadrant ‘belangrijk maar niet echt urgent’. En daarom ben ik extra blij met vandaag. We hebben nu terecht aandacht voor dit onderwerp en gaan als beleid rechtstreeks in gesprek met de experts. Er zijn vele toepassingen denkbaar voor data van satellieten, maar voor de verder uitwerking hebben we de beleidsmakers zelf nodig.’

Aardobservatie in steeds hoger resolutie
Daarna was het woord aan Harm van de Wetering, directeur van NSO. ‘We hebben een waardevolle infrastructuur met instrumenten, waarvan we het gebruik verder willen bevorderen. Onze missie is om de opbrengst van ruimtevaart – en denk daarbij dus eerder aan satellietdata dan aan reizen naar Mars – te maximaliseren voor wetenschap, economie en maatschappij en dit ook zichtbaar te maken. Aardobservatie is daarbij prioriteit nummer 1.’ Pieternel Levelt, hoogleraar aan de TUD en werkzaam bij het KNMI, vertelde vervolgens over haar werk aan de twee grote instrumenten OMI en de opvolger TROPOMI. OMI staat voor Ozone Monitoring Instrument. ‘Dit instrument is al vijftien jaar actief rond de aarde en dermate stabiel dat we met de data goed terug kunnen kijken en trends kunnen vaststellen rond de chemische samenstelling van onze atmosfeer. Maar met TROPOMI, die in oktober 2017 gelanceerd is, kunnen we nog veel meer. Dit Tropospheric Monitoring Instrument heeft een veel hogere resolutie en kan tot op 3,5 tot 5 vierkante km precies metingen doen. De instrumenten meten wereldwijd en produceren beelden waaruit in één oogopslag duidelijk wordt hoe het bijvoorbeeld gesteld is met de stikstofoxide in de lucht. Of de bekijker van de beelden nu in Europa, Azië of Latijns-Amerika zit: iedereen ziet hetzelfde. De metingen van de instrumenten zijn belangrijk om de ozonlaag in de gaten te kunnen houden, evenals de luchtkwaliteit en de klimaatverandering.’

Slecht en goed nieuws
Levelt: ‘Je ziet aan de beelden dat Nederland tot de meest vervuilde gebieden ter wereld behoort. Het is daarbij vreemd om te bedenken dat de slechte luchtkwaliteit in Nederland per jaar 4000 doden kost en dat niemand zich daar erg druk over lijkt te maken. Stel dat er 4000 doden zouden vallen door een overstroming – dan zou ons land te klein zijn!’ Levelt heeft nog meer slecht nieuws: ‘Kinderen zijn extra gevoelig voor slechte lucht; het aantal astmagevallen onder hen is hier het hardst gegroeid van alle landen om ons heen.’ Maar ook goed nieuws: ‘Als we in staat zouden zijn de methaanemissies omlaag te brengen, dan heft dat ook meteen gevolgen voor de CO2 in de lucht. We zijn met ons instrumentarium nu goed in staat om een soort luchtkwaliteitsverwachting, à la het weer, te maken, calculaties over emissies te doen en de impact op onze gezondheid aan te geven. En wat we ook kunnen zien op de beelden is dat beleid echt helpt!’ In een filmpje uit 2016 dat Levelt liet zien, bracht Barack Obama dat de kijkers gloedvol over.

Bodembewegingen nauwkeurig in beeld
Ramon Hanssen, eveneens hoogleraar aan de TU Delft en daarnaast oprichter van SkyGeo (voorheen Hansje Brinker genaamd), liet aansluitend zien welk nut aardobservatie heeft voor het monitoren van de bodem. ‘Denk aan dijkverzwakkingen en bodemdaling in veengebieden. We kunnen voorzien waar dijkverzwaringen urgent worden, maar ook waar ProRail problemen op het spoor kan verwachten door deformatie van spoordijken. En we kunnen bijvoorbeeld ook zien waar gemeenten gevaar lopen als het om de staat van de riolering gaat. Het gaat letterlijk om waarnemingen van millimeters.’ Na jarenlang onderzoek met open data, richtte Hanssen in 2007 een eigen bedrijf op om mee te kunnen doen met een tender waarin bodemobservaties rond dijken werden aanbesteed. ‘Dat businessmodel heeft tien jaar goed gedraaid. Vanaf 2017 is er wat meer concurrentie gekomen, vooral uit het buitenland. Wat nu echter de markt voor deze ‘value added’-producten op basis van open data ernstig bedreigt, is het feit dat Rijkswaterstaat nu zelf een informatieproduct gaat aanbieden.’

Eigendom of alleen gebruiksrecht?
Hanssen lichtte verder toe hoe het precies zit: ‘Er is een aanbestedingstraject ingang gezet, dat SkyGeo weliswaar gewonnen heeft, maar dat tegelijkertijd op termijn dit type bedrijven ernstig in gevaar brengt. Heel lastig hierbij was dat we tijdens het aanbestedingstraject niet met elkaar konden communiceren; gelukkig zijn de lijnen sinds kort weer geopend.’ RWS handelt volgens Hanssen in strijd met de Europese regelgeving en heeft dit ook – maar tevergeefs – bij de rechter aangevochten. ‘De EU zegt: je hebt open data en vervolgens kan iedereen daar een product mee maken en in de markt zetten. Maar RWS legt die ‘knip’ later in het proces. Ik vrees dat er binnenkort geen studenten meer voor dit vak kiezen, omdat het innovatieklimaat verdwijnt als bedrijven als SkyGeo niet meer levensvatbaar zijn. En eigenlijk is dit probleem eenvoudig op te losse door artikel 24 van de ARVODI, over eigendom van het product niet van toepassing wordt verklaard. Er is echt geen wetswijzigingen of iets anders ingewikkelds nodig; het is een kwestie van uitvoering. Jullie als beleidsmakers kunnen dit veranderen en daarmee het innovatieve ondernemersklimaat rond het toepasbaar maken van wat satellietdata allemaal opleveren redden.’

Denk  breed en open
Arjan van Vliet kondigde vervolgens de lunchdate-ronde aan. In vier hoeken van de zaal werd er verder doorgepraat over onder meer de thema’s smart mobility, fysieke leefomgeving en infrastructuur, en  klimaat. NSO- , NLR-, RWS- en andere deskundigen gingen in dialoog met de aanwezige beleidsmakers en verkenden samen wat er op dit moment al mogelijk is aan de inzet van data voor beleid, uitvoering en handhaving. Ter afsluiting was er plenair nog een korte blik op de toekomst. Levelt vertelde dat de resolutie nog fijner zal worden en dat er op niet al te lange termijn bijvoorbeeld individuele boerenbedrijven kunnen worden gemonitord op stikstof. Ook zal het steeds beter mogelijk worden om precies te duiden welke CO2 in de atmosfeer antropogeen van aard is. En met datamining-technieken als AI en machine learning gaat er een nog grotere wereld voor ons open. We kunnen waarschijnlijk nog veel meer met de data dan we nu allemaal denken. Mijn advies is: denk breed en open hierover na.’

Bijlagen:
• Presentatie Pieternel Levelt (PDF)
• Presentatie Ramon Hanssen (PDF)
• Presentatie Harm van de Wetering (PDF)

• Video verslag met Levelt en Hanssen
• Video NL Space (NSO)
• Video SpaceNed (animatie ruimtevaartbranche)
Video Barack Obama

Thematafels:
◦ Fysieke infrastructuur (PDF)
◦ Leefomgeving en klimaat (PDF) & handout NLR (PDF)
◦ Smart mobility (PDF)