“We zetten in op een mix van bewezen en innovatieve technieken”

De energietransitie op TU Delft Campus

Door Merel Zeilstra

De TU Delft heeft alles in huis om met behulp van technologische innovaties een belangrijke rol te spelen in de energietransitie. Wat doet de universiteit zelf om over te schakelen naar hernieuwbare energie en een duurzame bedrijfsvoering? In gesprek met Coördinator Duurzaamheid Andy van den Dobbelsteen en Hubert Linssen, programmamanager duurzaamheid bij Campus Real Estate & Facility Management (CRE&FM), over de plannen voor de komende tijd.

Andy van den Dobbelsteen en zijn team hebben een plan opgesteld waarmee de CO2-voetafdruk van de TU Delft serieus wordt teruggebracht en mogelijk omgezet tot een positieve klimaatimpact. Deze aanpak beperkt zich niet tot één aspect: “Wanneer je je slechts op energie focust, mis je andere aandachtsgebieden waar veel winst te behalen is. Het draait ook om een groene campus, onze voedselconsumptie en mobiliteit.”

Duurzame energie

 

De transitie naar duurzame energie is jaren geleden al ingezet. Momenteel wordt reeds gebruikgemaakt van de windenergie van Eneco. Duurzaam dus. In 2030 wil de TU Delft alleen nog gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen. Maar, de ambitie reikt verder. “We hebben onszelf ten doel gesteld de helft van onze energievraag op de campus zelf op te wekken. De elektriciteitsvraag is door veroudering en het intensieve gebruik van onze gebouwen relatief hoog. We proberen de doelen voor opwekking te realiseren met zonnepanelen en in de toekomst wellicht met waterstof en synthetisch methaan,” aldus Van den Dobbelsteen. Bovendien worden de gebouwen die gerenoveerd worden veel energie-efficiënter.”

Brede scope om impact te maken

 

Van den Dobbelsteens interesse voor een duurzame transitie kreeg een praktische boost bij de faculteit bouwkunde, toen hij het vak Zero-Energy Design gaf. Hij besloot als voorbeeld zijn eigen huis te analyseren en CO2-neutraal te maken, en dat smaakte naar meer. “Ik kwam erachter dat na alle besparingen in huis mijn klimaatimpact vooral zat in voedsel, mijn busje en in vliegen voor mijn werk. Alles wat ik thuis had bespaard, werd op andere vlakken volledig tenietgedaan. Daarom geloof ik dat je voor een groot project als de verduurzaming van de TU Delft een brede scope moet hanteren.”

Ambities voor 2030

 

Met het College van Bestuur zijn stevige ambities geformuleerd voor de verduurzaming van de eigen campus. In 2030 wil de TU Delft CO2-neutraal zijn. “Hierbij kijken we niet alleen naar het energiegebruik op de TU Delft Campus, maar ook naar de activiteiten die we ondernemen, zoals reizen en eten,” legt Van den Dobbelsteen uit. Ook wordt gewerkt aan volledige circulariteit. Dit betekent dat grondstoffen zoveel mogelijk hergebruikt worden en er rekening wordt gehouden met de milieuprestatie van nieuwe materialen.

Renoveren loont

 

Om te bekijken welke aanpassingen nodig zijn om de doelen te behalen, is een analyse over de situatie in 2019 gemaakt. Met een aantal verrassende uitkomsten. Zo lagen er plannen voor de sloop en nieuwbouw van een aantal gebouwen op de campus “We konden inzichtelijk maken dat voor enkele gebouwen nieuwbouw minder gunstig was voor de CO2-footprint dan initieel gedacht.” Het bleek dat er meer winst te behalen was door oude gebouwen te renoveren en bijvoorbeeld beter te isoleren. “Bij nieuwbouw komt de productie en het vervoer van materialen kijken. En vervolgens de constructie. Je moet altijd het complete plaatje meenemen,” merkt Van den Dobbelsteen op.

Een tweede verrassing vormden de spullen op de campus. “Denk aan kantoorartikelen, meubels en apparatuur, die spullen hebben een grote impact op onze voetafdruk. Als we efficiënter in kaart brengen wat we nog hebben staan voordat we overgaan op een aankoop, scheelt dat veel. Ook richten we ons op circulair inkopen en op leveranciers die met biobased materialen werken of spullen na gebruik weer terugnemen”, aldus Van den Dobbelsteen.

Van droom naar werkelijkheid

 

Een duurzame campus met aandacht voor de energievoorziening, gebouwen en het groen op en rond de campus, klinkt aantrekkelijk. Die visie tot realiteit maken, dat is waar Campus Real Estate & Facility Management (CRE&FM) momenteel hard aan werkt. Hubert Linssen, programmamanager duurzaamheid kijkt uit naar de komende tijd. Hij heeft veel ervaring met duurzame projecten. “Ik was in 2015 verantwoordelijk voor de realisatie van The Green Village en die staat er nu maar mooi.”

Bij CRE&FM worden de renovaties op een projectmatige manier ingepland en zo wordt TU Delft Campus de komende tien jaar herontwikkeld. “Dit betekent dat enkele grote midlife-renovaties gepland staan en dat we ons voor het zuidelijk deel van de TU Delft Campus richten op nieuwbouw. Tegelijk vindt er een aanzienlijke uitbreiding van zonnepanelen plaats. Een aantal gebouwen zijn al voorzien en de plannen liggen klaar om de komende jaren zonnepanelen op daken en gevels significant te laten groeien”, aldus Linssen.

Nieuwbouw

 

Nieuwbouw biedt bij uitstek de mogelijkheid een circulaire aanpak te kiezen. “We zorgen dat nieuwe gebouwen demontabel zijn en uit duurzame materialen bestaan”, vertelt Linssen. Via een ‘paspoort’ van een gebouw is op een later moment terug te vinden welke materialen er zijn gebruikt om hergebruik mogelijk te maken. Ook is klimaatadaptief bouwen, waar op The Green Village ervaring mee is opgedaan, een aandachtspunt bij nieuwe ontwerpen. Dit betekent dat de gebouwde omgeving veranderende weersomstandigheden aan moeten kunnen. Denk bijvoorbeeld aan extreme regenval of hittegolven. De komende jaren wordt een aantal nieuwbouwprojecten gerealiseerd waarbij circulariteit en het veranderende klimaat nadrukkelijk zijn meegenomen in het ontwerp. Zo verrijst het nieuwe QuTech-gebouw op het zuidelijk deel van de campus en staat de faculteit Technische Natuurkunde op de planning.

Geothermie

 

Een van de grotere veranderingen die de komende jaren wordt verwacht is de omschakeling naar geothermie als bron voor het warmtenet op de campus. “Geothermie kan echt een groot verschil maken voor onze plannen. Met geothermie, een project dat wordt gerealiseerd samen met partners, gaat de CO2-uitstoot als gevolg van warmteopwekking bijna in een keer naar nul”, licht Van den Dobbelsteen toe. Als alles volgens plan verloopt, kan het volgend jaar worden begonnen met de aanleg van de warmtebron. Met geothermie gaan we niet alleen een duurzame besparing tegemoet, de bron op TU Delft Campus wordt wereldwijd een van de grootste hotspots voor het onderzoek naar geothermie. “De ervaringen die wij opdoen in deze omschakeling, zijn van groot belang voor het wetenschappelijk onderzoek en helpt innovaties op dit vlak verder”, aldus Linssen die het Geothermieproject vanuit de TU Delft leidt.

Vanwege de geplande renovaties die de gebouwen ondergaan, wordt de warmtevraag op TU Delft Campus kleiner. Dit betekent dat niet alle opgewekte warmte direct nodig is; daarom speelt de opslag van warmte ook een belangrijke rol in dit project. Het idee voor de inzet van geothermie reikt verder dan de eigen campus. “De geothermie bron kan ook duurzame warmte leveren aan woningcorporaties in de stad Delft”, vertelt Linssen. Delft ligt middenin in de metropoolregio Rotterdam Den Haag, een van de dichtstbevolkte gebieden van Europa. “Het is een mooie ambitie een bijdrage te leveren aan de duurzame warmtevoorziening voor dit hele gebied”, vult Van den Dobbelsteen aan.

We zorgen dat nieuwe gebouwen demontabel zijn en uit duurzame materialen bestaan

Hubert Linssen

Groot laboratorium zonder dak

 

Naast de noodzaak die gevoeld wordt de negatieve klimaatimpact te minimaliseren, zijn er meer redenen om te werken aan de transitie naar een duurzame campus. “De TU Delft wil impact maken voor een betere samenleving en we doen dat met onze innovaties die de wereld vooruithelpen. Door innovaties in de praktijk te gebruiken, kunnen knelpunten worden weggenomen. Het is dan ook niet gek dat de aanpak voor onze transitie zich niet slechts op proven technology richt, maar er ruimte is om innovatieve technieken een kans te geven”, aldus Van den Dobbelsteen. “We moeten gebruikmaken van alle kennis die hier is verzameld en faciliteren dat er, mits veilig, naar hartenlust getest kan worden. De TU Delft Campus als één groot, levend laboratorium zonder dak”, besluit Linssen.

 

 

/* */