'Internet of Things draait om waardevolle data'

Gerd Kortuem specialiseert zich als hoogleraar Internet of Things aan de faculteit IO in de interactie tussen mens en computer, smart cities en ontwerpen met data (data-enabled design). Kortuem is van huis uit computerwetenschapper, maar voor hem is de technologie van het Internet of Things vooral een middel. Het gaat hem om het zinvol gebruiken van data.

Het internet neemt steeds meer functies over van de fysieke wereld. Denk aan webwinkels, maar er zijn ook allerlei nieuwe, immens grote bedrijven die enkel online bestaan. AirBnB is bijvoorbeeld het grootste hotel ter wereld, zonder dat ze ook maar één hotelkamer bezitten. “Maar we zien nog iets anders,” begint Gerd Kortuem, “en dat is dat veel fysieke producten via het internet gekoppeld zijn aan het bedrijf dat ze gemaakt heeft. Het beste voorbeeld is Nest, een slimme thermostaat die het gedrag van de gebruiker observeert. Door zijn zelflerende eigenschappen neemt hij langzaam de controle over je verwarming over, precies zoals je het zelf zou doen, waardoor je er geen omkijken meer naar hebt.”

Door de mogelijkheid van observeren en leren worden dat soort producten steeds autonomer. En dat verandert de interactie tussen mens en computer. “Vroeger had de gebruiker volledige controle over zijn apparaten. Ze waren afhankelijk van de opdrachten van de gebruiker. Maar dankzij deze zelflerende algoritmes krijgen apparaten een eigen, autonoom leven. Dat verandert deze interactie in een soort meer gelijkwaardige relatie; het apparaat observeert ons en past zijn gedrag aan. Wij reageren daar weer op en zo gaat het maar door.”

Huisgekweekte energie
Dit is volgens Kortuem een nieuwe en bijzonder interessante ontwikkeling, die heel veel spannende vragen oproept. “Hoe interacteert de mens met deze nieuwe, autonome computerwereld? En hoe zorgen we dat we controle houden maar tegelijkertijd zoveel mogelijk kunnen profiteren van de voordelen die technologie biedt?

Kortuem heeft, samen met zijn onderzoeksgroep-in-opbouw, een aantal case studies uitgevoerd die hierop meer licht moeten werpen. Eén daarvan ging over energieconsumptie, in het bijzonder huizen uitgerust met zonnepanelen en batterijen, die dus hun eigen energie opwekken en ook opslaan. “Dat is een voorbeeld van een veld waar deze nieuwe soort interactie tussen mens en computer werkelijk van belang is,” zegt Kortuem.

“De manier waarop we omgaan met energie bleek compleet te kunnen veranderen. Deelnemers aan de studie veranderden van consumenten van energie (je gebruikt meer dus je betaalt meer) in een soort ‘kwekers’. Ze zagen de energie van hun zonnepanelen als hun eigen, huisgekweekte energie. Die willen ze ook zo verstandig en efficiënt mogelijk inzetten. Niet alleen omwille van geldbesparing, maar ook omdat het ‘van hun’ is. Mensen willen graag zo autonoom mogelijk zijn. We willen nu uitzoeken hoe we dat soort dingen kunnen versterken. Het ontwerpen van slimme producten kan daarbij een rol spelen.”

Hoe we omgaan met energie blijkt compleet te kunnen veranderen

“Om te beginnen moeten we heel goed weten hoe mensen zich in en om hun eigen huis gedragen en waarom ze bepaalde keuzes maken. Dat hebben we geanalyseerd in een case studie over de beste manier om mensen de controle te laten houden over een slimme wasmachine, die direct gekoppeld is aan zonnepanelen en aangeeft wanneer er schone energie beschikbaar is om een was te draaien. En in het artikel over de huisgekweekte energie hebben we bijvoorbeeld gekeken of het haalbaar is om de opgewekte energie direct te koppelen aan (gratis) elektrisch rijden (free local mobility). Dat bleek haalbaar, maar of het ook echt wenselijk is, dat is een andere vraag.”

Zinvolle data
Al deze onderling verbonden apparaten genereren elke dag enorme hoeveelheden data. Deze data leveren inzicht in de manier waarop een product gebruikt wordt, en dat kan nuttig zijn voor ontwerpers. “Maar ontwerpers zijn gewend om met pen en papier te werken, met fysieke materialen, het zijn geen data-analisten. Hoe werkt ontwerpen met data (data-enabled design) precies? Dat moeten we nu gaan uitzoeken.”

“Denk bijvoorbeeld aan data-enabled design voor mensen met dementie. Monitoringsinstrumenten bij patiënten thuis genereren heel veel data over het gedrag van deze mensen. Iedereen kijkt anders naar een situatie. Daarom kan dezelfde data een andere betekenis hebben voor artsen, familieleden, technologen en de patiënt zelf. Wij moeten onderzoeken hoe we deze data zinvol kunnen maken.”

“Data-enabled design kan op veel meer terreinen in de toekomst een grote rol gaan spelen. Ook op grotere schaal, bijvoorbeeld op het niveau van een lokale overheid. Denk aan transport- of energiediensten binnen een stad. Dan spreek je al snel van ‘smart cities’, steden die slim gebruik maken van data om diensten optimaal op elkaar af te stemmen. Het Internet of Things gaat voor mij niet langer om netwerktechnologie. Het gaat mij vooral om data, en hoe we daar betekenis en waarde aan kunnen geven.”