Kunnen dingen ‘dingen’ ontwerpen?

Alle objecten die we dagelijks gebruiken zijn onderling verbonden en ontwerpers moeten zich daarvan bewust zijn. Dat is het uitgangspunt van het Connected Everyday Lab van hoogleraar Interactive Media Design Elisa Giaccardi. Ze studeerde ooit filosofie in Turijn (Italië), maar raakte al snel verzeild in de wereld van nieuwe media, interactie en design.

De stapel boeken op het bureau van Giaccardi lijkt niet meer dan dat: een verzameling losse boeken, niet in interactie met wat dan ook, behalve misschien met degene die de boeken leest. ‘Dat is precies een van de blinde vlekken die ontwerpers hebben,’ zegt Giaccardi direct. ‘Dit boek is onderdeel van een ‘ecosysteem’ van objecten. Het is heel anders om een boek te ontwerpen vanuit enkel de interactie met een gebruiker, dan wanneer ik het ontwerp wanneer ik nadenk over de rol van het boek bij het lezen. Het boek is namelijk al verbonden met allerlei andere objecten die in dezelfde context gebruikt worden. Denk aan de tafel waarop het ligt, een nachtkastje of een rugzak. Er bestaan dus al allerlei connecties, ook zonder een daadwerkelijk verbinding met het internet. En die connecties bepalen mede de verschillende rollen een object kan spelen in het dagelijks leven.’

Ecosysteem
Het begrijpen van het ecosysteem waarin een object ‘leeft’ is niet echt van belang zolang deze objecten niet verbonden zijn via het internet, legt Giaccardi uit. ‘Maar dat wordt wel heel belangrijk zodra je objecten via het internet wil verbinden en gegevens wil laten uitwisselen. En dat biedt heel veel nieuwe mogelijkheden voor ontwerpers. Denk bijvoorbeeld aan een systeem voor het ophalen van afval in een stad. Als je slimme afvalcontainers wil maken, moet je weten met welke andere objecten en mensen zo’n container samenleeft. Wat is de rol van een vuilnisbak en waarmee heeft deze connecties? Het gaat veel verder dan een chip installeren. Ontwerpers moeten zich van de ecosystemen bewust zijn, nog voordat ze de objecten fysiek aan het internet verbinden en een digitaal systeem creëren. Alleen dan kunnen IoT-achtige toepassingen bestaande ecosystemen op een betekenisvolle manier ondersteunen.’

‘We bewegen steeds meer in de richting van het ontwerpen van grote, complexe systemen’, zegt Giaccardi. ‘Maar daarvoor moeten we wel eerst af van de blinde vlekken die ontwerpers hebben wanneer ze denken over afzonderlijke gebruikers of zelfs groepen van gebruikers. We moeten eerst het web van relaties en connecties in systemen kunnen doorgronden, voor we echt kunnen gaan ontwerpen voor verandering. In die netwerken zijn de dingen zelf ook actoren. We kunnen ze op basis van de data die ze genereren uitvragen over hoe ze gebruikt worden en wat er verbeterd kan worden. Net zoals we dat bij mensen kunnen doen. De dingen worden op die manier gelijkwaardige partners in het ontwerpproces. Het gaat uiteindelijk natuurlijk om de gebruiker, maar als je een netwerk in kaart wil brengen moet je niet alléén uit het perspectief van de gebruiker kijken. Dan ontstaan er blinde vlekken. Het hele systeem doet ertoe.’

Goed luisteren
Giaccardi gebruikt deze kennis en inzichten over ecosystemen, concepten en ‘dingen’ (zie kader) om creatief te kunnen denken over nieuwe toepassingen, onder andere op het gebied van interactie-, en service design. Wat vertellen de data (of eigenlijk de dingen zelf) over hoe zij gebruikt worden en welke nieuwe mogelijkheden biedt het als we daar goed naar luisteren? ‘Data vertelt bijvoorbeeld soms dat dingen anders gebruikt worden dan waarvoor ze bedoeld zijn. Daar kan je gebruik van maken,’ zegt Giaccardi. ‘En je kan dan bijvoorbeeld ook functies gaan combineren. Als uit de data blijkt dat iemand elke avond zijn telefoon op zijn nachtkastje legt en de beltoon uitschakelt, kan je als ontwerper iets bedenken waardoor telefoon in combinatie met het nachtkastje op een bepaald tijdstip iets heel anders wordt, bijvoorbeeld een wekker of een lamp. ‘Dat soort dingen die we bijvoorbeeld in het STW-project ‘Resourceful Aging’ en ook binnen het ‘Green Protein transition’-project  dat we samen met het Ministerie van Economische Zaken hebben opgezet.

‘Het gaat mij erom creatieve, nieuwe dingen en mogelijkheden bedenken met data, en niet alleen bestaande processen optimaliseren of diensten te stroomlijnen. Dat gaat van het kunnen ontwerpen van een zinvol verbonden product voor in een bepaald ecosysteem tot het tot stand brengen van verandering in een systeem als geheel.’

Wat is een ‘ding’?

Een ding is in het denken van Giaccardi veel meer dan alleen de ontwerpen artefact. Voor haar is een ding de combinatie van het product met de gebruiker en de manier waarop zij het gebruiken, een totaalconcept dus. Denk aan een smartphone. Dat kan je zien als een stukje hardware; een processor, een scherm en een omhulsel. Maar door de interface kan je er ook over nadenken als iets waaraan jezelf betekenis geeft, door de apps en documenten die je er zelf opzet. Hierdoor krijgt een pas specifieke waarde. Door de interacties die de smartphone heeft met met de apps, de data én de gebruiker krijgt een smartphone betekenis wordt het pas een ‘ding’. Maar die betekenis is persoonlijk. Voor iemand die je smartphone steelt heeft die geen waarde, afgezien van de hardware natuurlijk.