Mens is sleutel tot succes in de operatiekamer

Professor Jack Jakimowicz neemt in november afscheid bij de faculteit IO, waar hij sinds 2007 hoogleraar Safety in Healthcare was. Zijn contacten met de TU Delft gaan echter veel langer terug. Al sinds de jaren negentig werkte hij als chirurg in het Eindhovense Catharinaziekenhuis met ingenieurs en onderzoekers samen aan het verbeteren van het instrumentarium en de veiligheid van minimaal-invasieve chirurgie.

Jack Jackimowicz was in 1990 de eerste chirurg in Nederland die via een zogenaamde kijkoperatie een galblaas verwijderde: in plaats van een incisie van zo’n 15 centimeter waren daar nog maar drie of vier kleine sneetjes voor nodig. Zulke laparoscopische ingrepen – kijkoperaties in de buikholte – hebben allerlei voordelen: kleinere littekens en sneller herstel met minder pijn. Koppel daaraan het economische voordeel van kortere ziekenhuisverblijven en het is niet verwonderlijk dat laparoscopie en andere vormen van minimaal invasieve chirurgie inmiddels voor veel ingrepen de standaard zijn geworden.

Technologie in de operatiekamer
Jackimowicz zelf werkte in de jaren zeventig en tachtig al met flexibele endoscopen, instrumenten voor inwendig onderzoek via bestaande lichaamsopeningen. “Dat maakte de overstap naar beeldgestuurd opereren waarschijnlijk makkelijker voor mij,” zegt hij. Voor velen was die nieuwe manier van werken echter een grote omslag: de chirurg moet zijn instrumenten immers via een werkbuis als het ware op afstand bedienen en op een beeldscherm zien wat er precies gebeurt. Meer technologie in de operatiekamer betekende ook meer behoefte aan technische kennis.

Zo ontstond de nauwe band tussen de TU Delft en het Catharina Ziekenhuis. “Studenten en promovendi kwamen in de operatiekamer observeren hoe chirurgen hun werk deden. Door zich daar volledig in onder te dompelen, zagen ze precies wat er verbeterd kon worden,” aldus Jackimowicz. In de pionierstijd van de sleutelgatchirurgie ging dat vooral om ontwikkeling van het instrumentarium. “Een chirurg heeft instrumenten nodig die goed in zijn hand passen en die zo simpel en efficiënt mogelijk functioneren.” Recent nog ontwikkelde een van Jackimowicz’s promovendi een vacuümgrijper waarmee veel minder schade wordt veroorzaakt aan weefsel en organen.

Zorg is de grootste industrie
Gaandeweg kwam er ook steeds maar aandacht voor trainingsmethoden, het verbeteren van ergonomische aspecten en patiëntveiligheid. “De afgelopen decennia groeide het besef dat chirurgie door het gebruik van technologie een soort productieproces geworden. Wat veel mensen zich niet realiseren is dat de zorgsector ook ’s werelds grootste industrie is,” vertelt Jackimowicz. Een industrie die steeds meer de richting uitgaat van de zogenaamde hoog-betrouwbare organisaties als de luchtvaart, kerncentrales of boorplatforms, waar de processen gestandaardiseerd zijn en de veiligheidscultuur heel belangrijk is.

“Om het hele proces in de operatiekamer soepel en veilig te laten verlopen, moet je de verschillende elementen goed analyseren en proberen te verbeteren,” aldus Jackimowicz. Planning is zo’n element: “Als je te veel operaties plant  ontstaat er onnodige werkdruk. Door iets simpels als een overladen programma kan er al iets fout gaan. Zorg ook voor een checklist voor bepaalde procedures, waarbij je de afhankelijkheid van het geheugen vermindert.” Dan is er nog het ergonomisch aspect. “Hoe kunnen we mensen leren zichzelf te beschermen tegen het jarenlang in een verkeerde houding werken of niet-ergonomisch ontworpen apparatuur gebruiken, zodat ze ernstige klachten of letsel oplopen?”

Daarbij gaat het dan juist niet om het voortdurend upgraden van de technologie. “De neiging bestaat om bij welk apparaat dan ook telkens meer functies, knoppen en lichtjes toe te voegen. Op een gegeven moment leidt de complexiteit van de display dan tot fouten.” Jackimowicz vergelijkt dit graag met de ontwikkeling van de smartphone: “Tegenwoordig is je telefoon eerst je computer, je fototoestel enz. Langzamerhand verdwijnt dan de essentie, namelijk dat je er ook mee kunt bellen.”

Mooie resultaten
Het onderzoek rondom deze onderwerpen leidde tot vele mooie publicaties en, alleen de afgelopen tien jaar al, tien promoties. Ook resulteerde het in een trainingscurriculum voor toekomstige chirurgen: het Laparoscopic Surgical Skills programma (LSS), dat bij het Catharina Ziekenhuis georganiseerd wordt. “We gaan dat project nu uitbreiden naar India en Zuid-Korea, waarvoor we het aanpassen aan de lokale omstandigheden.” Resultaten waar Jackimowicz trots op is. “Maar het belangrijkste in al die jaren was dat we met enthousiaste promovendi en afstudeerders de kwaliteit van de specialist centraal hebben kunnen zetten.” Want mensen blijven wel de sleutel in de processen, benadrukt hij: “We moeten dus zorgen dat zij zodanig zijn voorbereid dat ze optimaal kunnen functioneren binnen het procesmatige handelingstraject.”

Het zijn volgens Jackimowicz juist studenten en onderzoekers van IO die daar oog voor hebben. “Zij kunnen met de techniek en de interface omgaan, en met de mensen.”, zegt hij. “Het is fascinerend om te zien dat je jonge ingenieurs geïnteresseerd krijgt in het ontwikkelen van VR-simulaties ten behoeve van de opleiding van specialisten, of het valideren van nieuwe tools. Dat ze vol enthousiasme mensen veilig leren omgaan met een nieuw instrument, dat ze juist voor die interactie kiezen. Dat is een heel ander soort ingenieur dan die in de luchtvaartsector gaat werken of bruggen gaat ontwerpen. Daarom ben ik zo aan IO gehecht.”