Stories of Aerospace Engineering

Lees verhalen van onderzoekers en studenten aan de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek en ontdek de wetenschappelijke vragen waaraan zij werken en de oplossingen waarmee ze komen.

Kunnen oeroude algen helpen chroom-6 te vervangen?

Timelapse: corrosiebescherming van de letters ‘TUDelft’ Wat in 2014 nog een wonderlijk idee leek, het inzetten van de skeletten van algen om corrosie te voorkomen, blijkt nu langdurige bescherming te bieden aan het in vliegtuigen meest gebruikte aluminium. Over een paar jaar kan dit een veilige en milieuvriendelijke vervanger van chroom-6 opleveren. “Omdat het zo giftig is, heeft de Europese Commissie het gebruik van chroom-6 verboden,” zegt Paul Denissen, promovendus in de Novel Aerospace Materials groep aan de faculteit luchtvaart- en ruimtevaarttechniek. “Het gebruik ervan is alleen nog toegestaan als goede alternatieven ontbreken, zoals bij het beschermen van vliegtuigen tegen corrosie.” Hij legt uit dat de aluminiumlegering die in de luchtvaart het meest gebruikt wordt, extra gevoelig is voor corrosie omdat er koper aan is toegevoegd ter vergroting van de materiaalsterkte. Op dit aluminium worden typisch meerdere beschermlagen aangebracht om verwering te voorkomen. Een van deze lagen is een coating met daarin chroom-6. “Wij onderzoeken of we, met het gebruik van de externe skeletten van een bepaalde algensoort, een milieuvriendelijk alternatief kunnen ontwikkelen voor het gebruik van chroom-6 in deze beschermlaag. De chroom-6 uitdaging Chroom-6 is een zogenaamde actieve corrosie-remmer. Zodra een voorbehandeld metaaloppervlak beschadigd raakt, door een kras bijvoorbeeld, komt het in de coating opgeslagen chroom-6 vrij. Het vormt op het blootgelegde metaal een laagje chroomoxide, dat beschermt tegen verdere corrosie. Nadat de chroom-6 atomen zijn vrijgekomen, kunnen deze zich blijven herverdelen en daarmee het beschadigde oppervlak een voortdurende bescherming bieden. “Er zijn verschillende alternatieve corrosie-remmers die ook heel goed zo’n beschermlaag op het metaal kunnen vormen,” legt Denissen uit. “Maar in tegenstelling tot chroom-6 kunnen ze slechts eenmalig oxideren, en is de gevormde beschermlaag niet permanent. Voor langdurige bescherming is dus een gestage aanvoer van deze alternatieve corrosie-remmers nodig. Belangrijker nog is dat deze alternatieve remmers al een chemische verbinding kunnen aangaan met de coating zelf, op het moment dat deze wordt gefabriceerd of op het metaal wordt aangebracht. Dit verzwakt hun anticorrosieve werking.” Nogal wat uitdagingen, met een mogelijke oplossing vanuit de algenwereld. Enkele vormen van het uitwendig skelet van kiezelwieren (diatomeeën) Bron: https://paleonerdish.files.wordpress.com/2013/06/diatoms.jpg Pillendoos pantser Kiezelwieren (diatomeeën) zijn een stam microalgen die al meer dan honderd miljoen jaar op aarde voorkomen, met een omvang van een tot enkele tientallen micrometers. Ter bescherming tegen de buitenwereld hebben deze eencellige organismen een hard extern skelet. Dit skelet bestaat uit kiezel (siliciumdioxide, hetzelfde materiaal als glas) en bevat veel nano-poriën. Het was de pillendoos-achtige vorm van dit skelet ( zie foto ) die Santiago Garcia – van dezelfde groep en promotor van Paul Denissen – inspireerde ze te gebruiken voor actieve corrosiebescherming. “Mijn idee was om deze skeletten te vullen met alternatieve corrosieremmers,” legt Garcia uit, “en deze dan toe te voegen aan de coating. Het leek mij dat de pillendoosvorm de ongewenste chemische reactie tussen de remmers en de coating zou kunnen voorkomen.” Hij voorzag ook dat de coating, dankzij de poriën in de skeletten, bij een beschadiging onmiddellijk en langdurig corrosieremmers zou kunnen vrijgeven. “Deze algenskeletten zijn bovendien goedkoop en eenvoudig te verkrijgen,” voegt Denissen toe. Snelle ontwikkeling Denissen legt uit dat zijn afstudeeronderzoek uit 2015 slechts een haalbaarheidsstudie was, om te zien of de innovatieve aanpak succes zou kunnen hebben. “We zijn nu in het derde jaar van mijn promotieonderzoek en ondanks beperkte middelen hebben we zojuist laten zien dat het inderdaad corrosiebescherming biedt, mogelijk zelfs vergelijkbaar aan chroom-6. We gebruiken nog steeds onze eerste keuze aan algenskeletten, maar we zijn erin geslaagd deze met veel meer corrosieremmers te vullen. Daarnaast hebben we ook de vrijgave van deze remmers weten te verbeteren. Beide stappen tezamen hebben de anticorrosieve werking van onze coating flink verhoogd. 30 dagen bescherming door algencoating met corrosieremmers Testen in Parijs Als sluitstuk van een intensieve onderzoeksperiode in Delft reisden de onderzoekers naar Parijs af voor een uitdagend experiment. “Sommige bedrijven vereisen dat een coating ook bij een relatief grote beschadiging langdurige bescherming biedt,” zegt Denissen. “We waren dus nieuwsgierig naar de prestaties van onze coating.” In samenwerking met de groep van Polina Volovich van Chimie ParisTech maakten ze één millimeter brede krassen op proefstukken vliegtuigaluminium, waarop vooraf verschillende ‘algencoatings’ waren aangebracht. Vervolgens dompelden ze deze proefstukken onder in een zeer corroderende omgeving. De onderzoekers kregen waar voor hun geld. “We waren enorm verrast,” gaat Denissen verder, “want wat we zagen was volledige bescherming tegen corrosie, zelfs na dertig dagen onderdompeling. Er zijn maar een paar alternatieve systemen die de beschermende werking van chroom-6 zo dicht benaderen. Een wonderlijk resultaat, gegeven onze korte ontwikkeltijd.” Corrosiebescherming visualiseren Denissen en Garcia hebben ook een nieuwe methode ontwikkeld voor het bestuderen van het ontstaan en het beloop van corrosie. Hiermee verkregen ze gedetailleerd inzicht in de werking en resultaten van hun algencoatings. “Het is relatief eenvoudige technologie, met een doorsnee optische camera,” legt Garcia uit. “Optische technieken werden tot nog toe gebruikt om kwalitatieve informatie te vergaren, of om mooie plaatjes te maken. Wij hebben laten zien dat je met optica corrosie in hoge resolutie, en in real-time , kan weergaven. Het is volwassen technologie waarmee we de werking van elke coating kunnen ontleden, commercieel beschikbaar of nog in ontwikkeling.” Optimale bescherming “We gebruiken onze experimenten voor de ontwikkeling van een computermodel, waarmee we onze coatings verder willen optimaliseren,” zegt Denissen. Geen overbodige luxe, want de onderzoekers kunnen voor hun algenskeletten uit meer dan 100,000 verschillende vormen en formaten kiezen. En er zijn nog meer variabelen, zoals het type corrosie-remmer, de optimale concentratie van algenskeletten in de coating en het al dan niet toevoegen van een extra laag aan de algenskeletten om de vrijgave van remmers nog nauwkeuriger te reguleren. “Misschien stappen we over op ufo-vormige algenskeletten, zodat we de dikte van onze coating kunnen terugbrengen tot wat nu de industriestandaard is,” legt Denissen uit. “Daarnaast onderzoeken we of het gebruik van combinaties aan remmers en skeletten de anticorrosieve werking van onze coatings nog verder verbetert.” Een kleine revolutie Het vervangen van chroom-6 is niet eenvoudig. “Daar zijn meerdere redenen voor,” licht Denissen toe. “Het ministerie van defensie wil bijvoorbeeld bewijs zien dat het gebruik van een alternatieve oplossing hun materieel twintig jaar bescherming biedt. Maar er zijn geen goede methoden om dit versneld te testen, om dit in slechts een kort tijdsbestek aan te tonen.” Belangrijker nog, legt hij uit, is dat veel van de testen voor het valideren van de werkzaamheid van alternatieve coatings, specifiek ontworpen zijn voor chroom-6 houdende coatings. “Dat helpt niet,” vervolgt Denissen, “je moet dus aantonen dat de alternatieve coating op dezelfde manier werkt als chroom-6, in plaats van dat het afdoende bescherming biedt.” Desalniettemin heeft er een kleine revolutie plaatsgevonden. Waar vliegtuigfabrikanten voorheen verwachtten dat de producenten van coatings met een chroom-6 vervangende coating zouden komen, proberen zij nu ook zelf alternatieven te ontwikkelen. “Wij zitten op het moment al met beide partijen aan tafel.” Vooruitzichten Ondanks de zeer veelbelovende resultaten tot nu toe benadrukt Denissen dat ze nog een paar jaar nodig hebben voordat hun op algen gebaseerde coating toegepast kan worden op vliegtuigen, bruggen of welk metalen oppervlak dan ook dat bescherming tegen corrosie vereist. “Biedt onze coating voldoende bescherming tegen schaven en krassen? Kan het veelvuldige temperatuurswisselingen weerstaan? Zal onze coating zich goed hechten aan de andere beschermende lagen?” Garcia voegt hieraan toe dat “onze drijfveer is om oplossingen te vinden voor maatschappelijke problemen. We hebben met meerdere partners uit de industrie gesprekken over samenwerking met als doel de ontwikkeling en toepassing van onze technologie te versnellen. We verwachten dat we al in 2022 de eerste veldtesten kunnen uitvoeren, op een vliegtuig.” Totdat die experimenten hebben plaatsgevonden, zal de Europese Commissie de vliegtuigfabrikanten mogelijk nogmaals tegemoet moeten komen, met een uitzondering op het totaal verbod op het gebruik van chroom-6. Hier vind je wetenschappelijke artikelen in Corrosion Science en in Electrochimica Acta gerelateerd aan dit onderzoek van Denissen en Garcia.

Brandstofverbruik verbeteren met plasma-krachten

“ Stroming is prachtig,” zegt Marios Kotsonis, expert in vloeistofmechanica en universitair docent bij de Aerodynamics, Wind Energy & Propulsion groep. Hij wil stroming doorgronden, modelleren en manipuleren. Zijn windtunnel experiment, waarin hij met plasma actief de luchtstroming op de vleugel van een straalvliegtuig beïnvloedde, was een doorbraak. Zijn aanpak kan het brandstofverbruik met misschien wel vijftien procent verminderen. Het leverde hem een ERC-subsidie van €1.5m op. Pijlvorm en het ontstaan van ‘crossflow’ Bij het doorklieven van de roerloze lucht op kruishoogte zijn de vleugels van een straalvliegtuig in een grenslaag gewikkeld met een dikte van ongeveer één centimeter. “De vleugels van vliegtuigen zijn typisch iets naar achteren gericht,” zegt Marios Kotsonis. “Hierdoor duurt het langer voordat de luchtstroom over deze vleugels supersonisch wordt, wat schokgolven veroorzaakt die de luchtweerstand vergroten. Het veroorzaakt echter ook het fenomeen ‘ crossflow ’.” De term crossflow beschrijft een luchtstroming in de grenslaag. De richting van deze stroming is, verrassend genoeg, van de punt van de vleugel naar de romp toe. Bij een te hoge kruissnelheid wordt deze crossflow instabiel, er ontstaan dan wervels en turbulentie in de grenslaag. Deze omslag van een laminaire (gelaagde) stroming naar turbulentie verhoogt de luchtweerstand en het brandstofverbruik, met maximaal vijftien procent. “Ik wil deze omslag voorkomen,” zegt Kotsonis. Herbruikbaar onderzoek Al in de jaren ’70, ten tijde van de oliecrisis, deed men onderzoek naar het uitstellen van deze door crossflow gedomineerde omslag. Maar met het dalen van de olieprijzen daalde ook de interesse voor dit onderzoek. De huidige roep tot het verminderen van de CO 2 -uitstoot heeft het onderzoek nieuw leven ingeblazen. “Het verlagen van de door turbulentie veroorzaakte luchtweerstand kan met zogenaamde passieve oplossingen,” aldus Kotsonis. Dit betreft aanpassingen aan het oppervlak van de vleugels, vergelijkbaar aan het gebruik van shark-skin badpakken door zwemmers. “Maar,” zegt hij, “moderne vliegtuigen maken hier al optimaal gebruik van. Voor een grote stap voorwaarts in brandstofverbruik zijn drastische oplossingen nodig. Ik denk dat een actieve aanpak, met behulp van plasma actuatoren, deze drastische oplossing is.” Plasma op de vleugel Naast vast, vloeibaar en gasvormig is plasma de vierde fundamentele aggregatietoestand van materie. De zon bestaat geheel uit plasma en het komt kortstondig voor bij bliksem. “Voor mijn doel moet ik plasma kunstmatig creëren, met behulp van plasma actuatoren,” zegt Kotsonis. Het sterke elektrische veld tussen de elektrodes van een plasma actuator ioniseert de lucht en versnelt de geladen deeltjes in een bepaalde richting. Door botsingen van deze deeltjes met de neutrale moleculen in de lucht oefenen ze hierop een kracht uit. “Ik wil deze krachten gebruiken om de luchtstroming te veranderen, om het ontstaan en verval van instabiele wervels uit te stellen. Een beetje energie gebruiken om plasma op te wekken en daarmee veel brandstof te besparen,” zegt hij. Plasma actuatoren zijn eenvoudig te fabriceren, hebben geen bewegende delen en ze kunnen in de vleugels van straalvliegtuigen worden geïntegreerd. Wervels beïnvloeden Het meest eenvoudige gebruik van plasma actuatoren is het opwekken van een kracht tegen de richting van de crossflow in, langs de voorzijde van de vleugel. Dit was de aanpak bij zijn windtunnel experiment eind 2017. “Het experiment was,” volgens Kotsonis, “ontworpen als een ‘ proof of concept’ . Nu willen we onze techniek optimaliseren. Een van onze ideeën is om opzettelijk wervels te creëren die stabieler zijn, en daarmee voorkomen dat wervels ontstaan die omslaan in turbulentie. We willen ook spelen met de timing van de plasma-krachten, en met hun locatie op de vleugels.” Rook en lasers “Voor maximaal effect moeten we de vorming van wervels in de crossflow nauwkeurig begrijpen. Wanneer ontstaan ze, hoe groeien ze en waardoor slaan ze om naar turbulentie?” vraagt Kotsonis. In 2016 slaagde zijn groep er als eerste in om de luchtstroming in de grenslaag in detail te meten. Ze gebruikten hiervoor een bestaande tomografische beeldvormingstechniek. Hierbij belicht een laser zeer kort en snel achtereen rookdeeltjes in de luchtstroming. Vanuit meerdere richtingen leggen snelle camera’s de opeenvolgende posities van de rookdeeltjes vast, waaruit een algoritme vervolgens hun snelheid en richting berekent. “Erg hightech, alhoewel we de rookmachine gewoon bij een theaterwinkel gekocht hebben,” zegt hij. ERC subsidie “Mijn onderzoek is high-risk, high-gain ,” zegt Kotsonis. Voortbordurend op zijn eigen werk en dat van zijn promovendi vroeg hij een ERC-subsidie aan. De European Research Council wees hem 1.5 miljoen euro aan onderzoeksgelden toe voor het verbeteren van de tomografische meettechniek en voor het optimaal manipuleren van crossflow met plasma. Volgens hem dient een groot deel van de subsidie voor de aanschaf van camera’s, andere optische hulpmiddelen en benodigdheden voor de plasma actuatoren. “Maar ik neem ook twee promovendi en twee postdocs aan.” Voor zijn experimenten heeft hij luchtstroming van zeer hoge kwaliteit nodig, vergelijkbaar met de omstandigheden op kruishoogte. “Gelukkig ben ik aan de TU Delft verbonden. Onze lage-turbulentie windtunnel stamt uit de jaren ’50, maar is nog steeds een top tien onderzoeksfaciliteit wat betreft laminaire luchtstromingen. Hij is bij uitstek geschikt voor mijn onderzoek.” Dr. Marios Kotsonis Assistant Professor M.Kotsonis@tudelft.nl

L&R-student Nadine Duursma gekozen voor IAWA-beurs

Tekst door: Heather Montague De International Aviation Womens Association (IAWA) heeft bachelorstudent Nadine Duursma uitverkoren om de TU Delft-beurs voor 2018 te ontvangen. Deze beurs wordt jaarlijks verstrekt aan vrouwen die een studie doen die relevant is voor de luchtvaart en ruimtevaart. Sinds 2004 werkt de IAWA samen met vier speciaal gekozen universiteiten in de VS en Canada. Eén keer per jaar wordt een beurs verstrekt aan een student van elk van deze universiteiten. Vorig jaar is de TU Delft verkozen als nieuw lid van die groep universiteiten. “In samenwerking met de universiteiten zoeken we naar kandidaten met goede cijfers, een financiële behoefte en een passie voor een loopbaan binnen de luchtvaart en ruimtevaart”, aldus Lisa Piccione, algemeen directeur en onmiddellijk voormalig voorzitter van de IAWA. Zelfvertrouwen en creativiteit Een van die studenten, Nadine Duursma, zag vorig jaar op Brightspace de oproep tot beursaanvragen van de IAWA. “Ik dacht, oké, ik ben maar een eerstejaars, maar ik voldoe aan alle voorwaarden en wie niet waagt, die niet wint”, vertelt zij. De aanvraag bestond uit het schrijven van een motivatiebrief en een creatieve opdracht om uit te leggen waarom zij voor de TU Delft had gekozen. “Als voorbeelden gaven ze een filmpje maken, of een pitch of een poster. Maar ik dacht dat iedereen dat wel zou doen, dus moest ik iets anders vinden”, legt ze uit. “Dus heb ik een gedicht geschreven en een tijdlijn gemaakt over mijn keuze voor Delft, inclusief foto’s van mij op jonge leeftijd met vliegtuigen.” Ondanks haar zelfvertrouwen was het voor Nadine toch een (aangename) verrassing toen ze in juni te horen kreeg dat ze gewonnen had. Loopbaankeuze Als kind vond ze wiskunde en exacte vakken al leuk en ze weet nog dat ze daar op jonge leeftijd al goed in was. Maar hoewel Nadine’s vader aan de TU Delft had gestudeerd en haar moeder een studie wiskunde had gedaan, werd ze niet de exacte kant opgedwongen. Volgens Nadine gaven haar ouders haar alle vrijheid om zelf een studiekeuze te maken. “Maar ik wist zeker dat ik geschiedenis of taal niet leuk vond, dus voor mij was de keuze makkelijk”, vertelt ze. Na even een carrière als piloot te hebben overwogen, kwam ze tot het besef dat het ontwerpen en de mogelijkheid om iets nieuws te maken haar pas echt inspireerden. Ze onderzocht andere vakgebieden, waaronder levenswetenschappen en medicijnen, maar vond dat ze daarvoor te veel uit haar hoofd moest leren. “En toen kwam ik hier op de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek en werd ik verliefd op het vliegtuig”, vertelt ze. “Dat was pas iets waar je echt over kon nadenken en daarom besloot ik me in te schrijven. Het was ook nog eens een van de meest uitdagende opleidingen aan de TU Delft en dat beviel me wel.” Blik op de toekomst Hoewel ze nog maar aan het begin van haar wetenschappelijke loopbaan staat, heeft Nadine Duursma duidelijke ambities voor de toekomst. Ze droomt over studeren in het buitenland en verwacht dat ze enige tijd voor een bedrijf zal werken om daarna mogelijk voor zichzelf te beginnen. “Het lijkt me interessant om te proberen vliegtuigen in te zetten als openbaar vervoer”, vertelt ze. “Ik hoop dat we in de toekomst niet meer met de trein maar met het vliegtuig naar ons werk gaan.” Ze heeft daarnaast veel respect voor astronauten, legt ze uit, omdat die intelligent en fysiek in goede conditie moeten zijn en hard werken. “Als ik in de toekomst ooit de kans krijg om astronaut te worden, dan pak ik die. Ik zou het in ieder geval proberen. Ik ga er niet van uit, maar waarom zou je het niet proberen?” Steun voor de volgende generatie Door middel van beurzen blijft de IAWA de ontwikkeling ondersteunen van vrouwen met een passie voor een loopbaan in de luchtvaart en ruimtevaart. Die omschrijving is zeker op haar van toepassing. “Nadine is dankzij haar levenslange interesse in de luchtvaart en haar toewijding aan een technische opleiding luchtvaart- en ruimtevaarttechniek een geweldig rolmodel en een toekomstig leider voor deze industrie”, aldus Piccione. “We verheugen ons niet alleen op onze samenwerking met Nadine, maar met alle studerende vrouwen in dit vakgebied.” Piccione benadrukt dat de IAWA het bieden van steun aan de volgende generatie en hulp aan mensen die de industrie proberen binnen te komen erg serieus neemt. Vanuit haar jarenlange ervaring in de luchtvaartindustrie benadrukt ze het belang van een professioneel netwerk, contactpersonen en bekendheid binnen de industrie. “Wij hopen dat alle jonge vrouwen die een loopbaan binnen de luchtvaart en ruimtevaart ambiëren hun naam zullen toevoegen aan onze mailinglijst”, licht ze toe. “In de loop van het jaar worden er over de hele wereld IAWA-evenementen georganiseerd.” Op donderdag 11 oktober is Piccione op de TU Delft om Duursma officieel haar IAWA-beurs te overhandigen. Deze uitreiking vindt plaats direct na de eerste lezing in het kader van het nieuwe initiatief Diversity Talks van de universiteit. Daarnaast zullen Nadine en de ontvangers van beurzen aan andere universiteiten op het podium worden geëerd tijdens de 30e jaarlijkse IAWA-conferentie die 24-26 oktober in Memphis (Tennessee) zal worden gehouden. Zie ook Humans of TU Delft: Nadine Duursma in Delta Nadine Duursma Lisa Piccione, algemeen directeur IAWA

Wat vliegende robots ons kunnen leren

‘Fruitvlieg’ is niet het eerste waar je aan denkt als je de Delfly Nimble ziet fladderen, met zijn 30cm spanwijdte. De luchtacrobatiek van de robot heeft echter veel weg van het gedrag van de fruitvlieg. Zijn ontwikkelaars konden hiermee enkele belangrijke aannames testen over hoe dit insect ontsnappingsmanoeuvres uitvoert. Hun recente publicatie in Science is nog maar het begin van wat vliegende robots ons kunnen leren over hoe insecten vliegen. De Nimble is de meest recente robot in een lijn van ‘ micro-air vehicles ’, ontwikkeld door onderzoekers van het TU Delft MAVLab. “Het is ons eerste ontwerp zonder vliegtuigstaart,” zei dr. Matěj Karásek, postdoc-onderzoeker bij het MAVLab. “Net als insecten gebruikt deze robot alleen zijn vleugels voor het maken van rotaties om elk van zijn drie lichaamsassen.” Volgens dr. Guido Croon, wetenschappelijk directeur van het MAVLab, “is de Nimble een belangrijke stap richting ons ultieme doel: een ultralichte, veilige en intelligente micro-drone. Omdat de Nimble zo wendbaar is, kan hij in veel uitdagender windomstandigheden vliegen dan onze voorgaande drones met vliegtuigstaart.” Geïnspireerd door de natuur Stel je voor dat de Nimble rechtop staat, zoals een mens. Voor rotaties om de hoofd-voet-as (‘gieren’ in luchtvaartterminologie) duwt de Nimble de ‘onderkant’ van beide vleugelparen in tegenovergestelde richting, waardoor de vleugels onder een hoek van elkaar komen te staan. Voor rotaties om de links-rechts-as duwt de Nimble beide vleugelparen (in hun geheel) richting buik of rug. “Deze strategieën zijn vergelijkbaar met die van fruitvliegen en andere insecten,” zei Karásek. “Rollen is een uitzondering. Voor een zijwaartse rotatie (om de buik-rug-as) varieert de fruitvlieg de grootte van zijn vleugelslag, terwijl wij de frequentie van de vleugelslag aan een kant van zijn lichaam aanpassen. We kopiëren de natuur niet, maar laten ons erdoor inspireren.” Het hart van de Nimble is de autopilot van 2,8 gram. Deze programmeerbare microcontroller bevat ook de sensoren voor het bepalen van de stand en versnelling van de robot. Volgens Karásek “komen de besturingsalgoritmes overeen met hoe wij denken dat insecten vliegen.” Met een druk op de knop Als de Nimble geen opdracht (meer) krijgt van de afstandsbediening, dan keert hij uit zichzelf terug naar een zwevende positie. Zijn lichaam hangt dan verticaal terwijl hij zeventien keer per seconde met zijn vleugels slaat. Maar met zijn sensoren en aanpassingen in de dynamiek van zijn vleugels kan hij ook vooraf geprogrammeerde opdrachten uitvoeren. “Dit kunnen acrobatische elementen zijn zoals een draai van 360 graden, maar ook een beweging geïnspireerd op de ontsnappingsmanoeuvres van fruitvliegen,” zei Karásek. “Met een druk op de knop zetten we deze beweging in, en we krijgen de controle over de Nimble pas terug als hij weer in zweefstand hangt.” Een kijkje in de hersenen van een fruitvlieg “Het is heel frustrerend als fruitvliegen telkens weer weten te ontkomen aan onze pogingen om ze te pletten,” zei Karásek. “Wetenschappers hebben geprobeerd hun ontsnappingsmanoeuvres te beschrijven aan de hand van videobeelden, gemaakt met een hogesnelheidscamera. Maar voor bewijs zouden we in de hersenen van een fruitvlieg moeten kunnen kijken. Met de Nimble hebben we een alternatieve methode.” In samenwerking met Florian Muijres, bioloog en universitair docent aan Wageningen University & Research, hebben onderzoekers van het MAVLab de Nimble geprogrammeerd om deze ontsnappingsmanoeuvres na te bootsen. Ze vonden opmerkelijke overeenkomsten tussen de capriolen van de robot en die van fruitvliegen. In formule vangen “Onze belangrijkste ontdekking is een nieuw aerodynamisch effect dat de fruitvlieg helpt bij het maken van bochten,” zei Karásek. “Bij zowel de fruitvlieg als bij onze robot namen we rotaties om de hoofd-voet-as waar. Maar bij onze robot wisten we zeker dat dit een passief effect was omdat we het mechanisme om te gieren hadden uitgeschakeld. Deze rotatie is het gevolg van het samenspel tussen een zijwaartse beweging en het aanpassen van de vleugelstand voor rotatie om een andere as.” De onderzoekers hebben dit complexe mechanisme, waarmee de fruitvlieg zijn lichaam naar de ontsnappingsrichting draait, in een verrassend eenvoudige formule weten te vangen. Zo behendig als een bij Het onderzoek met de Nimble is door Science gepubliceerd. Maar volgens Karásek “is er nog zo veel meer dat we dankzij onze robots over insecten kunnen leren. En er is zoveel meer dat we van insecten kunnen leren om onze robots te perfectioneren. In een door NWO gefinancierd project, ‘ To be as nimble as a bee ’, werken de MAVLab onderzoekers weer samen met Wageningen University & Research. In dit project onderzoeken ze hoe vliegende insecten omgaan met plotselinge windvlagen. Ze willen ook begrijpen hoe en waarom ze niet allemaal dezelfde zintuigen gebruiken voor evenwicht en vluchtstabilisatie. “Fruitvliegjes gebruiken hiervoor zogenoemde ‘halters’, biologische gyroscopen. De gyroscopen in onze autopilot zijn op hetzelfde principe gebaseerd. Maar sommige vliegende insecten hebben geen halters en toch kunnen ze uitstekend vliegen. Welke zintuigen gebruiken zij hiervoor, en hoe gebruiken ze die?” vroeg Karásek. Kleiner en slimmer De huidige Delfly Nimble heeft slechts beperkte autonomie. Ja, hij vliegt draadloos, maar zijn gedrag wordt volkomen bepaald door enkele honderden regels computercode en door externe commando’s. Bovendien is de Nimble blind. Iemand moet hem besturen of hij zal ergens tegenaan vliegen. “We willen dat de Nimble intelligent genoeg is om geheel zelfstandig te vliegen, met behulp van een enkele camera,” zei Croon. “En we hebben al draadloze technologie ontwikkeld om onze drones in zwermen te laten vliegen.” Karásek verwacht dat hij de robot nog flink kleiner kan maken. Hij legde uit dat “robots met flapperende vleugels veel efficiënter kunnen vliegen dan de traditionele drone met vier propellers, met name bij verdere miniaturisatie.” Op de vraag naar een futuristische toepassing voor zulke kleine, wendbare en slimme drones, antwoordde Karásek: “Stel je een zwerm mini-Nimbles voor die autonoom door een broeikas vliegen, en die alle bloemen bestuiven.” Meer informatie: - Hier vind je een film van de Delfly Nimble . - Het Science artikel vind je hier.

Nieuwe MOOC luchtvaart- en ruimtevaarttechniek gelanceerd

Na het succes van de eerste MOOC (massive open online course) van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek van de TU Delft bereidt de faculteit zich voor op de lancering van een gloednieuwe MOOC. Introduction to Aerospace Structures and Materials , een interactieve cursus van zeven weken, ging live op 28 augustus 2018. Kwaliteitsonderwijs toegankelijk maken De eerste MOOC van Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek aan de TU Delft, Introduction to Aeronautical Engineering , ging online in 2014. Deze was gebaseerd op een bestaande cursus aan de TU Delft die universitair docent Mark Voskuijl had helpen opzetten. “Onze oorspronkelijke visie, ‘we willen de wereld scholen’, klinkt misschien wat hoog gegrepen”, zegt hij. “Maar het algemene idee is dat iedereen toegang moet hebben tot onderwijs van hoge kwaliteit, en met MOOC’s kun je dat op inleidend niveau aanbieden.” MOOC’s zijn per definitie online cursussen die kosteloos toegankelijk zijn voor iedereen. Bij het maken van een MOOC komen heel andere dingen kijken dan bij een college dat aan de universiteit wordt gegeven. Voskuijl vertelt dat er veel ontwikkelwerk aan voorafgaat, maar dat het materiaal, wanneer het klaar is, wel lange tijd kan worden gebruikt. “Je hebt geen college van 90 minuten, je moet korte videofragmenten maken, gevolgd door oefenmateriaal”, zegt hij. “Duizenden studenten volgen de cursus, en dat bemoeilijkt de communicatie. We ontwikkelen veel interactieve oefeningen, zodat ze kunnen controleren of ze het materiaal onder de knie hebben.” Voskuijl vindt de kwaliteit van de eerste MOOC van de faculteit behoorlijk hoog. “In sommige opzichten zijn de video’s veel beter dan een traditioneel college, omdat je er echt goed over nagedacht hebt tijdens de voorbereiding, en je alle informatie op een goede manier in de fragmenten hebt verpakt”, legt hij uit. Hij gebruikt nu zelfs enkele van de video’s van de MOOC in zijn college aan de TU Delft, zodat hij daarin bijvoorbeeld interviews met piloten of rondleidingen in een vliegtuig kan opnemen, dingen die je niet kunt doen tijdens een live college. Groot bereik Sinds de start hebben meer dan 60.000 mensen zich aangemeld voor Introduction to Aeronautical Engineering. Die maken de cursus niet allemaal af, maar dat aantal geeft zeker aan dat er veel interesse is, en dat cursussen zoals deze een groot potentieel bereik hebben. Docenten kunnen tijdens de cursus op een interactieve kaart zien waar deelnemers zich bevinden. En Voskuijl merkte op dat sommige studenten in bijvoorbeeld India bij elkaar kwamen tijdens de MOOC. “Ze zijn echt overal ter wereld. Op een wetenschappelijke conferentie kwam iemand van het MIT eens naar me toe en zei dat hij me kende. Ik was heel verrast dat hij mijn cursus had gevolgd. Hij was hoogleraar op een iets ander gebied, en wilde meer weten over luchtvaarttechniek.” Voskuijl merkt ook dat steeds meer internationale masterstudenten de cursus volgen voordat ze naar Delft komen. “Het is goed dat zij zien hoe wij lesgeven en hoe de dingen bij ons gaan, want dat kan heel anders zijn dan in andere landen.” Een nieuwe MOOC met een lange geschiedenis De tweede MOOC, die zich richt op hoe vliegtuigen en ruimtevaartuigen worden ontworpen en geproduceerd, is op 28 augustus begonnen. Volgens universitair hoofddocent Gillian Saunders-Smits, een van de makers van de cursus, vult deze een gat in het online cursusaanbod van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek. Ongeveer vijf jaar geleden begon de afdeling Aerospace Structures and Materials een pilot voor het ontwikkelen van online mastervakken. “Maar we hadden altijd het gevoel dat er iets ontbrak, namelijk de introductiestap”, zegt ze. “Bovendien vinden we het een mooi idee om een ​​MOOC te maken, we delen graag onze passie voor constructies en materialen in de lucht- en ruimtevaart met zoveel mogelijk mensen, waar ter wereld ze zich ook bevinden en wat hun eerdere opleiding ook is.” De oorsprong van de cursus zelf gaat veel verder terug dan vijf jaar. Introduction to Aerospace Structures and Materials, een van de oudste vakken van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek, werd in 1945 geïntroduceerd toen de eerste hoogleraar lucht- en ruimtevaartconstructies werd aangesteld aan de TU Delft. Uiteraard is de inhoud van het vak door de jaren heen geëvolueerd. Het gaat over ‘het vlees en de botten’ van het vliegtuig, zoals Saunders-Smits het noemt. “We vinden echt dat dit een soort showcase moet zijn van alles wat we hier bij Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek doen met constructies en materialen. We willen uitleggen hoe vliegtuigen werken en waarom ze kapotgaan, en veiligheid is ook deel van het verhaal.” Online onderwijs interessant maken Voor de cursusmakers is het belangrijk om MOOC-deelnemers conceptueel begrip en een basis voor het onderwerp te bieden. En er zijn veel verschillen tussen live en online leren. “Het belangrijkste is volgens mij dat je ervoor moet zorgen dat je de aandacht van de deelnemers houdt”, zegt Saunders-Smits. “De video’s moeten aantrekkelijk en gevarieerd zijn. We willen niet alleen pratende hoofden of een PowerPoint met voice-over. We proberen een mix te maken van veel verschillende dingen, zoals films, animaties, en activiteiten die telkens anders zijn.” Er zullen bij deze online cursus ook enkele unieke onderwijsbenaderingen worden gebruikt. Saunders-Smits legt uit dat er diverse experimenten zullen zijn die alle deelnemers individueel kunnen doen met behulp van materialen die ze thuis al hebben. “Hierdoor krijgen ze een beter idee van waar we het over hebben”, zegt ze. “Ze zien het niet alleen, maar hebben ook iets tastbaars waar ze van leren.” Daarnaast zal aan de studenten worden gevraagd wat hun favoriete vliegtuig of ruimtevaartuig is, en de wekelijkse opdrachten tijdens de cursus zullen daar zoveel mogelijk op gericht zijn. Deelnemers moeten nieuwe ontwerpopties bedenken, of uitleggen waarom of hoe een bepaald ontwerpprobleem kan worden opgelost. Zo krijgen ze meer inzicht in hun favoriete vliegtuig of ruimtevaartuig. Inschrijving Hoewel de inhoud van Introduction to Aerospace Structures and Materials nog vele jaren beschikbaar zal zijn, is het eerste aanbod uniek, omdat hierin meer interactie tussen deelnemers en docenten is. De startdatum nadert, en de inschrijvingsactiviteit is zeer bemoedigend. “Sinds het begin van de registratie in februari is er een gestage toename, en tot nu toe hebben we ongeveer 4000 deelnemers”, zegt Saunders-Smits. “Dat zijn meer mensen dan ik in totaal in 10 jaar hier les heb gegeven bij luchtvaart- en ruimtevaarttechniek!” Dit is slechts de tweede MOOC van de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek, maar er zijn veel meer betaalde cursussen beschikbaar, zowel voor studiepunten als voor professionele ontwikkeling. Klik hier voor meer informatie over de hele portfolio van online onderwijs aan de TU Delft.

Ruimte voor de zomer

Deze zomer verzamelen ruimtevaartdeskundigen en -professionals van over de hele wereld zich in Nederland voor het 31e jaarlijkse International Space University (ISU) Space Studies Program (SSP). Het Netherlands Space Office organiseert dit prestigieuze evenement van 25 juni t/m 24 augustus in samenwerking met de TU Delft, de Universiteit Leiden en het European Space Agency. Uniek programma Het in 1988 opgerichte Space Studies Program (SSP) is een negen weken durend professioneel ontwikkelingsprogramma op masterniveau dat elk jaar in een ander land wordt gehouden. Dit jaar vindt het programma plaats op verschillende locaties in Nederland, voor een groot deel aan de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek. Het interdisciplinaire curriculum omvat zowel technische als niet-technische ruimtegerelateerde vakgebieden, waaronder beleid en recht, bedrijfskunde en management, techniek, natuurwetenschappen en ruimtevaarttoepassingen. We verwachten ongeveer 140 deelnemers, meer dan ooit, die zullen worden gehuisvest op de campus van de TU Delft. “Het grootste deel van het onderwijs- en projectwerk tijdens de eerste weken vindt hier op de faculteit plaats,” zegt Ineke Boneschansker, communicatiemanager voor de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek en lid van het plaatselijke organisatiecomité. “De mensen die hier in de zomer werken of studeren, ervaren dan ook de energie die dit programma met zich meebrengt.” Leren van een breed scala van deskundigen Het SSU-programma is intensief en breed, met allerlei lezingen, groepsprojecten en bezoeken aan bedrijven. Boneschansker vertelt dat er ongeveer 225 docenten van over de hele wereld worden aangetrokken. “Dit zijn echt interessante mensen: astronauten van de NASA, ruimteondernemers, kunstenaars, sciencefictionschrijvers, filmers en filmregisseurs, maar ook artsen en juridische deskundigen op ruimtegebied, allemaal vakgebieden die wij zelf niet in huis hebben. En al die mensen gaan hier lesgeven. Ik vind het echt geweldig.” Een van die docenten is dr. Daphne Stam van de TU Delft, universitair hoofddocent planeetwetenschappen. Ze vindt het een eer dat ze uitgenodigd is om een ​​kerncollege te geven over planeten van het zonnestelsel en exoplaneten, en volgens haar profiteert de faculteit er ook van. “Onze ruimtevaartafdeling is de laatste jaren flink gegroeid, onder andere doordat belangstelling voor de ruimtevaart is toegenomen sinds commerciële bedrijven zich ermee bezighouden, zoals Elon Musk, die zijn Tesla lanceerde in de ruimte,” aldus Stam. “We genieten internationaal al een uitstekende reputatie, maar ik denk dat we door dit te organiseren onszelf nog meer op de kaart zetten.” Ze merkt ook op dat dit evenement bijdraagt ​​aan het ontstaan en versterken van vormen van samenwerking, in het bijzonder met de astronomen in Leiden. Voor elk wat wils Gelukkig kunnen ook niet-deelnemers aan het SSP profiteren van het zomerprogramma. Lokale organisatoren hebben namelijk de Sizzling Summer of Space gelanceerd, met tal van activiteiten die allemaal toegankelijk zijn voor het publiek. Er zullen evenementen voor ruimteliefhebbers van alle leeftijden plaatsvinden in Delft, Leiden, Den Haag en Noordwijk. “Ik weet dat mensen het druk hebben en dat het zomervakantie is, maar dit wordt echt bijzonder en het is beslist de moeite waard,” zegt Boneschansker. En er is absoluut voor elk wat wils. In de TU Delft Library zijn bijvoorbeeld de hele zomer de tentoonstellingen The Afterlife of Satellites en Food for Mars te zien. Op 26 juni geeft voormalig NASA-astronaut Jeff Hoffman een lezing over zijn vijf ruimtemissies, onder andere voor reparatie van de ruimtetelescoop Hubble. In het Science Centre wordt op 30 juni Asteroid Day gehouden, een dag met speciale aandacht voor asteroïden. En het Delftse filmhuis Lumen organiseert het Unlimited Space Film Festival, waarin onder andere op 12 juli de documentaire Orphans of Apollo wordt vertoond, met een inleiding van regisseur Michael Potter. Je kunt ook op 5 juli een bezoek brengen aan het Science Café in de Centrale Bibliotheek in Den Haag, waar drie wetenschappers korte, maar inspirerende lezingen zullen geven over de nieuwste inzichten in hun vakgebied. En op 10 juli geeft Pete Worden van Breakthrough Initiatives een lezing over het Starships-project. Heel interessant is ook een unieke robotbouwwedstrijd. Als onderdeel van hun lesprogramma gaan SSP-deelnemers Lego-robotlanders bouwen en programmeren. Ook leerlingen van lokale scholen gaan de uitdaging aan. Volwassenen en jongeren zullen het tijdens de grote finale op 14 juli tegen elkaar opnemen, in aanwezigheid van astronaut André Kuipers. Dit is nog maar een greep uit de vele evenementen in deze zomer. Klik hier voor een gedetailleerd schema en volledige beschrijvingen. Niet te missen kans Het is echt een unieke kans voor de faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek en de lokale gemeenschap om mee te doen aan zowel het SSP als de Sizzling Summer of Space. “Het maakt de faculteit zichtbaar als onmisbare partner in de Nederlandse ruimtevaartsector,” aldus Boneschansker, “en het maakt ons zichtbaar voor de internationale ruimtevaartwereld.” Maar het is ook een kans om het grote publiek te laten zien wat de faculteit doet. Daarom vindt Boneschansker dat iedereen moet proberen deel te nemen. “Dit is zo'n groots evenement, en we doen dit waarschijnlijk nooit meer bij de faculteit. Het zou zonde zijn als mensen er niet van profiteren,” licht ze toe. “Probeer mee te doen aan de openbare evenementen en neem ook je kinderen mee. Ondersteun je collega’s die meedoen, en laat je zien.”