Gerard van Bussel

Naam?

Prof. dr. Gerard van Bussel.

Functie?

Leerstoelhouder Windenergie.

Privé?

‘Ik ben getrouwd en vader van drie kinderen. Eigenlijk zes, want de schoonkinderen horen er net zo goed bij, vind ik. In verschillende samenstellingen trekken we er graag op uit met onze zeilboot, die in Friesland ligt. We wonen in Pijnacker, en als het even kan ga ik op de fiets naar mijn werk.'

Favoriete vrijetijdsbesteding?

‘Ik heb eigenlijk te veel hobby’s voor mijn beschikbare vrije tijd. Zo houd ik van zwemmen. Toen ik nog wis- en natuurkunde studeerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen was ik er behoorlijk fanatiek in. Ik stond aan de wieg van de studentenzwemvereniging aldaar: Hydrofiel. Tegenwoordig train ik veel minder, eenmaal per week, maar toch altijd nog 40 banen op een avond. Verder ben ik gediplomeerd vrijwillig molenaar. In mijn jonge jaren heb ik heel wat uurtjes op een oude windmolen gedraaid, maar tegenwoordig komt het daar helaas niet meer van. In plaats daarvan adviseer ik Vereniging De Hollandsche Molen bij de strijd tegen de aantasting van de molenbiotoop: steeds meer molens worden omgeven door nieuwbouw, en dat belemmert de windvang. Uiteraard proberen we dat te voorkomen. Tot slot klus ik graag; ik ben redelijk handig met houtbewerken en heb een lasdiploma.’

Mooiste gebeurtenis uit uw carrière?

‘Dat is eigenlijk mijn hele carrière zelf. Eind jaren zeventig ben ik begonnen als wetenschappelijk assistent. De eerste moderne windturbine die er werd gebouwd was bijna net zo groot als een oude windmolen, met een doorsnede van 25 meter. Dat was in die tijd een hele prestatie. Ter vergelijking: momenteel is er een windturbine in productie met een rotordiameter van 150 meter. In al die jaren heb ik de windturbinetechniek zien uitgroeien van de kinderschoenen tot de geavanceerde technologie die het nu is. Geweldig mooi om dat mee te mogen maken! Waar ik ook erg blij mee ben, is dat we als windenergieclub zijn ‘teruggeland’ bij L&R, de faculteit waar het ooit begonnen is. Na onze beginjaren moesten we hier weg, omdat men windenergie niet vond passen bij LR. Ik heb toen een paar jaar bij Wiskunde gezeten, en later bij Civiele Techniek. Sinds 2005 zijn we terug op het L&R-honk en draaien we volledig mee in onderzoek èn onderwijs. Heel trots ben ik op onze Open Jet Facility (OJF), een grote windtunnel die gemaakt is voor het testen van geschaalde windturbines. Dankzij deze unieke open-straal-tunnel kan de luchtstroom vrij om de meetopstelling bewegen. Dat is ideaal voor onderzoek aan windturbines, maar ook voor veel andere experimenten. Zo komen er ook wielrenners en bobsleeërs om onderzoek te doen naar het verlagen van de weerstand.’

Leukste aan uw werk?

‘De afwisseling: enerzijds onderwijs geven, anderzijds onderzoek doen met slimme en enthousiaste jonge mensen. Daarnaast is windenergieonderzoek een zeer internationale aangelegenheid, waardoor ik vaak naar het buitenland reis. Om onderzoek gefinancierd te krijgen, is veelal internationale samenwerking vereist. Het mooie van onderzoek gefinancierd door de EU is dat je bij elkaar in de keuken kijkt. Op conferenties hoor je alleen de mooie resultaten, maar in de praktijk zie je ook de fouten die er worden gemaakt. Dat is een uitstekend leerproces en tevens een van de belangrijkste redenen waarom de Europese windenergie-industrie voorop loopt in de wereld. Verder zit ik ’s avonds thuis vaak studentenverslagen en rapporten te lezen. Dat doe ik uit pure interesse en plezier in mijn werk. Ook bijzonder leuk: sinds kort mag ik promotiecommissies voorzitten. Zo krijg ik een blik op andere velden van onderzoek, bijvoorbeeld bij TBM en Elektrotechniek. De voorgesprekken met de promovendi zijn heel boeiend; je ziet ze stralen als ze over hun passie vertellen. Als ik hen dan ook nog kan helpen er een geslaagde dag van te maken, geeft dat veel voldoening. Eigenlijk is mijn baan gewoon de ideale baan.’

Grootste uitdaging op dit moment?

‘We lopen aan tegen een uitputting van grondstoffen. Er ligt daarom een forse uitdaging: mensen overtuigen van de grote stappen die moeten worden genomen naar verduurzaming van de energievoorziening. Dat kan op termijn alleen met hernieuwbare energie want dat is de enige oplossing voor de generaties na ons. Helaas hebben we in Nederland de slag om de windturbine-industrie al verloren: de politiek kiest er niet voor. Heel jammer, want windstroom op het land kost al bijna hetzelfde als kolen en gas. Ik ben bang dat hetzelfde gaat gebeuren met de offshore windenergie want die is nu nog te duur. Ons kabinet kiest kortzichtig alleen voor goedkope energie. Echter, goedkoop is mijns inziens op de lange termijn toch echt duurkoop. Neem Bremerhaven in Duitsland: in en om deze kleine stad hebben private partijen nu al voor miljarden euro’s geïnvesteerd en wordt er een speciale haven aangelegd waar in de toekomst offshore windturbines worden gebouwd en getransporteerd. Windenergie op zee krijgt daar ruim baan en dat had ook in Den Helder gekund. Dat dit niet gebeurt, stemt me echt verdrietig. Eén van de grote drijfveren van ons onderzoek is dan ook de investeringskosten van offshore windparken omlaag krijgen.’

Waarom Delft?

‘Ja, ik ben een echte techneut, dus dan moet je in Delft zijn. Grappig is wel dat ik niet in Delft heb gestudeerd. Op de middelbare school was ik gek van modelzweefvliegtuigen die ik naar eigen ontwerp bouwde, dus ik lag helemaal op koers voor een studie bij L&R. Maar op de voorlichtingsdag werd mijn vader afgeschrikt door het praatje dat veel mensen het hier niet redden. Ik ben toen wis- en natuurkunde gaan studeren in Nijmegen, dichter bij mijn woonplaats. Uiteindelijk ben ik toch in Delft terechtgekomen. Daar vond ik moeiteloos aansluiting met de ingenieurs hier, dankzij de brede natuurwetenschappelijke basis die ik had meegekregen.’

Beste eigenschap?

‘Dat is meteen ook mijn slechtste eigenschap: ik geef het bijna nooit op. Als ik vind dat iets moet kunnen, ga ik net zo lang door tot het lukt. Hoe harder mensen zeggen dat het niet kan, hoe meer in me erin vastbijt. In het onderzoekswerk is het goed als je deze eigenschap hebt, maar het kan ook tegen je werken.’

Minst goede eigenschap?

‘Mensen noemen me weleens te serieus. Ook kan ik mensen behoorlijk toespreken. Misschien kan ik mijn boodschap eens vaker met een kwinkslag overbrengen.’

Welk onderwerp hoort volgens u hoog op de politieke agenda?

‘De huidige regering heeft geen toekomstvisie: men heeft geen idee waar Nederland over 20 jaar moet staan, en al helemaal niet hoe de weg naar 2030 eruit zou moeten zien. Dat geldt zeker voor het energiebeleid. Er wordt in dat opzicht volstrekt onvoldoende initiatief ontplooid. Sterker nog: de huidige hand-op-de-knip-politiek is killing voor alles: van educatie tot wetenschap, infrastructuur en energiebeleid. Daar moet dus nodig verandering in komen.’

Inspiratiebron?

‘De gesprekken met mijn vrouw. Zij bekijkt de wereld als ecoloog, ik als techneut, en we praten veel over de vraag wat nu eigenlijk echte verduurzaming is. Verder haal ik veel inspiratie uit kunst. We hebben een aantal kunstwerken van lokale kunstenaars in huis en in de tuin. Daarnaast ook een groot beeld uit Zimbabwe. Ik spreek graag met kunstenaars en ben enorm onder de indruk van hun levensinstelling. De meesten zitten op zwart zaad, maar hun creativiteit geeft hen een enorme drive om door te gaan. Hun levensvisie geeft mij inspiratie; het voert me weg uit de wereld van de techniek, waarin alles altijd logisch moet zijn en bewezen moet worden.’

 

Levensfilosofie?

“Take it easy”: heb je het te druk, probeer dan te relativeren. Laat je niet gek maken, en accepteer dat minder belangrijke zaken soms even blijven liggen. Zo voorkom je dat je eraan onderdoor gaat.’