Guido de Croon

Naam?
Guido de Croon

Functie?
Professor Bio-inspired Micro Air Vehicles, TU Delft 

Privé?
‘Ik heb mijn jeugd in Udenhout gewoond, dichtbij Tilburg, heb gestudeerd en ben gepromoveerd in Maastricht en heb in Rome en Lausanne gewoond. Na mijn promotie ben ik naar Delft gekomen. Ik ben getrouwd met Bénédicte en we hebben twee zoons van 9 en 4 jaar en een dochter van 7 jaar.” 

Favoriete vrijetijdsbesteding?
‘Ik hou van hardlopen en lees graag literatuur, vooral buitenlandse: Franse en Italiaanse, soms Engelse. Verder hou ik van voetbal. Om zelf te spelen, maar tegenwoordig vooral om het te volgen.’ 

Carrière in vogelvlucht?
‘Ik heb Kunstmatige Intelligentie (AI) gestudeerd aan de Universiteit Maastricht. Mijn scriptie over evolutionaire robotica heb ik gedaan bij het CNR in Rome. Terug in Maastricht ben ik gepromoveerd op AI, met als onderwerp hoe computers, net als mensen, efficiënter gaan zien door oogbewegingen te maken. Tijdens mijn onderzoekswerk daarna aan het EPFL in Lausanne kwam ik in contact met vliegende robots ofwel micro air vehicles. Zó fascinerend! Toen ik dan ook hoorde van de 16-grams DelFly die het Micro Air Vehicle Laboratory (MAVLab) in Delft had ontwikkeld, kon ik daar tot mijn geluk in 2008 voor drie jaar bij aansluiten. Na een korte tijd als docent AI in Nijmegen te zijn geweest en twee jaar research fellow bij het Advanced Concepts Team van ESA, werd ik in 2013 assistant professor bij de TU Delft, en afgelopen april hoogleraar.’ 

Mooiste gebeurtenis uit uw carrière?
‘Het zelfstandig laten vliegen van de DelFly, een drone die vliegt door te flapperen, in 2013. Dat was bijzonder omdat de DelFly alle rekenkracht en sensoren zelf aan boord heeft, maar ook vanwege de hechte samenwerking met de collega’s. Een ander mooi moment is dat we met een postdoc, een bioloog en het lab de DelFly Nimble hebben kunnen realiseren: een drone die extreem snelle manoeuvres kan maken, zoals fruitvliegjes. Dat leverde zelfs nieuwe inzichten op over fruitvliegjes. Onze bevindingen zijn gepubliceerd in Science, en we hebben zelfs op de cover gestaan.

Maar het allermooist vind ik de theorie die ik gevonden heb over hoe insecten, maar ook drones, afstanden kunnen zien. Daar ben ik heel trots op. De theorie is erop gebaseerd dat een drone of een insect zoals een bijtje, richting instabiliteit moet gaan om afstanden te kunnen bepalen – terwijl wij mensen koste wat kost proberen instabiliteit van robotsystemen te voorkomen. Als je bijtjes en hommeltjes bestudeert, zie je dat ze voortdurend trillen en oscilleren. Mijn theorie zegt dat ze dat doen om afstand te kunnen zien. Deze nieuwe theorie is handig voor drones, maar biedt ook een nieuwe manier om te kijken naar wat insecten doen. Ik ben mijn theorie nu aan het verifiëren met biologen.’

Grootste uitdaging?
‘Nu in coronatijd: thuisonderwijs geven aan de kinderen, waardoor ik minder werktijd heb, terwijl al mijn vakken – ook een paar nieuwe - juist in deze periode zitten. Daarbij moesten alle vakken online worden gebracht en alle tentamens worden omgevormd, en dat naast alle gewone andere activiteiten. Dat was best een uitdaging! Maar er zijn ook mooie vernieuwingen uit voortgekomen. Zo zijn er zaken online gebracht, waarvan we nu al zeggen dat we die volgend jaar ook online aanbieden, ook al kan het onderwijs weer fysiek worden gegeven.

Verder wil ik als hoogleraar werken aan het overbruggen van de kloof in prestaties tussen vliegende dieren en drones. Daarvoor richten we ons op een nieuwe, bio-geïnspireerde benadering van AI, maar ook op efficiënte besturingstechnieken en nog betere ontwerpen van ‘flapping wing’ drones.’

Leukste aan uw werk?
‘Het werken met jonge mensen. Het onderzoekswerk is inhoudelijk zeer interessant, en ook de vrijheid om de onderwerpen aan te pakken die je wilt. Maar om dat vervolgens met jonge mensen te doen, is pas echt mooi. Enerzijds leid je ze op, anderzijds hebben zij nog een mooie open blik op de wereld. Ze komen voortdurend met nieuwe ideeën, en dat houdt je scherp.’ 

Waarom Delft?
‘Ik ben naar Delft gekomen vanwege de DelFly die het MAVLab aan het ontwikkelen was. Mijn droom was om die volledig autonoom te maken, wat een extreme uitdaging voor AI met zich meebracht. Maar wat mij ook aantrekt in Delft, is de doenersmentaliteit. Veel mensen hebben een idee en gaan daar daadwerkelijk mee aan de slag. En dat betreft niet alleen de onderzoekers, ook de studenten. Ongelofelijk wat zij voor elkaar krijgen. Soms onder begeleiding, maar ook vaak zelf. Ze tonen initiatief, organiseren zichzelf, zijn actief en creatief: echt geweldig. Die mentaliteit spreekt mij enorm aan. Daarom krijgen we zulke fantastische dingen gedaan met z’n allen!’ 

Beste eigenschap?
‘Creativiteit: telkens op een andere manier tegen problemen aankijken dan gangbaar is, en zo tot creatieve oplossingen komen.’

Minst goede eigenschap?
‘Ik heb moeite om ‘nee’ te zeggen. Omdat ik veel dingen interessant vind, en omdat iets dan nog ver weg lijkt, zeg ik ja. Maar achteraf betreur ik dat omdat het onmenselijk is hoeveel ik dan te doen heb.’ 

Welk onderwerp hoort volgens u hoog op de politieke agenda?
‘Absoluut het milieu. Corona is nu een groot probleem, maar dat is van tijdelijke aard. Het milieu is dè uitdaging van onze generatie en misschien ook nog van de generatie na ons. We moeten echt keihard aan het milieuvraagstuk werken, vooral omdat het een groot, veelkoppig probleem is. Met milieu als hoofdissue zou ik zeggen dat daarna internationale samenwerking cruciaal is, te beginnen in Europa.’

Inspiratiebron?
‘De natuur. Dat begon al toen ik acht jaar was en mieren superinteressant vond. Om te bestuderen hoe ze honing naar hun nest brachten, had ik een flinke dot honing in de tuin neergelegd. Jammerlijk verdronken de mieren een voor een. Ik vond dat zo zielig, dat mijn carrière als bioloog een kort leven was beschoren. Toch is de interesse voor kleine dieren altijd gebleven. Toen ik KI studeerde, gaf professor Eric Postma het vak embodied cognitive science: hoe intelligentie niet alleen in je hoofd zit, maar ook te maken heeft met je lichaam en omgeving. Dat heeft mij geïnspireerd tot het werk dat ik nu doe.’ 

Levensfilosofie?
‘Ik wil met wetenschap bijdragen aan de maatschappij. Wetenschap overstijgt immers het individuele. Natuurlijk zijn er discussies rondom drones. Mijn persoonlijke doel is dan ook duidelijk maken dat je met drones heel positieve dingen kunt bereiken. Denk bijvoorbeeld aan zwermen kleine drones die kunnen helpen bij het zoeken en redden van mensen of die gewassen kunnen monitoren in kassen. Verder wil ik wel genieten van het leven, omdat je maar een keer leeft. Ik maak dan ook zoveel mogelijk tijd voor mijn gezin en vrienden.’