Leo Veldhuis

Naam?

Leo Veldhuis

Functie?

Hoogleraar Flight Performance & Propulsion (FPP) bij de Faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek.

Privé?

‘Ik ben in 1960 geboren in Twente. Nu woon ik met mijn gezin in Pijnacker. Mijn vrouw, Ansje, werkt in de jeugdgezondheidszorg. Dochter Lotte (23) studeert Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft, zoon Bart (21) Industrieel Productontwerpen aan de Haagse Hogeschool. Die creativiteit hebben ze van mij geërfd, want ik ben inventief ingesteld en heb twee rechterhanden. Er staan al heel wat verbouwingen op mijn naam! Al op jonge leeftijd had ik een fascinatie voor vliegtuigen en de ruimtevaart. Ook hou ik van geschiedenis, vooral van de middeleeuwen en de gouden eeuw, en kan ik enorm genieten van de oude Hollandse Meesters. Het Rijksmuseum is voor mij steeds weer een juweeltje om te bezoeken.’

Favoriete vrijetijdsbesteding?

‘Sporten! Ik heb 22 jaar gevolleybald, op eerste divisieniveau. Een mooie, maar intensieve periode, die inmiddels is afgesloten. Duursporten zijn favoriet, zoals mountainbiken en racefietsen. Elke week wil ik minstens twee ritten in de benen hebben. Bovendien ben ik al 15 jaar spinning instructeur. Zeilen doe ik ook graag, maar het summum van geluksbeleving is voor mij het rondtrekken in de bergen, met een rugzak op. We doen dat vaak als gezin. Muziek luisteren maakt het rijtje compleet. Ik luister graag naar klassieke muziek, vooral uit de Barokperiode’

Carrière in vogelvlucht?

‘Ik ben (in 1979) begonnen als student bij de faculteit L&R. Tijdens mijn afstuderen bij de vakgroep Aerodynamica heb ik hier ruim twee jaar als student-assistent gewerkt. Direct na mijn afstuderen kreeg ik een aanstelling als docent Aerodynamica, later gevolgd door een benoeming tot Universitair Hoofddocent en Hoofd van de Windtunnellaboratoria. In de tussentijd, in 2005, ben ik gepromoveerd op propellers en propeller-vleugelinteractie. Sinds 1 juli 2013 bekleed ik mijn huidige functie van leerstoelhouder Vliegtuigprestaties & Voortstuwing (FPP).’

Mooiste gebeurtenis uit uw carrière?

‘Dat ik geen plannen had om te promoveren, maar het toch gedaan heb, geeft me een goed gevoel. Een ander hoogtepunt is dat ik een tijd lang de laboratoria van de faculteit heb mogen bestieren. Dat heb ik met veel plezier gedaan. Verder zie ik als rode draad door de jaren heen dat het onderwijs en onderzoek in Delft van een zeer hoog niveau zijn, en dat bezorgt mij constant plezier. Tot slot een hoogtepunt in de zijlijn: in 1998 hebben Nando Timmer (Windenergie) en ik grote successen geboekt met de zig-zag-strips voor de pakken van de Olympisch schaatsers in Nagano. Voor de wereld was het een bijzondere uitvinding, in werkelijkheid hadden wij de benodigde kennis al lang in huis. Er ontstond een enorme mediahype. We kwamen op televisie en in allerlei bladen. Op de cover van IQ magazine stond mijn naam zelfs naast die van Donald Trump. Ongekend!’

Leukste aan uw werk?

‘Het is het allerleukst om een innovatief concept te bedenken, daar een model voor te maken, dan te voorspellen welke voordelen het concept oplevert en vervolgens met testen te bewijzen dat het werkt. Een voorbeeld hiervan betreft mijn promotieonderzoek (2005). Mijn idee was: als je een propeller en een vleugel geïntegreerd ontwerpt, en je past de vleugel achter die propeller aan, dan ontstaat er een beduidend groter voortstuwingsrendement. De modellen onderschreven dit concept, en de testen in de windtunnel eveneens. Fantastisch! Wat ook mooi is: destijds voorspelde ik dat we ooit grote propellervliegtuigen zouden ontwerpen. Iedereen lachte me uit, maar ziedaar, het gebeurt op dit moment...’

Grootste uitdaging op dit moment?

‘Ik ben hoogleraar geworden in een groep met een stevige voorgeschiedenis. Een fantastische groep met tentakels uitgeslagen in allerlei richtingen - ook op vlakken waar ik zelf niet actief ben geweest. De wereld in deze leerstoel is veel breder dan ik in de jaren bij de Aero-groep heb meegemaakt. Het wordt dus een uitdaging om de FPP-groep, in de volle breedte, de juiste sturing aan te geven.’

Waarom Delft?

‘Na mijn middelbare school wilde ik een technische studie doen. Toen ik Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek in een folder tegenkwam, was ik meteen verkocht. Sindsdien heb ik een sterke binding met Delft. Onze universiteit heeft al sinds jaar en dag een uitstekende reputatie. Met name onze faciliteiten worden alom geprezen. Ik zie dan ook geen enkele reden om mijn geluk elders te beproeven. Een bijkomend voordeel van Delft: de sfeer is altijd goed.’

Beste eigenschap?

‘Ik ben communicatief redelijk sterk. Ik laat anderen praten, waardoor ze zich bij mij op hun gemak voelen. Wat ik heel belangrijk vind: elkaar in de waarde laten. Als het om de menselijke maat gaat, is er niet één ultieme waarheid. Ieder brengt z'n eigen verhaal mee, en daar moet je iets mee doen. Ik kan niet zo goed tegen mensen die dan meteen een oordeel hebben.’

Minst goede eigenschap?

‘Dat ik soms te ongeduldig ben. Als er een plannetje is, wil ik graag dat er direct actie wordt ondernomen. Sommige mensen zeggen dan: 'we zouden er eens over na moeten denken'. Dan weet ik het al, dan gebeurt het niet, en dat vind ik jammer.’

Welk onderwerp hoort volgens u hoog op de politieke agenda?

‘De Kennis en Innovatie agenda! Van het kennisplatform waar Balkenende ooit mee schermde, is niets terecht gekomen. Dat moet anders. De overheid moet de R&D-mogelijkheden van (technische) universiteiten veel beter benutten. Ook is er directere sponsoring nodig. De huidige STW- en NWO-programma's zijn veel te omslachtig. Ideeën worden te vaak afgeschoten. Dat frustreert mensen, die vervolgens uitwijken naar andere landen in Europa. Er valt op het vlak van kennisinnovatie kortom nog veel winst te behalen.’

Inspiratiebron?

‘Ik heb grote bewondering voor Heinrich Harrer. Deze Oostenrijkse antropoloog woonde zeven jaar bij de Dalai Lama en heeft inspirerende boeken geschreven, waaronder Sieben Jahre in Tibet. Hij was de eerste, samen met drie collega's, die de noordwand van de Eiger heeft beklommen. In zijn boeken beschrijft hij vanuit zijn antropologische visie heel mooi hoe je in het leven kunt staan. Overigens lees ik graag boeken met reis- en expeditieverhalen. Als het om mijn werk gaat, zie ik veel mensen in mijn omgeving waar ik enthousiast van word. Eén persoon wil ik wel noemen, en dat is mijn eerste leidinggevende bij de TU Delft, professor Van Ingen. Ik bewonder de stimulerende aanpak die hij had, bijvoorbeeld in het geven van colleges, de omgang met mensen en de manier waarop hij feedback gaf.’

Levensfilosofie?

‘Respect voor anderen vind ik cruciaal, dat probeer ik dan ook altijd in de praktijk te brengen. Volgens mij kom je daar het verst mee. Een tweede levensfilosofie is gebaseerd op het boek “Niet morgen maar nu”, van Wayne Dyer. Ik vind het een interessante benadering om niet te veel bezig te zijn met de toekomst, maar ook niet in het verleden te blijven hangen. Gedane zaken nemen geen keer, je kunt je energie beter in het nu steken. Tot slot, en dat is meer een houding, staat mijn gezin verreweg boven alles. Ook boven mijn werk, hoe belangrijk en boeiend ik dat ook vind.'