Pieter Visser

Naam?

Prof. Dr. Ir. P.N.A.M. (Pieter) Visser

Functie?

Hoogleraar/leerstoelhouder Astrodynamica en Ruimtemissies. Tevens: Full Member van de International Academy of Astronautics (IAA), Sectie Basic Sciences. Expertises: precieze baanberekeningen van satellieten en toepassingen van satelliet afstands- en Dopplermetingen.

Privé?

‘Ik heb een relatie met mijn vriendin Marleen. Zij woont in Noord-Holland en heeft drie kinderen. Ik hou erg van sport en kan meestal goed meekomen, zonder echt uit te blinken. Zo mag ik graag skeeleren, schaatsen en zwemmen, al kom ik daar nu allemaal niet meer genoeg aan toe. Fietsen doe ik wel veel; in het weekend rijden Marleen en ik regelmatig tochten. Al sinds mijn jeugd fascineert de ruimtevaart mij bijzonder. Neem de spiegels op de maan die zijn achtergelaten tijdens Apollo-missies, waardoor wij op centimeters nauwkeurig kunnen meten hoe ver de maan van de aarde af beweegt. En het denkvermogen en inzicht van de mensen die dit in de jaren '60 al bedachten. Dat is toch geweldig?’

Favoriete vrijetijdsbesteding?

‘Ontspannen! Door te sporten, ik ga bijvoorbeeld elk jaar op wintersport om te skiën, maar ook door naar de bioscoop te gaan. Favoriet zijn natuurlijk de typische science fiction films - ik ben tenslotte een ruimtevaarder! -, maar ook de betere special effects films, zoals Lord of the Rings. Verder ben ik een echte nieuwsveelvraat. Ik lees diverse kranten, vooral in het weekend, en volg graag politieke processen en de complexiteit daarvan, en uiteraard de ontwikkelingen in de wereld.’

Mooiste gebeurtenis uit uw carrière?

‘Mijn promotie bij de TU Delft, dat was echt een feestdag! Tegelijkertijd was het ook een afsluiting van het relatief vrije bestaan dat je als promovendus hebt. Nog steeds maak ik trouwens van die gouden momenten mee, als de promovendi of afstudeerders die ik begeleid tot een mooi resultaat komen. Een ander hoogtepunt is mijn jaar als visiting scientist bij het Center for Space Research in Austin (Texas, 1993). Geweldig om daar in de keuken te mogen kijken! De cultuur was er compleet anders: wetenschappers werden er volledig in de watten gelegd. Ik heb dat jaar geen formulier hoeven in te vullen! Er was wel bureaucratie, maar je kon je toch puur richten op je onderzoekswerk. In Nederland is dat hele andere koek, al zijn hier ook weer grote pluspunten. In Texas heb ik ook een belangrijk internationaal netwerk kunnen opbouwen. Daar heb ik nog steeds profijt van!’  

Leukste aan uw werk?

‘Onderzoek doen vind ik nog altijd verreweg het leukst. Ik zit graag achter de pc om software te maken, gegevens van satellieten op te halen en om te zetten in modellen. Maar in de coördinerende rol die ik nu heb, is daar minder tijd voor. In de aanloop naar mijn benoeming heb ik daarom al mijn onderzoekswerk overgedragen, op één project na. Ik merk inmiddels dat ik ook veel plezier beleef aan het coördineren van projecten, het mensen aansturen, problemen helpen oplossen en praten over hoe onderzoek moet worden uitgevoerd. Zeker als ik zie dat iemand daarna grote stappen zet. Wat is gebleven, is de fascinatie voor de ruimtevaarttechnologie. We kunnen van een satelliet die op duizenden kilometers afstand met een snelheid van 8 kilometer per seconde vliegt tot op een paar centimeter uitrekenen waar hij zich bevindt. Absurd en ongelofelijk!’

Grootste uitdaging op dit moment?

‘Onze mooie sectie, waarin ik samenwerk met zeer kundige en ervaren mensen, zo goed mogelijk in balans houden. Zodat we een optimale bijdrage kunnen leveren aan onderwijs en onderzoek. Daarnaast is het een voortdurende uitdaging om ons bestaansrecht zeker te stellen. De ruimtevaartwereld is aanzienlijk kleiner dan de luchtvaartwereld, met maar een paar grote spelers en veel kleine bedrijfjes. Zo zijn we in Europa erg afhankelijk van de ESA, onze belangrijkste klant inzake onderzoek. En in Nederland moeten we regeringen steeds weer overtuigen van het belang van ruimtevaart. Nederland draagt nog altijd relatief weinig bij aan onze sector, terwijl we er enorm veel van profiteren - denk aan internet, navigatie, weersvoorspelling, telefonie en televisie. De huidige regering wil meer in de ruimtevaart investeren, maar een volgend kabinet kan wel weer heel anders beslissen. Wij zouden juist gebaat zijn bij zekerheid voor meerdere jaren!’ 

Waarom Delft?

‘Ik wilde graag vliegtuigbouw studeren en dat deed je in de jaren '80 alleen in Delft. Een buitenlandse studie was toen totaal niet in beeld. Technische natuurkunde had ook mijn belangstelling, maar de enthousiasmerende proefcolleges bij L&R waren toch overtuigender.
Wel heb ik enkele natuurkundevakken als keuzevak gevolgd, zoals kwantummechanica en relativiteitstheorie. Na mijn jaar in Texas koos ik voor een terugkeer naar Nederland, waar ik bij de TU Delft een postdoc-positie kon vervullen. Ook miste ik mijn sociale leven hier te veel om in Amerika te blijven. Ik werd vervolgens universitair docent en groeide op een natuurlijke manier door naar mijn huidige positie. Ik voel me hier dan ook prima thuis.’

Beste eigenschap?

‘Je beste eigenschap is vaak ook je valkuil. Eigenlijk ben ik een pleaser; ik streef naar harmonie. Dat heb ik echter enigszins afgeleerd, omdat altijd het compromis zoeken juist tot conflicten kan leiden. Ook ben ik zeer georganiseerd, een echte planner. Ik zal altijd een deadline halen, of erover communiceren als dat niet lukt. Mijn valkuil is dat ik een control freak ben en te veel manage op microniveau. Verder word ik wel gezien als een kameleon: op wintersportvakantie met vrienden kun je mij bij iedereen op de kamer kwijt. Blijkbaar ben ik iemand waar mensen zich niet mateloos aan irriteren en kan ik me aanpassen in verschillende gezelschappen.’ 

Minst goede eigenschap?

‘Zoals gezegd: ik ben een pleaser en een control freak.'

Welk onderwerp hoort volgens u hoog op de politieke agenda?

‘Ruimtevaart natuurlijk, maar in bredere zin ook: het minimaliseren van overhead en te veel micromanagement. Het geld voor onderzoek en onderwijs moet zo efficiënt mogelijk worden besteed. De politiek probeert dit door regelgeving te bewerkstelligen, bijvoorbeeld middels visitatiecommissies bij universiteiten. Topuniversiteiten in Amerika zeggen gewoon dat zij niet gecontroleerd kunnen worden, omdat niemand het beter weet dan zij. Zo arrogant wil ik niet zijn, maar minder controle zou absoluut kunnen. Wetenschappers zijn veelal intrinsiek gemotiveerde mensen. Zij willen dolgraag beter presteren dan anderen en nieuwe ontdekkingen doen: je hoeft hen echt niet te motiveren. Ook zou ik zeggen: stop met het subsidiecircus waar universiteiten mee te maken hebben. Geef ons gewoon weer, zoals voorheen, geld als inputinvestering. Nu moeten we voor elke euro vechten door onderzoeksvoorstellen in te dienen. Als je nagaat dat gemiddeld slechts 1 op de 10 voorstellen wordt gehonoreerd, dan is het duidelijk dat daar veel kostbare tijd mee verloren gaat; tijd die we veel beter in onderzoekswerk zelf kunnen steken.’

Inspiratiebron?

‘Ik denk het feit dat wij hier mensen opleiden die later een belangrijke bijdrage gaan leveren aan de maatschappij. Onze promovendi worden wereldwijd met open armen ontvangen en sommigen hebben echt een toppositie bereikt. Eén van hen werkt aan missies op de maan bij het NASA Goddard Space Flight Center, en een ander bij het Jet Propulsion Laboratory - toch het walhalla in ons vakgebied -, waar hij navigatieteamleider was voor de marswagenreis. Daar ben ik natuurlijk apetrots op, maar even zozeer op de TU Delft-opleidingen. Zelf heb ik de waarde daarvan ook mogen ervaren in Texas. Het bleek dat ik daar meteen goed mee kon praten; blijkbaar had ik vanuit Delft voldoende bagage meegekregen!’

Levensfilosofie?

‘Ik wil graag een bijdrage leveren aan de maatschappij, door goed om te gaan met andere mensen, familie en vrienden. Mijn werk is heel belangrijk, maar ik leef niet om te werken: ik vind mens-zijn nog belangrijker, ook al ben ik van nature solitair. Ook zou ik zeggen: pluk de dag. Als je jong bent, voel je je onsterfelijk. De wereld ligt voor je open. Ben je ineens boven de 40, zoals ik, dan voelt dat niet meer zo. Je wordt geconfronteerd met ongelukken, ziektes en de dood en je beseft dat het leven eindig is en dat je moet genieten. Zelf leef ik niet naar 'pluk de dag', maar ik zou er wel meer naar willen leven. Dat betekent onder meer keuzes maken; niet op alle verzoeken ja zeggen. Eén goede presentatie per week is beter dan tien slechte.’