Ricky Curran

Naam?

Prof. dr. Richard (Ricky) Curran.

Functie?

Hoogleraar Air Transport & Operations (ATO). Verder onder meer lid van het wetenschappelijk comité van Single European Sky ATM Research (SESAR), dat zich ten doel stelt om de luchtvaart in Europa te optimaliseren in relatie tot capaciteit, kosten, veiligheid en milieueffecten.

Privé?

‘Mijn wieg stond in Warringstown (Noord-Ierland). Ik ben getrouwd met Anita Hisschemöller, zij is yogadocente. We hebben elkaar ontmoet in Spanje, maar hebben ook een jaar samen in Nepal gewoond, waar Anita aan haar thesis over antropologie werkte. We zaten daar in een klein dorp in de Mustang Valley, op 4.000 meter hoogte. Een geweldige ervaring. Samen hebben we drie kinderen: zoons Woody (14) en Kolya (11) en dochter Layla (8). Ze zijn alledrie in Noord-Ierland geboren, maar we wonen sinds 2008 met veel plezier in Delft. Ik hou van de historische binnenstad, de kwaliteit die de stad uitstraalt en de gezelligheid. Het is hier perfect wonen.’

Favoriete vrijetijdsbesteding?

‘Muziek is mijn grote passie. Ik ben zanger en gitarist van de band Doc. Curran & the Revelators. We spelen vooral blues en rockmuziek en treden regelmatig op binnen de faculteit. Bij de traditionele kerstparty bijvoorbeeld, maar onlangs ook bij de jaarlijkse Design Synthesis Exercise (DSE). We oefenen elke week en treden tevens op in bars en clubs. Ik ben ook een groot liefhebber van de echte Indiase keuken en ik mag graag fietsen, kanovaren, hardlopen en reizen met mijn gezin. Het liefst ben ik in de bergen, daar voel ik mij helemaal thuis. Als kind trok ik altijd de bergen in om te kamperen en te klimmen. Vanwege die fascinatie heb ik zelfs de Himalaya bezocht. Wat mij ook trekt in landen als Tibet, Nepal en India is de cultuur; die is zo levendig en bruisend. En niet te vergeten: de fenomenale historische gebouwen zoals de Taj Mahal, en de internationale mix van religies. Ik hou van dingen die anders zijn. Méér van hetzelfde is niet aan mij besteed.’

Carrière in vogelvlucht?

‘Na mijn studie Mechanical Engineering in Belfast heb ik een jaar bij een zonne-energiebedrijf in Spanje gewerkt. Daarna heb ik een jaar gereisd in India en Nepal. Eenmaal terug heb ik bij de Queen’s University in Belfast mijn promotieonderzoek gedaan naar energie uit oceaangolven. Daarna volgden twee jaar postdoc en vervolgens een verhuizing naar Delft, waar ik met een beurs van de Royal Society acht maanden heb samengewerkt met Prof. Alan Rothwell. Na nog een jaar Nepal, samen met mijn vrouw, kreeg ik een baan als post doctoraal onderzoeker bij Aerospace Engineering in Belfast. Later werd ik daar staflid. In 2008 ben ik benoemd tot voltijds hoogleraar Aerospace Management & Operations, sinds 2010 ATO geheten. Wij focussen ons op Airlines, Air Traffic Management en luchthavens plus de bijbehorende vraagstukken zoals geluidshinder, emissies, capaciteit, kosten, veiligheid en efficiency. Onze groep is inmiddels één van de grootste MSc-opleidingen: met 2 fulltime profs, 1 visiting professor van NLR, 11 fulltime academische stafleden, 20 phd-ers en postdocs en zo’n 40 Master-studenten per jaar.’

Mooiste gebeurtenis uit uw carrière?

‘Afgelopen juni vond voor de derde keer het Air Transport and Operations Symposium (ATOS) plaats. Dat is mijn geesteskind, en het is mooi te zien hoe dat is uitgegroeid tot een internationale aangelegenheid, waaraan bovendien grote luchtvaartmaatschappijen bijdragen. Dit jaar stond de vraag centraal hoe we duurzame vooruitgang kunnen realiseren voor de luchtvaartindustrie. Een ander hoogtepunt is de verschijning van de vierde editie van ons Journal of Aerospace Operations (JAO). In dit wetenschappelijke tijdschrift onderzoeken we het lucht- en ruimtevaartbedrijf vanuit het perspectief van luchtvaartbedrijven, luchthavens en vliegtuigfabrikanten. We hopen met JAO op de lijst te komen van ISI-erkende wetenschappelijke tijdschriften. Verder ben ik ontzettend blij met de samenwerking binnen de industrie. Zo wordt mijn leerstoel grotendeels gesponsord door KLM. En nagenoeg al ons onderzoek is toegepast en zie je dus terugkomen in de praktijk. Voor mij persoonlijk is dat een kernwaarde.’

Leukste aan uw werk?

‘Het werken met onderzoeksstudenten, zowel phd-ers als Master-studenten. Ik streef ernaar hen zo innovatief mogelijk vooruit te helpen. Dat vereist creativiteit: je moet voortdurend nieuwe manieren en nieuwe hypotheses zoeken. Ik steek veel tijd en energie in die educationele rol. Ook de samenwerking met de andere stafmedewerkers maakt mijn werk zo plezierig: met onze gezamenlijke expertise trachten we complexe zaken op te lossen. Ik trek graag met mensen binnen de groep en de faculteit op. Plezier is daarbij heel belangrijk, daarom is het ook zo leuk om met onze band op te treden. Enjoy your life zeg ik altijd.’

Grootste uitdaging op dit moment?

‘De integratie van de vele belanghebbende partijen binnen de luchtvaart. Het nut van het totale systeem moet voorrang krijgen boven eigenbelang. De focus moet liggen op een integraal perspectief op het waardesysteem van het luchtvervoer. Daarbij gaat het om de juiste mix van kosten, capaciteit, veiligheid en milieu. De hamvraag is hoe je in optima forma aan deze prestatie-indicatoren tegemoet kunt komen. Daarom ontwikkelen en bedenken wij methoden, tools en modellen. Dit nadenken op systeemniveau vind ik geweldig. Voor mij is engineering: wetenschappelijke principes gebruiken om oplossingen te bedenken die de kwaliteit van leven verbeteren. Mijn doel is om bij de top drie van beste onderzoeksgroepen ter wereld te horen. We hebben natuurlijk nog wat hobbels te nemen, maar onze troeven zijn sterk, met toplevel phd-ers, JAO en de samenwerking met een internationale groep onderzoekers. Mijn persoonlijke uitdaging tot slot is Nederlands leren. Daar werk ik nog aan, want ik heb wel de intentie in Nederland te blijven.’

Waarom Delft?

‘Ik kende Delft al uit het verleden. De Queen’s University in Belfast kent een intensieve samenwerking met Delft. Vanuit het centre for integrated learning, waar ik directeur was, deden we veel samen, zoals de supervisie van phd-ers en het schrijven van artikelen. Ook heb ik goede herinneringen aan mijn tijd bij Alan Rothwell. Daarnaast is Delft een van de topuniversiteiten als het om luchtvaart gaat. Delft is de grootste in Europa, met enorm veel expertise en een sterk internationaal profiel. Mijn werkveld hier is innovatief, met veel uitdagingen, en daar is in Delft ruimte voor. Ook hou ik van de cultuur hier, zowel in Delft als in Nederland, met z’n historie, kwaliteit en gezelligheid. Nederlanders hebben een progressieve houding. Dat kan ik bijzonder waarderen.’

Beste eigenschap?

‘Ik zou zeggen: openheid en flexibiliteit.’

Minst goede eigenschap?

‘Ik ben overambitieus. Dat is niet altijd handig, want als je iets goed wilt doen moet je niet te veel hooi op je vork nemen. Ik ben ook een eeuwige optimist, zeker als het om tijd gaat. Mijn agenda staat daarom vaak overvol. Gelukkig weten mijn collega’s mij weleens te temperen.’

Welk onderwerp hoort volgens u hoog op de politieke agenda?

‘Duurzaamheid, bijvoorbeeld als het gaat om de kwaliteit van leven. Die moet goed zijn, maar niet ten nadele van moeder aarde. Maar eigenlijk moet duurzaamheid voor alle facetten gelden, dus ook voor de luchtvaart. Ik vind het een geweldig fascinerende industrie: het verbindt landen en culturen en daardoor leer je er als mens van. Volgens de Conventie van Chicago in 1944 wordt de wereld dankzij reizen zelfs een vreedzamere plek. We moeten dit in stand houden, maar met de factoren kosten, capaciteit, veiligheid en milieu in de juiste proporties. Als academici proberen we die uitdaging aan te gaan.’

Inspiratiebron?

‘Ik heb van mijzelf al een enorme drive, daar heb ik geen externe stimulans voor nodig. Wel word ik geïnspireerd door de schoonheid die ik overal in zie. Muziek bijvoorbeeld, brengt mij in andere, magische sferen. Hetzelfde geldt voor kunst, het kijken naar de zee of wandelen op een berg. Daar krijg ik energie van. Mijn vader was trouwens wel een groot voorbeeld voor mij. Hij was geïnteresseerd in technische zaken en wilde altijd weten hoe iets in elkaar zat. Dat herken ik wel in mijzelf.’