Onderwijsprogramma

De bacheloropleiding Civiele Techniek duurt drie jaar en bestaat uit een mix van verschillende onderwijsvormen, zoals hoorcolleges, werkcolleges en de Bouwplaats. De lessen vinden plaats tussen 08:45 en 17:30. Een college duurt anderhalf uur.

In deze bachelor komen de vakgebieden aan het bod. Dit is logisch, aangezien je als civiel ingenieur van alle deelgebieden het nodige dient te weten.

Het studieprogramma van Civiele Techniek bestaat uit vier leerlijnen:

Wiskunde (geel)
De wiskunde leerlijn sluit aan op de wiskunde die je op de middelbare school hebt gehad en gaat dieper in op bijvoorbeeld differentiaalvergelijkingen. Veel TU bacheloropleidingen hebben dezelfde wiskunde vakken, die zorgen voor een goede basis.
Fundamenteel (groen)
De fundamentele vakken zijn mechanica vakken, zoals Constructiemechanica en Vloeistofmechanica. Bij deze vakken leer je bijvoorbeeld rekenen met krachten op constructies en het gedrag van water te begrijpen. 
Applicatie (lichtblauw)
In deze vakken leer je meer over de vakgebieden van Civiele Techniek: Transport, Bouw en Water. Vaak zit er aan deze vakken een practicum verbonden.
Bouwplaats (donkerblauw)
In de Bouwplaats leer je vaardigheden zoals ontwerpen op de computer en programmeren.

In elk kwartaal krijg je een wiskundevak, een mechanica- of constructief ontwerpen-vak, een toepassingsgericht vak (bijvoorbeeld Inleiding CT) en de bouwplaats. Deze structuur is voor het 1e en 2e  jaar identiek. De Bouwplaats staat elke week op je programma.

In het eerste jaar leg je de basis voor je technische kennis met wiskunde, mechanica en constructievakken. Je maakt kennis met de deelgebieden Bouw en Transport, vakgerelateerde software en soft skills als presenteren en rapporteren. Ook start je met het ontwerpen van constructies en (technisch) tekenwerk.

In je tweede jaar verbreed je je technische basiskennis onder meer met differentiaalvergelijkingen, dynamica, vloeistof- en constructiemechanica. Daarnaast maak je kennis met het deelgebied Water en leer je programmeren.

Je kiest een minor van zes maanden en drie specialisatievakken die je voorbereiden op de masteropleiding. Met een minor kun je je studie verbreden of verdiepen. Je toekomstige werkgevers zien graag dat je verder durft te kijken dan je eigen studierichting.

In het eerste semester van het derde bachelorjaar krijg je de vrijheid om een half jaar lang je horizon te verbreden en je te verdiepen in een onderwerp dat je aanspreekt. Op de manier waarop jij dat wilt. Of je kunt infrastructurele projecten verbeteren met behulp van logistiek of je kunt gerichte oplossingen bedenken voor duurzaamheidsvraagstukken op het gebied van water, energie, materialen en constructief ontwerpen. Maar je kunt ook voor een samenhangend vakkenpakket, een stage of een studie in het buitenland kiezen en op die wijze je wereld vergroten. Een goed gekozen minor helpt je om de carrièrerichting te vinden die bij je past óf te ontdekken welke master je na de bachelor wilt volgen.
Meer informatie over Minors


Ga verder naar Toelatingseisen



Bindend Studieadvies

De TU Delft hanteert een bindend studie advies (BSA). Dit betekent dat je in het eerste studiejaar tenminste 3/4 deel van je studiepunten moet halen om je opleiding te mogen voortzetten; dit is 45 EC van de 60 punten die je kunt halen. Als je een ‘negatief bindend studieadvies’ krijgt, kun je je de volgende 4 jaar niet meer voor deze opleiding inschrijven.


Vragen?

Neem contact op met onze studieadviseurs.