Energieopslag in Nederland


Thijs de Vos

Het bacheloreindproject van Thijs de Vos

Bij Technische Bestuurskunde krijg je een breed scala aan vakken. In het begin vroeg ik me wel eens af hoe al deze vakken nou precies samenhingen. Naarmate ik verder in de opleiding kwam werd mij dat steeds duidelijker. Uiteindelijk kwamen alle vakken voor mij bij elkaar in het laatste project van de studie, het bachelorproject.

Het bachelorproject bestaat uit twee onderdelen. In het eerste, het issue­papier, ontleed je een grootschalig probleem waarbij zowel technische als sociale aspecten zijn betrokken.
Het probleem dat ik behandelde ging over het behouden van de betrouwbaarheid van de Nederlandse energievoorziening wanneer deze voor een groot deel duurzaam wordt. Als deze voor een groot deel duurzaam wordt, is het voor producenten lastiger om de productie af te stemmen op het aanbod. Er is een aantal manieren mogelijk om dit op te lossen. In mijn onderzoek heb ik de focus gelegd op energieopslag. Energieopslag is in Nederland nog niet heel bekend en daarom had het Ministerie van Economische Zaken onze faculteit de vraag voorgelegd hoe Nederland daarvan gebruik kan maken.

Ik kwam tot de conclusie dat Compressed Air Energy Storage (CAES) een geschikte energie­opslag­techniek is om in Nederland toe te passen. CAES is een techniek waar­bij, in tijden van overschot aan elektrici­­teit, de elektriciteit kan worden opge­sla­gen in zoutcavernes in de vorm van gecompri­meerde lucht. Bij een tekort aan elektrici­teit wordt deze gecomprimeerde lucht in turbines weer omgezet in elektrici­teit. Zoutcavernes zijn vanwege de zout­win­ning alleen aanwezig in Groningen en Drenthe. Vanwege uitstoot en mogelijke bodem­beweging die wordt veroor­zaakt door een CAES-centrale was het nog maar de vraag of deze tech­niek door de Neder­landse bevolking geaccepteerd zal worden.

In de tweede fase van het bachelorproject heb ik daarom onderzoek gedaan naar de maatschappelijke acceptatie t.o.v. CAES. Hiervoor heb ik de acceptatie van CAES gemodelleerd met behulp van Structural Equation Modelling, een techniek die je in het tweede jaar aangeleerd krijgt. Uit dit model kon ik de conclusie trekken dat de acceptatie in Groningen een stuk lager ligt dan in de rest van Nederland.

Dit komt hoogstwaarschijnlijk door de aversie tegen energieprojecten die in Groningen is ontstaat als gevolg van de problematiek rondom de gaswinning. Implementatie van CAES in Groningen brengt echter kosten- en tijdsvoordelen met zich mee t.o.v. de implementatie in Drenthe. Als het Ministerie CAES wil implementeren, dan dient het dus een afweging te maken tussen deze factoren en maatschappelijke tegenstand.