Mestverwerking als oplossing voor het mestoverschot


Marloe Tiesinga

Het laatste onderdeel van de Bachelor is het Bachelor Eindproject (BEP). Met dit project toon je aan in staat te zijn om met behulp van de methoden die je gedurende de studie geleerd hebt zelf een onderzoek te doen. Het onderwerp van dit onderzoek mag je zelf kiezen. Tijdens mijn Minor heb ik vakken gevolgd over water en watermanagement. Daarom leek het mij interessant om een probleem uit deze sector te gebruiken voor mijn BEP.

Een groot probleem in de watersector is de kwaliteit van het oppervlaktewater. Deze is van belang omdat oppervlaktewateren worden gebruikt voor bijvoorbeeld de productie van drinkwater en dienen als recreatiegebieden. Bovendien leven planten en dieren in de wateren. De Europese Commissie heeft in 2000 de Kaderrichtlijn Water (KRW) ingevoerd. Deze richtlijn schrijft voor dat in 2027 het oppervlaktewater van voldoende ecologische kwaliteit moet zijn. Ondanks vele getroffen maatregelen zal met het huidige beleid deze richtlijn niet behaald worden. Daarom onderzocht ik in de eerste fase waarom niet en wat de mogelijkheden zijn om de waterkwaliteit te verbeteren.

Een belangrijke oorzaak van het niet behalen van de KRW is het mestoverschot. De Nederlandse veestapel is groot van omvang en produceert veel mest. Meer dan op het land gebruikt kan worden. Dit resulteert in overbemesting: er wordt meer mest gebruikt dan de gewassen nodig hebben. Hierdoor hopen stoffen zoals fosfor en stikstof zich op in de bodem en komen uiteindelijk in het oppervlaktewater terecht. Daarom is het van belang het mestoverschot te verkleinen. Dit kan door een aantal maatregelen te treffen. Het aanpassen van het veevoer, een uitbreiding van de mestverwerkingscapaciteit of een verkleining van de veestapel zijn maatregelen die hieraan kunnen bijdragen. Een krimp van de veestapel lijkt het meest effectief maar zal voor veel ophef zorgen. Bovendien is de veesector van belang voor de Nederlandse economie. Daarom lijkt een scenario waarin het mestoverschot verwerkt wordt het beste.

In de tweede fase heb ik mij beperkt tot het mestoverschot in Noord-Brabant. Ik heb onderzocht of het rendabel is de mestverwerkingscapaciteit in de provincie zodanig uit te breiden dat hun gehele mestoverschot verwerkt wordt. Door middel van een Maatschappelijke Kosten-batenanalyse heb ik de financiële en maatschappelijke kosten van een dergelijk beleid in kaart gebracht. Uit deze analyse bleek dat het maatschappelijk saldo positief is. Een verwerking van het gehele mestoverschot vormt dus een goed alternatief om het mestbeleid aan te scherpen en het overschot terug te dringen.