Onderwijsprogramma

In het eerste jaar ben je elke dag van 8:45-17:30 uur op de faculteit. In het tweede en derde jaar neemt het aantal contacturen af en ga je meer zelfstandig studeren. Gemiddeld experimenteer je twee halve dagen per week in het laboratorium. In het derde jaar volg je een minor, waarbij je een half jaar ‘iets anders’ (en vaak ergens anders) gaat studeren én doe je 10 weken lang fulltime een zelfstandig afstudeeronderzoek.

Studieschema

In de bachelor komen veel theoretische en toegepaste natuurkundevakken aan bod. Logisch, want als toekomstig natuurkundig ingenieur moet je van alle deelgebieden het nodige weten. Omdat wiskunde de ‘taal’ van de natuurkunde is, krijg je ook daar een stevig portie van.

Het studieprogramma van Technische Natuurkunde kent vijf leerlijnen:

  • Wiskunde
  • Basisvakken (algemene) Natuurkunde
  • Technische Natuurkunde
  • Practica en Projecten
  • Maatschappelijk georiënteerde vakken

Het eerste jaar

In het eerste jaar heb je 40 ingeroosterde contacturen per week. Het jaar is verdeeld in acht onderwijsperioden (octalen) van vijf weken: vier weken onderwijs en een week tentamens. Per octaal heb je in het algemeen één natuurkundevak, één  wiskundevak en een practicum of project.

In het eerste half jaar (semester) krijg je een aantal basisvakken natuurkunde, zoals Mechanica, Golven en Optica, Elektriciteit en Magnetisme en Moderne Natuurkunde, en wordt de basis van de benodigde wiskundige kennis gelegd in het vak Analyse. Naast deze theoretische vakken volg je het Natuurkundig Practicum waarin je op individuele basis leert hoe je als natuurkundige experimenten opzet en er verslag van doet.

In het tweede semester wordt er al meer van je  abstractievermogen geëist in het natuurkundevak Mechanica & Relativiteitsleer en de wiskundevakken Lineaire Algebra en Voortgezette Analyse. Daarnaast zijn er de technische natuurkundevakken Thermodynamica en Computational Science en het maatschappijgerichte Technology Management. Aan het eind van het eerste jaar doe je een eindproject in een groep bij een van de onderzoeksgroepen.

Het tweede jaar

In het tweede jaar heb je circa 28 ingeroosterde contacturen per week. Daarnaast doe je zo’n twaalf uur per week aan zelfstudie. Het jaar bestaat weer uit acht octalen van vijf weken, met per octaal steeds twee theorievakken, en een practicum of project. Elk octaal wordt afgesloten met een tentamenweek.

De theorievakken zijn diepgaander dan in het eerste jaar en worden gegeven in hoorcolleges, gevolgd door werkcolleges. In de hoorcolleges wordt de theorie uitgelegd, in de werkcolleges bestudeer je zelfstandig de theorie, en leer je in groepen om de theorie toe te passen. Het betreft hier basisvakken natuurkunde zoals Kwantummechanica, Golven, Elektromagnetisme en Statistische Fysica en typisch Delftse technologische vakken zoals Systemen en Signalen en Fysische Transportverschijnselen. De hoeveelheid wiskunde is qua hoeveelheid minder dan in het eerste jaar.

Je gaat ook zelfstandig onderzoek doen. In een viertal Research Practica draai je mee in een echte onderzoeksgroep.

Het derde jaar

In de eerste helft van het 3e jaar doe je een zogenaamde minor: je studeert dan, naar eigen keuze, iets heel anders dan natuurkunde. Bijvoorbeeld: wiskunde, werktuigbouwkunde, medische technologie, computer science, rechten en economie, finance, entrepreneurship of Japankunde. Dat kan bij andere opleidingen van de TU Delft en aan alle andere Nederlandse universiteiten. Sommige minors zijn erg theoretisch, andere juist erg praktisch. Je mag je minor doen in Delft, maar het mag ook aan een andere universiteit. Zelfs in het buitenland. Je kunt je gedurende de minor ook verder verdiepen in de natuurkunde. Hiervoor is een speciale verdiepende minor opgezet aan de Universiteit Leiden voor Delftse studenten Technische Natuurkunde die verder willen bouwen op hun natuurkundekennis van de eerste twee jaar.  

In de tweede helft van het derde jaar volg je enkele geavanceerde natuurkundevakken zoals Optica, Vaste Stoffysica en Kwantummechanica en een filosofisch vak Wetenschaps- en Argumentatieleer. Je sluit  de bacheloropleiding af met een zelfstandig onderzoeksproject. Je bent dan tien weken lang op individuele basis fulltime bezig met een (deel)onderzoek in een van de onderzoeksgroepen. Je onderzoekt dan iets heel nieuws, dat nog nooit iemand onderzocht heeft. Daarover rapporteer je mondeling en schriftelijk.

In het algemeen word je in het derde jaar behoorlijk op jezelf teruggeworpen. Je bent inmiddels een volwassen, zelfstandige academicus, die zijn/haar eigen studie kan plannen en erop uit trekt om interessante kennis te vergaren.

Minor

In het eerste semester van het derde bachelorjaar krijg je de vrijheid om een half jaar lang je horizon te verbreden en je te verdiepen in een onderwerp dat je aanspreekt. Op de manier waarop jij dat wilt. Je kunt je gedurende de minor ook verder verdiepen in de natuurkunde. Hiervoor is een speciale verdiepende minor opgezet aan de Universiteit Leiden voor Delftse studenten Technische Natuurkunde die verder willen bouwen op hun natuurkundekennis van de eerste twee jaar. Maar je kunt ook voor een samenhangend vakkenpakket, een stage of een studie in het buitenland kiezen en op die wijze je wereld vergroten. Een goed gekozen minor helpt je om de carrièrerichting te vinden die bij je past óf te ontdekken welke master je na de bachelor wilt volgen.

Meer informatie over Minors  


Ga verder naar Toelatingseisen



Bindend Studieadvies

De TU Delft hanteert een bindend studie advies (BSA). Dit betekent dat je in het eerste studiejaar tenminste 3/4 deel van je studiepunten moet halen om je opleiding te mogen voortzetten; dit is 45 EC van de 60 punten die je kunt halen. Als je een ‘negatief bindend studieadvies’ krijgt, kun je je de volgende 4 jaar niet meer voor deze opleiding inschrijven.


Vragen?

Neem contact op met onze studieadviseurs:

GertJan Broekman

Marlous Stap