Onderwijsprogramma

De bacheloropleiding duurt drie jaar en elk jaar is verdeeld in kwartalen. Dit houdt in dat je vier keer per jaar een tentamenweek hebt waarvoor je als voorbereiding hoor- en werkcolleges volgt, oefenopdrachten doet en daarnaast zelfstudie doet. De colleges, practica en instructies vinden plaats tussen 8.45-12.45 uur en 13.45-17.45. Ongeveer 30% van je studie werk je aan projecten in groepen van acht (in het eerste jaar), aflopend naar vier (bij het bachelor eindproject). Zo pas je opgedane kennis toe op praktische voorbeelden.

Studieschema

De studie Werktuigbouwkunde gaat van basisvorming naar verbreding en verdieping. De basis ligt in de wiskunde en de mechanica, maar de verbreding maakt je pas echt werktuigkundig ingenieur.

Het eerste jaar
In het eerste jaar krijg je vier wiskundevakken, met onder andere aandacht voor differentiaalvergelijkingen en een uitgebreide basis in mechanicavakken, zoals dynamica en thermofluids. Daarnaast heb je meer toepassingsgerichte vakken omtrent werktuigkundige componenten en mechanismen, zoals kogellagers, pneumatiek en productietechnieken. Deze kennis pas je toe in drie ontwerpprojecten, waarbij je alle stadia doorloopt; van probleemverkenning via ontwerpen en bouwen tot testen en evalueren. Daarbij komen technische vaardigheden aan bod zoals 3D-modelleren en simuleren. Ook leer je presenteren en rapporteren. Aan het eind van het jaar neem je het in groepsverband op tegen medestudenten in de ontwerpwedstrijd.

Het tweede jaar
In het tweede (en derde) jaar verschuift het accent van de basistheorie meer naar verdieping in de mechanica en thermodynamica en naar verbreding in wiskunde, materiaalkunde en regeltechniek. Daarbij krijg je te maken met geavanceerde meet- en analyse technieken. En ook in het tweede jaar worden de theorievakken versterkt met projectonderwijs en practica waarin je de theorie echt gebruikt.

Het derde jaar
In de eerste helft van het derde jaar kies je een minor naar keuze. Die mag je binnen de faculteit volgen, maar ook bij andere faculteiten, buiten de TU Delft en zelfs in het buitenland. Het tweede semester staat vooral in het teken van de bachelor eindopdracht waarin je met drie medestudenten een onderzoeks- of ontwerpopdracht opstelt en uitvoert. Bij goed resultaat mag je jezelf daarna Bachelor of Science (BSc) noemen.

Minor

In het eerste semester van het derde bachelorjaar krijg je de vrijheid om een half jaar lang je horizon te verbreden en je te verdiepen in een onderwerp dat je aanspreekt. Op de manier waarop jij dat wilt. Werktuigbouwkunde biedt de minors Biomedical Engineering, Robotica en Zeiljachten aan. Maar je kunt ook voor een samenhangend vakkenpakket, een stage of een studie in het buitenland kiezen en op die wijze je wereld vergroten. Een goed gekozen minor helpt je om de carrièrerichting te vinden die bij je past óf te ontdekken welke master je na de bachelor wilt volgen.

Meer informatie over Minors


Ga verder naar Toelatingseisen



Bindend Studieadvies

De TU Delft hanteert een bindend studie advies (BSA). Dit betekent dat je in het eerste studiejaar tenminste 3/4 deel van je studiepunten moet halen om je opleiding te mogen voortzetten; dit is 45 EC van de 60 punten die je kunt halen. Als je een ‘negatief bindend studieadvies’ krijgt, kun je je de volgende 4 jaar niet meer voor deze opleiding inschrijven.