Climate Institute

Verspreid door de hele TU-wijk werken onderzoekers van de TU Delft aan klimaatgerelateerd onderzoek, door sensoren te ontwikkelen, modellen te maken of manieren te bedenken hoe we kunnen omgaan met klimaatverandering.

Het TU Delft Climate Institute bundelt deze onderzoekskracht  op het gebied van klimaat in interfacultair onderzoek, en coördineert deelname aan (inter)-nationale programma's. De TU Delft stelt zich daarbij ten doel het TU Delft Climate Institute internationaal te profileren en positioneren als evidence based and research driven.

Onze thema's:

Urban Climate

Klimaatverandering en toenemende verstedelijking zullen in de loop van deze eeuw gaan leiden tot steeds groter wordende problemen in het stedelijk watermanagement. Stedelijk gebieden zijn bij uitstek kwetsbaar voor de verwachte toename in extreme weersomstandigheden door hun hoge bevolkingsdichtheid, maar ook door de aanwezigheid van industrie en onmisbare infrastructuur. De belangrijkste uitdaging is het verkrijgen van betrouwbare data over regen, wind en temperatuur op lokaal niveau. Dergelijke data zijn nu niet beschikbaar.

Radiation Balance

De interactie tussen stofdeeltjes in de lucht, de vorming van waterdruppels en wolken en het effect van wolken op afkoeling of opwarming van de aarde is makkelijk uit te leggen, maar erg moeilijk wetenschappelijk te modelleren. Wolken houden zonnestralen tegen waardoor de aarde afkoelt. Maar tegelijkertijd werken ze als een soort deken, waardoor ze een opwarmend effect hebben. Met veel stofdeeltjes (condensatiekernen) in de lucht krijg je kleinere druppeltjes in je wolk, waardoor deze minder snel ‘uitregent’ en langer blijft hangen. En door opwarming verdampt er meer water, maar kan de lucht ook meer waterdamp bevatten. Wat voor effect heeft dat op wolkenvorming en op het opwarmende of afkoelende resultaat? Wolken zijn hiermee de grootste onbekende in de huidige klimaatmodellen.

Binnen het TU Delft Climate Institute houden wetenschappers zich bezig met het monitoren van wolken, door middel van radar, lidar, en meet vliegtuigen, maar ook met het modelleren en visualiseren van wolken, ander andere met gebruik van supercomputers en 3D-visualisaties.

Ice & Sea Level Change

Hoe verandert de ijsmassa van Groenland, Antarctica en van gletsjers? Wat is het effect van deze veranderingen op de zeespiegel? Het voorspellen van dit soort fenomenen is ingewikkeld. Rekening moet - onder andere - worden gehouden met regionale zwaartekrachtverschillen op aarde, met het opveren van landmassa’s als ijs verdwijnt, vaste aardkorstbewegingen, en mogelijke rotatieveranderingen van de Aarde. Samenspel van dit soort factoren zorgt ervoor dat de relatieve zeespiegelstijging sterk kan verschillen per regio op aarde.

Satellieten

Satellietwaarnemingen zijn essentieel in het modelleren, leren begrijpen, en het voorspellen van deze processen. Binnen het TU Delft Climate Institute werken we aan zowel de (besturing) van de satellieten zelf, de meetinstrumenten en de verwerking van de enorme hoeveelheden data die ze opleveren. In combinatie met overige datasets en geofysische modellen werken we zo aan het verbeteren van ons inzicht in deze globale processen en hun regionale effecten.

Water Cycle

Wat is de invloed van klimaatverandering op de watercyclus, maar ook andersom, wat voor invloed heeft de watercyclus op klimaatverandering. Neerslag, afvoer in steden en rivieren, verdamping, condensatie, sedimentatie, wolkenvorming zijn allemaal elementen van de watercyclus waarover we nog weinig weten in relatie tot klimaatverandering, terwijl de systemen vanzelfsprekend op elkaar inwerken.

Met de uitgebreide kennis van de TU Delft op het gebied van water is dit een essentieel onderdeel van het werk binnen het TU Delft Climate Institute. 

Geo-engineering kent verschillende varianten, en binnen de TU Delft en vanuit het TU Delft Climate Institute zijn er twee gebieden die bijzondere aandacht (gaan) krijgen: afvang en gebruik van CO2, en Solar Radiation Management.

Vooral ontwikkelingen in de procestechnologie lijken veelbelovend voor de eerst variant, en daar wil het TU Delft Climate Institute dan ook meer aandacht voor vragen.

Maar als de maatschappelijke respons op de opwarming van de aarde niet snel en effectief genoeg in de praktijk wordt gebracht, zal het wellicht nodig zijn om door middel van een interventie de temperatuurstijging tijdelijk te onderbreken totdat de preventieve oplossingen voor de lange termijn hun effect bereiken. Stratosferische geo-engineering, Solar Radiation Management (SRM), is zo’n tijdelijke interventie. Eén mogelijke implementatie van SRM is het injecteren van aerosolen in de stratosfeer, waardoor stratosferische wolken ontstaan die een deel van het binnenkomende zonlicht weerkaatsen. De dunne, langdurig aanwezige nevel reflecteert een klein deel van het zonlicht en houdt ons op die manier koel. Zie bijvoorbeeld dit nieuwsbericht: Studenten TU Delft ontwerpen nieuw vliegtuig voor geo-engineering als laatste redmiddel

We moeten wel extreem terughoudend zijn met het gebruik van dit soort technieken, aangezien we niet weten wat voor gevolgen deze zullen hebben voor ons ecosysteem, we niet voldoende hebben gekeken naar de juridische en ethische aspecten, en zelfs de kans bestaat dat we het probleem verergeren. Maar er komt misschien een moment waarop we dit soort technieken nodig hebben, leuk of niet. Hoe sneller we onderzoek doen naar de praktische aspecten, de mogelijke valkuilen en de gevolgen, hoe beter beslagen we ten ijs komen.

Het TU Delft Climate Institute richt zich op

  • uitbreiden van de internationale samenwerking
  • intensiveren van interfacultaire samenwerking
  • uitnodigen van (internationale) gastwetenschappers
  • uitnodigen van talentvolle junior onderzoekers
  • organiseren van lezingen en workshops voor wetenschappelijke staf en promovendi
  • stimuleren van klimaat-gerichte initiatieven