Interview met Zamora Getrouw

De architect moet weer bouwmeester worden.

Zamora Getrouw

Zamorah Getrouw studeerde architectuur aan de faculteit Bouwkunde. Ze werkte onder meer als architect bij AAARCHITECTEN. In 2011 ontving ze de Marina van Damme-beurs van het Universiteitsfonds Delft, de beurs die talentvolle vrouwen ondersteunt zich te verbreden of verdiepen in hun vakgebied.

BSc / MSc Architecture, 2000-2007
Stagiaire, Architecten Associatie, 2003
Werkstudent, AAARCHITECTEN, 2004-2006
Architect, AAARCHITECTEN, 2007-2012
Opleiding aannemer bij Kader Opleidingen in de Bouw 2012-2013
Eigenaar Edit//A B.V. Architecten en Aannemers, sinds 2013

Als kind kwam Zamorah Getrouw al regelmatig op een bouwplaats: “Mijn vader was aannemer en ik ging altijd met hem mee. Dan hield ik de jongens op de bouw in de gaten of ze geen foutjes maakten, want alles moest perfect zijn. ‘Meisje, ga toch buiten spelen’, zeiden ze dan.” Zamorah ging echter Bouwkunde studeren en deed dat met veel harstocht. “Mijn studie was ’s ochtends binnenkomen bij de faculteit en pas weer naar huis gaan als er ’s avonds tegen tien uur door de beveiliging werd omgeroepen dat we het gebouw moesten verlaten.” Het was ook de tijd van “bobsleeënd van het dak van de Library af als het gesneeuwd had” en “wonen in een hardcore studentenhuis.” Het was, kortom, een tijd die ze voor geen goud had willen missen.

De bouwpraktijk trok

Ook toen al trok de bouwpraktijk. “Een van de docenten die mij het meest inspireerde was Stef Janssen. Hij vroeg in zijn eerste les: ‘hoeveel spijkers heb je nodig om een stijve driehoek te maken?’ Met hem bezochten we ook bouwplaatsen. Dat was een eyeopener. Zo’n gebouw moet er straks gewoon staan, theorie of niet.” Eenmaal afgestudeerd miste ze die kant van het vak. “Ik kwam erachter dat je als architect bij een groot architectenbureau weinig binding hebt met de bouwplaats. Jouw rol ligt voornamelijk in de ontwerpfase en tijdens de uitvoering nemen veelal projectleiders van het architectenbureau de honneurs waar op de werkvloer. Als architect ben je daar weinig bij betrokken.”

Dat is volgen Zamorah historisch zo gegroeid. “Heel vroeger was de architect de bouwmeester: degene die controle had over alle processen op de bouw. Naarmate projecten groter en complexer werden en tijdsdruk en budgetten een grotere rol gingen spelen, is dat opgesplitst. Naast de ontwerpers zijn er nu technisch tekenaars, constructie-adviseurs, installatie-adviseurs, projectleider en managers. Iedereen zit een beetje op zijn eigen eilandje.” Dat maakt ook de architect niet altijd even populair. “Als je iets ontwerpt dat moeilijk uitvoerbaar is, krijg je frictie. En zolang jij niet weet hoe het technisch uitgevoerd moet worden, los je dat ook niet op.”

Daar kwam nog bij dat Zamorah in 2008 midden in de financiële crisis afstudeerde. “Er werd zo zuinig en efficiënt mogelijk gebouwd en gaandeweg werd de rol van de architect nog kleiner.” Ze realiseerde zich dat ze zelf meer betrokken wilde zijn bij het bouwproces en er meer invloed op wilde hebben, maar daarvoor miste ze nog de kennis. Op dat moment kwam de Marina van Damme-beurs voorbij. “Toen ik de oproep zag, had ik nog twee dagen tot de deadline. Dat werden twee lange nachten waarin ik alles wat al tijden door mijn hoofd speelde op papier heb gezet. Wat mijn rol zou kunnen zijn, hoe het verder moet met ons vak. We moeten als architect weer bouwmeester worden.” Zamorah won de beurs en met het geld volgde ze de aannemersopleiding. 

Stagiair in mijn eigen bedrijf

Haar nieuwe kennis past Zamorah tegenwoordig toe in haar eigen bedrijf, architecten- en aannemersbedrijf Edit//A B.V. “In het begin was ik een beetje een stagiair in mijn eigen bedrijf. Ik was veel op de bouw en leerde daar een hele andere kant van het vak kennen”, vertelt ze. “We krijgen inmiddels veel opdrachten voor complexe renovaties; daar ligt ook mijn passie. Zo zijn we net klaar met de nieuwe studio van RTL aan het Plein in Den Haag. Bij een dergelijke opdracht zijn de technische eisen van de studio leidend, maar je wilt ook iets toonaangevends maken van zo’n monumentaal gebouw midden in het centrum. Naar het ontwerp van Urban Climate Archtitects bouwde Edit//A een compleet nieuwe bovenverdieping, waarvoor de bestaande kap is gesloopt.”

Zamorah studeerde niet alleen precies in de crisis af, de faculteit Bouwkunde onderging een andere crisis: de brand van het faculteitsgebouw. “Toen ik in Delft kwam vond ik het oude Bouwkunde-gebouw niet bijzonder. Maar dan ga je leren kijken, en zie je hoe het gebouw werkt, nog afgezien van wat je van de stijl vindt. Als je dan niet leert zien en waarderen hoe mooi dat gebouw is, heb je de verkeerde studie gekozen.” Ook over het huidige gebouw is ze enthousiast. “Het is dan wel niet ‘mijn’ Bouwkunde van vroeger, maar de eerste keer dat ik er kwam, herkende ik van alles. Docenten en medewerkers, maar ook de activiteiten. De maquettehal bijvoorbeeld. Als eerstejaarsstudent loop je erlangs en denk je ‘op een dag zit ik daar’. Dat gevoel is er nog steeds. Het is gewoon Bouwkunde, al is het een compleet ander gebouw. Ik denk dat er geen nieuwbouw aan had kunnen tippen.”

Succesvolle renovatie

Het gebouw is een goed voorbeeld van een succesvolle renovatie. “Oude, monumentale panden kunnen zulke verschillende functies aannemen. Je hebt nu veel discussie over duurzaamheid en materialen. Mijn visie is dat je een gebouw moet neerzetten dat met zijn tijd meekan en honderd of tweehonderd jaar kan blijven staan. Dat is duurzaam. Wij moeten er voor zorgen dat we iets neerzetten dat kwaliteit heeft en dat mensen willen behouden.” Ook de Aula is zo’n gebouw, vindt ze. “Het is een heel puur gebouw, dat heel goed in elkaar zit. Er zitten geen decoratieve luifeltjes of geveltjes aan. De zalen zijn gebruikt om de vorm te creëren, dus de functie bepaalt de vorm. Het huist vele verschillende groepen: studenten, medewerkers, bezoekers van evenementen. Het komt allemaal bij elkaar en het werkt. Dan heb je het goed gedaan.”

Altijd betrokken gebleven

Zamorah is altijd erg betrokken gebleven bij de opleiding. Tijdens haar studie zat ze twee jaar in de facultaire studentenraad en was ze mentor voor eerstejaarsstudenten. Tegenwoordig begeleidt ze regelmatig stagiaires. “Stagelopen is niet verplicht bij de opleiding, maar dat zou het best mogen zijn”, vindt ze. Ook zou ze wel een module toe willen voegen aan het programma. “De praktijk van de bouwplaats zou wel een nuttige toevoeging zijn. Maar dan wel als keuzevak, alleen voor studenten die er echt in geïnteresseerd zijn.” Sinds het winnen van de Marina van Damme-beurs is ze ieder jaar aanwezig op de alumnidag. “Vroeger dacht ik dat een alumnidag vooral iets voor aan het eind van je carrière was. En het komt qua tijd ook eigenlijk nooit uit. Maar ieder jaar als je binnenkomt, denk je ‘thuis’.” Ook online heeft ze contact met voormalig medestudenten en docenten. “Die gezamenlijke Delftse achtergrond bindt ons en dat is leuk. Dat TU-gevoel had ik niet verwacht toen ik afstudeerde, maar het is er wel degelijk onder de alumni. En ik vind het bijzonder daar bij te mogen horen.”