Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit

In september 2018 is de nieuwe versie van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit gelanceerd. Het is een herziening en verbreding van de gedragscode die al sinds 2004 bestaat. De nieuwe code sluit aan bij internationale ontwikkelingen die sindsdien op het gebied van wetenschappelijke integriteit hebben plaatsgevonden. De Code is gezamenlijk ontwikkeld door de Vereniging van Universiteiten, Vereniging Hogescholen, KNAW, NFU, NWO en TO2-federatie en is op 1 oktober 2018 in werking getreden.

Tim van der Hagen, Rector Magnificus/Voorzitter College van Bestuur van de TU Delft benadrukt het belang van de Nederlandse gedragscode, die onderzoekers normen biedt als richtlijn voor hun dagelijkse handelen in de praktijk. “Daarnaast blijft het belangrijk om te blijven praten over de dilemma’s die we in ons werk tegenkomen.” Het CvB heeft op 25 september 2018 de ‘TU Delft Vision on Integrity’ vastgesteld: diverse voorstellen daarin zijn gerelateerd aan de Zorgplichten van de instelling, zoals omschreven in Hoofdstuk 4 van de Nederlandse Gedragscode.

Enkele opvallende elementen in deze code, ten opzichte van de vorige versie, zijn:

  • De nieuwe gedragscode is zo geschreven dat deze van toepassing kan zijn op zowel het publieke als het publiek-private wetenschappelijk onderzoek in Nederland.
  • In de gedragscode wordt nadrukkelijk ruimte geboden voor samenwerking en multidisciplinariteit: de code houdt rekening met de verschillen tussen (onderzoeks)instellingen. De gedragscode definieert vijf principes van wetenschappelijke integriteit, 61 normen voor goede onderzoekspraktijken en zorgplichten voor de instellingen.
  • De zorgplichten voor de instellingen zijn nieuw in deze gedragscode. Hiermee tonen de onderzoeksorganisaties dat zij verantwoordelijk zijn voor het creëren van een werkomgeving waarbinnen goede onderzoekspraktijken worden bevorderd en geborgd.
  • Bovendien maakt de nieuwe gedragscode wetenschappelijke integriteit onderscheid tussen schendingen van de wetenschappelijke integriteit, bedenkelijk gedrag en lichte tekortkomingen.
  • In het laatste hoofdstuk staat beschreven hoe een instelling om moet gaan met potentiële schendingen van de wetenschappelijke integriteit.
  • De code laat aan de ene kant ruimte aan de instellingen om tot een gebalanceerd oordeel te komen over potentiële schendingen van de wetenschappelijke integriteit, maar noemt de wegingscriteria die daarbij een rol spelen expliciet. Het laatste punt maakt goed duidelijk hoe de code gezien moet worden: als een handreiking die onderzoekers en instellingen zelf kunnen en zullen toepassen.


Een gezamenlijke Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit is van groot belang voor het wetenschappelijk onderzoek en wordt daarom door TU Delft van harte ondersteund. In de nieuwe Nederlandse Gedragscode is onder meer bepaald dat bij een veronderstelde schending van wetenschappelijke integriteit alle onderzoeksgegevens en/of onderzoeksdata beschikbaar worden gesteld voor controle, onder de door het College van Bestuur vastgestelde vertrouwelijkheidscondities (Art. 3.2, norm 12a). De TU Delft hecht veel waarde aan deze bepaling. De TU Delft zal afzien van de uitzonderingsbepaling genoemd in norm 12b van artikel 3.2, en geen gebruik maken van de hierin opgenomen mogelijkheid om in zeer uitzonderlijke gevallen delen van het wetenschappelijk onderzoek, inclusief de data, niet beschikbaar te stellen voor een eventueel onderzoek naar een veronderstelde schending van de wetenschappelijke integriteit. Over twee jaar zal de nieuw vastgestelde Gedragscode worden geëvalueerd. Hierbij zal speciale aandacht worden gegeven aan de toepassing van norm 12b.

De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening (herziening 2014) is per 1 oktober 2018 ingetrokken, met dien verstande dat hij van toepassing blijft op: a. voor de inwerkingtreding van de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit voltooid onderzoek, en b. voor de inwerkingtreding van deze Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit gestarte onderzoeksactiviteiten die bij de inwerkingtreding nog niet zijn voltooid.