Energievoorziening in de toekomst

Prof. Ir. R.W.J. Kouffeld

De ingenieur op het gebied van de energievoorziening zal zich ervan bewust moeten zijn, dat zich de komende jaren ingrijpende verande- ringen gaan voltrekken in zijn vakgebied. In hoeverre dit effecten heeft op de werkzaamheden van betrokken ingenieurs is sterk afhankelijk van de positie die men inneemt en de plaats waar men zijn werkzaamheden verricht.

Onderzoek

De grootste veranderingen op het vakgebied energievoorziening zullen zich de komende tijd zonder twijfel voordoen ten aanzien van het onderzoek. In de komende jaren zal alom het inzicht doorbreken dat onze grote afhankelijkheid van fossiele brandstoffen letterlijk levensgevaarlijk is. Is het niet de oorlogsdreiging uit het voor de olievoorziening onmisbare Midden Oosten die ons grote zorgen baart, is het niet de C02-concentratie die problemen zal geven aangezien ze evenredig is met het fossiele brandstofgebruik, dan verplicht de simpele rekensom, dat over 50, misschien 60 of hooguit 80 jaar de fossiele brandstoffen op zijn, ons om in de komende jaren alle aandacht te richten op de ontwikkeling van alternatieve energievoorzieningen.

Alternatieven

Bij echte alternatieven denk ik dan op dit moment aan biomassa, foto-voltaïsche zone-energie en nucleaire energie, voorlopig zowel door splitsing als door fusie. Het onderzoek zal verschuiven naar deze gebieden. Hoogst noodzakelijk wordt het onderzoek naar de verbranding van waterstof in thermische machines, aangezien mag worden verwacht dat waterstof de rol van fossiele brandstoffen althans voor een deel zal overnemen. Deze waterstof wordt verkregen door elektrolyse van water met behulp van elektriciteit, die op zijn beurt wordt geproduceerd door zonnecellen of meer waarschijnlijk door reactoren voor kernsplijting dan wel kernfusie, inclusief kweekreactoren.

Het opzetten van nieuw onderzoek naar het optimaliseren van bijvoorbeeld verbranding en beperking van de milieubelasting van fossiele brandstoffen zal minder zinvol worden, gezien de nabije eindigheid van deze brandstoffen nog afgezien van andere redenen waarom deze niet meer kunnen worden toegepast zoals de noodzaak de C02-emissie te beperken en zuinig te zijn met fossiele brandstoffen, teneinde ze te kunnen benutten voor de fabricage van kunststoffen. Dit wordt in de nabije toekomst ook meer en meer belangrijk in verband met de eindigheid van de grondstoffen lood, koper, zink enz.

Produktie en management

Voor de vele ingenieurs die minder bezig zijn met onderzoek en meer in de sfeer van produktie en management zal er minder veranderen. Net als nu zullen de meesten beginnen in een functie, waarin ze primair met ontwerp en engineering belast zijn. Waarschijnlijk zullen ze daarbij starten in een functie die aansluit bij het afstudeergebied. Dikwijls betreft het werk bij een ingenieursbureau, een grote energiegebruiker, een energiecentrale of iets dergelijks.

De kans is redelijk groot dat de ingenieur dankzij zijn fundamentele opleiding vervolgens een functie accepteert op een aanverwant gebied bij voorbeeld in de procesindustrie, de levensmiddelenindustrie, de koudetechniek of de klimaatregeling. Een deel van de ingenieurs zal op deze wijze nog enkele carrière-stappen maken in verwante sectoren. Slechts enkelen gaan echter door in het technisch traject om uiteindelijk hun loopbaan te beëindigen als technisch leider in een bedrijf.

Een toenemend aantal ingenieurs zal zich na enige carrière- stappen in het management begeven. De gemiddelde ingenieur in de energievoorziening is dan uitstekend in staat om een dergelijke verantwoordelijke functie te vervullen. Dit vereist wel dat hij zich in het bedrijf dan wel op eigen initiatief heeft bekwaamd in een aantal managementdeskundig- heden, bij voorkeur op het gebied van de financiering van ondernemingen. Teneinde dit leerproces met succes te kunnen ondergaan, verdient het meer dan aanbeveling dat de ingenieur tijdens zijn opleiding enkele keuzevakken op dit gebied volgt.

De vraag

Bedrijven hebben meerdere malen laten weten aan juist dit type ingenieurs behoefte te hebben. Dat wil zeggen men prefereert ingenieurs die zijn afgestudeerd op een concreet en technisch vakgebied, die zich daarna in de praktijk hebben bijgeschoold. Ook iemand die eindverantwoordelijk is in een bedrijf hoort inzicht te hebben in het produkt dat zijn bedrijf levert, wil hij of zij op goed niveau met klanten kunnen praten. Een uitzondering op deze stelling zou kunnen worden gemaakt voor de topmanagers van de slechts weinige, zeer grote ondernemingen. In veel mindere mate is er dan ook vraag naar bedrijfskundig afgestudeerde ingenieurs.

Op dit moment is het zo dat een ingenieur gemiddeld twee eerdere functies bekleedt, alvorens in de functie te komen waarin hij zijn pensioen of de VUT haalt. In de toekomst zal de loopbaan van een ingenieur waarschijnlijk uit een groter aantal stappen zijn opgebouwd. Door een betere pensioenregeling wordt deze mobiliteit bevorderd.

Onderwijs

Tenslotte is er een aantal energie-ingenieurs direct of indirect betrokken bij het technisch onderwijs en meer in het bijzonder bij het doorgeven van de vakkennis op het gebied van de energievoorziening. Dat onderwijs is voor alles bedoeld om op te leiden voor de praktijk van morgen. Speciaal waar dit onderwijs gericht is op het toekomstig onderzoek zal men al op korte termijn aandacht moeten besteden aan de mijnsinziens onafwendbare ontwikkelingen op het gebied van de energievoorziening.

/* */